2021 - The Times They Are a-Changin'

Our convictions, your resolutions.

Kalender overslaan
Toggle post

30 Nov

De pandemie zorgt versneld voor verandering

Vincent Hamelink, Chief Investment Officer

2020 zit vol onverwachte wendingen. Het jaar eindigt al even vreemd als het is begonnen.

Begin november hebben er op amper enkele dagen tijd immers enkele belangrijke evoluties plaatsgevonden die nieuwe vooruitzichten bieden voor onze wereld en economie. We denken dan aan de overwinning van Joe Biden in de Amerikaanse presidentsverkiezingen en de ontwikkeling van vaccins tegen Covid-19.

De markten omarmden enthousiast beide nieuwsberichten. Uiteraard zullen de vaccins binnen afzienbare tijd het leven weer normaal laten verlopen. Dat neemt niet weg dat de pandemie diepe sporen zal nalaten. Sommige ervan zijn nu al zichtbaar, andere zullen pas op veel langere termijn tot uiting komen.

Overlopen we kort even de gevolgen op korte termijn. Hierover is al heel wat inkt gevloeid: onze veranderende werk- en consumptiegewoonten uiteraard, maar ook de manier waarop we aankijken tegen gezondheid, duurzaamheid en milieu.

Deze nieuwe gewoontes hebben reeds aanwezige trends versterkt, denken we maar aan de ontwikkeling van oplossingen om met elkaar in verbinding te blijven, om gegevens te beheren en te beveiligen, online dienstverlening enz. De pandemie heeft ons er tevens aan herinnert dat het absoluut noodzakelijk is om onze gezondheid, levenskwaliteit en onze planeet te beschermen. Bedrijven die oplossingen aanbieden op deze domeinen hebben in het eerste halfjaar logischerwijze beter stand kunnen houden, en hebben het over het volledige jaar bekeken beter gedaan.

Naast de zaken die we onmiddellijk kunnen zien en de onvermijdelijke beursrotaties die het gevolg zijn van specifieke gebeurtenissen die de komende maanden ongetwijfeld zullen opduiken, zijn er echter ook andere en diepgaandere evoluties aan de gang, die een invloed zullen uitoefenen op onze maatschappij en businessmodellen voor de komende vijf tot tien jaar.

Ten eerste, op het vlak van de overheden, zien we dat het monetair beleid dat de centrale banken voeren – en dat zeker noodzakelijk is – elke dag steeds meer tegen zijn beperkingen aanloopt. De toepassing van nieuwe tools om de economie te ondersteunen zal moeten gebeuren via een actiever begrotingsbeleid, wat we ook de nieuwe inmenging van de staat in de economie zouden kunnen noemen… maar dat is nog niet alles. De staat zou immers opnieuw een invloed krijgen op andere aspecten van de manier waarop we ons leven organiseren; om onze gezondheid, onze veiligheid, en onze planeet beter te beschermen, om de actoren te ondersteunen die zorgen voor positieve verandering, en om te beheren wat anderen paradoxaal genoeg een 'terugkeer naar een nieuw normaal' noemen.

Ook de geopolitiek is van gedaante veranderd, want China heeft zijn complexen afgegooid, is zich goed bewust van zijn status als nieuwe economische wereldmacht en heeft de pandemie veel radicaler kunnen indijken dan de rest van de wereld. Het land zal echter te maken krijgen met Verenigde Staten die weer in contact komen met hun historische bondgenoten, en die zich weer aansluiten bij internationale en klimaatinitiatieven.

Het feit dat de Verenigde Staten zich opnieuw aansluiten bij de internationale gemeenschap zal niet beletten dat er een zekere beweging van deglobalisering komt. Veel landen hebben door deze crisis een serieuze wake-upcall gekregen. Ze beseffen immers dat het nodig is om te beschikken over strategische reserves, dat ze in zekere mate autonoom gezondheidsproducten en -diensten moeten hebben en bepaalde basisbehoeften zelf moeten aanhouden.

Daarom zullen de staten niet wachten op de volgende crisis om zich opnieuw te organiseren. Bepaalde antwoorden, of het gebrek daaraan, vindt de publieke opinie op dit moment onaanvaardbaar. Er is voortaan één sleutelwoord: 'anticiperen'. Men moet immers anticiperen op toekomstige uitdagingen, crisissen, en dat met echte tools om de belangrijkste nationale en internationale uitdagingen op te sporen, op te volgen en te beheren.

Het klimaat zal voortaan de meeste aandacht wegdragen. Klimaatverandering wordt immers beschouwd als de volgende grote bedreiging voor de mensheid. De overheden, wetgevers, centrale banken en ondernemingen hebben hier al heel wat maatregelen en acties voor ondernomen, samen met burgers uiteraard.

Ontkenning is niet langer aanvaardbaar of aanvaard. De maatregelen die op dit vlak worden genomen, zijn vaak een evaluatiecriterium voor de kwaliteit van een beleid, strategie of project.

Europa heeft op dit moment troeven die het kan uitspelen, want het kan een voortrekkersrol spelen – die al werd erkend – op het vlak van milieubescherming, de strijd tegen de klimaatverandering en de circulaire economie. Tegelijkertijd kan het zijn belangrijkste zwakke punt dat nu al tientallen jaren parten speelt aanpakken: zijn afhankelijkheid voor energie en grondstoffen van grootmachten of landen die niet de Europese visie noch waarden delen.

Ondernemingen moeten ook lessen trekken uit de pandemie.

De digitalisering, een megatrend die al ruimschoots voor de crisis aan de gang was, schakelt vandaag een versnelling hoger. Bedrijven zullen zich moeten aanpassen of zullen teloorgaan, want zowel thuiswerk als e-shopping is vandaag de norm. Klanten en medewerkers verwachten dit immers.

Robotica en de optimalisering van processen vormen een enorme uitdaging voor ondernemingen die wendbaar willen blijven tegenover hun concurrenten. Dat is ook een uitdaging voor de autoriteiten, want deze trend kan immers bepaalde ongelijkheden benadrukken. Zo heeft de Fed van de strijd tegen ongelijkheid een van haar belangrijkste speerpunten gemaakt.

Duurzaamheid, wat de autoriteiten zoals we eerder al zeiden hoog in het vaandel dragen, zal kansen creëren voor ondernemingen die zich hieraan kunnen aanpassen, en zeker voor bedrijven die oplossingen bedenken voor klimaat- of milieu-uitdagingen. Dat is ongetwijfeld een van de krachtigste megatrends de komende jaren.

Op deze positieve noot wil ik graag eindigen, en u een heel mooi jaar 2021 wensen. Een jaar van nieuwe kansen, een betere gezondheid, levenskwaliteit en – eindelijk! – (opnieuw) samenleven.

Toggle post

01 Dec

De logische ontkoppeling van de financiële markten

Nadège Dufossé, Deputy Global Head of Multi-Asset

Het verschil tussen de financiële markten en de reële economie leek nog nooit zo groot als in 2020. Men hoopt weliswaar dat de tweede golf van COVID-19 in Europa, het zwaarst getroffen continent, zal verzwakken, maar de epidemie blijft zich over de wereld verspreiden met ongeveer 4 miljoen nieuwe gemelde gevallen per week. De verwachte terugval van de wereldwijde productie is historisch. In oktober 2020 verwachtte het IMF een krimp van 5,9 % van het bbp voor de G7-landen. Dat is veel meer dan de -3,6 % die tijdens de financiële crisis van 2009 werd opgetekend. Maar als we alleen kijken naar de resultaten van aandelen (MSCI WorldTM +7,7 %), hoogrentende obligaties (+3,5 % voor de BofA Merrill Lynch Global High Yield constrained-indexTM) en industriële metalen (+17 % voor een future op koper), krijgen we nauwelijks een idee van het uitzonderlijke karakter van de coronacrisis of van de langdurige sporen die ze zal nalaten[1]. Hoe moeten we die schijnbare ontkoppeling van de ‘financiële’ en de ‘reële’ wereld verklaren?

Chart: Economic activity vs. equity risk premium: a significant disconnection in 2020

De markten speelden snel in op het V-vormige herstel van deze zomer

De recessie die door de gezondheidscrisis is veroorzaakt, is van een heel andere aard dan de recessie van 2008-2009. De activiteit is onmiddellijk en tijdelijk stilgelegd. Zoals blijkt uit de bovenstaande grafiek zakte de ISM-index voor de industrie in de Verenigde Staten van 49 eind maart naar 41,5 eind april. In Europa vertraagde de activiteit nog meer. Zo viel de Purchasing Managers' Index (PMI) voor de industrie eind april terug tot 33 en dook de PMI voor de dienstensector in de eurozone op dat ogenblik zelfs tot 12. Anderzijds schoot de activiteit deze zomer weer steil omhoog en verraste ze ons door haar vitaliteit. In de Verenigde Staten klom de ISM-index voor de industrie in juni weer boven de drempel van 50 om in oktober tot 59 te geraken. De omvang van de monetaire en fiscale stimuli  die vanaf maart 2020 snel zijn toegekend, verklaren waarom de economie die ongeziene schok zo snel te boven is gekomen. In 2008-2009 duurde het bijna 12 maanden voordat de ISM-index voor de industrie opnieuw boven de lat van 50 kwam.

Aandelen- en obligatie-indices weerspiegelen de reële economie niet

De economische schok was bruusk en tijdelijk, maar trof niet alle sectoren even hard. Hele delen van de economie, zoals het vervoer, toerisme en de horeca, zijn stilgelegd, terwijl bijvoorbeeld de onlinediensten dit jaar veel sneller zijn gegroeid. Het verschil tussen ‘winnaars’ en ‘verliezers’ is sinds maart alleen maar toegenomen en blijkt duidelijk uit het spectaculaire verschil in de prestaties van de bedrijven.

Chart: Winners & Losers

Om een voorbeeld te geven: in de S&P 500 behaalde het internetsector (S&P500 Internet RetailTM ) een positief resultaat van ongeveer +50 %, terwijl de hotelsector (S&P500 Hotels Resorts & Cruise linesTM ) daalden met 28 % en de luchtvaart (S&P500 AirlinesTM )met ongeveer 33 %[1]. De waarden die van de coronacrisis profiteren, zijn hoofdzakelijk de zogenaamde groeiwaarden en behoren tot de technologiesector, de telecomsector (sociale media) en de sector van discretionaire consumptie (online verkoop). De crisis heeft een dubbele positieve invloed op hun waardering, namelijk door de betere winstvooruitzichten en de lagere rentes. Binnen de S&P 500TM is het gewicht van de ‘megacaps’, de onbetwistbare leiders van die sectoren, aanzienlijk toegenomen en de GAFAM vertegenwoordigen nu meer dan 20 % van de Amerikaanse index[2]. Het gewicht van Amazon is dit jaar vrijwel verdubbeld en is nu goed voor bijna 5 % van de index. We zien dezelfde concentratie in sommige indices voor groeilanden. Bij de MSCI Emerging MarketsTM bijvoorbeeld vertegenwoordigen 4 waarden 25 % van de index[3]. De obligatie-indices weerspiegelen dezelfde trend. Zo is 15 % van de emittenten goed voor 50 % van de beurskapitalisatie van de index voor niet-financiële hoogrentende obligaties in euro[4].

Staan de financiële markten of beursindices werkelijk los van de reële economie? Het aanzienlijke gewicht van de groeiwaarden is vergroot door de historische terugval van de reële, Amerikaanse rentes. De waardering van groeiwaarden stijgt naarmate de rentes zakken (men financiert de toekomstige kasstromen van die bedrijven tegen een lagere rentevoet), waardoor hun gewicht in de globale index toeneemt. We tonen het effect op de S&P 500 hieronder. De waardering van de index (K/W over 12 maanden) volgt de daling van de reële, Amerikaanse rentes (langs een omgekeerde schaal op de grafiek).

Kunnen we volgend jaar een zekere herkoppeling verwachten?

De komende maanden blijft het vermogen om min of meer snel uit de gezondheidscrisis te geraken, de belangrijkste uitdaging. Wat dat betreft, leert 9 november ons meer over hoe de financiële markten in 2021 kunnen bewegen. Op die dag maakten Pfizer en BioNTech bekend dat de gedeeltelijke resultaten van de tests met hun vaccin een doeltreffendheid van 90 % hadden aangetoond. Het leidde tot een historisch sterke prestatie van ‘values’ in vergelijking met groeiwaarden.

Om terug te keren naar het vorige voorbeeld: het aandeel internetsector daalde die dag met 4 %, terwijl hotelsector steeg met 19 % en luchtvaartsector met 15 %. Als we geleidelijk uit de gezondheidscrisis geraken en de economische activiteit herstelt, kunnen de financiële markten omhooggaan met een bredere basis van waarden en een betere weerspiegeling van de reële economie. De indruk van twee verschillende werelden zou moeten verminderen als de rotatie volgend jaar verdergaat.

Niettemin heeft de coronacrisis tendensen versneld die al voor de crisis zichtbaar waren en gunstig waren voor thema’s zoals technologie, innovatie en het milieu. De sectoren die een link met die thema’s hebben, zullen op middellange termijn sterker groeien. Aangezien de reële rentes niet sterk kunnen stijgen, gaat de kloof tussen de financiële markten en de reële economie nog even blijven bestaan.

 

[1] Bron: Bloomberg, gegevens per 20 november 2020. Gegevens in USD Prestaties in het verleden zijn geen betrouwbare indicatoren voor toekomstige prestaties.
Prestaties die zijn uitgedrukt in een andere valuta dan die van het land waar de belegger woont, zijn onderhevig aan wisselkoersschommelingen, met een negatief of positief effect op de winst.

[2] Bron: Bloomberg, gegevens per 20 november 2020.

[3] Bron: Bloomberg, gegevens per 20 november 2020. Het bovenste kwart van de MSCI EM, Alibaba, Tencent, TSMC en Samsung, vertegenwoordigt respectievelijk 8,8 %, 6,7 %, 5,7 % en 3,7 % van de index.

[4] Bron: Bloomberg, gegevens per 20 november 2020.

Toggle post

02 Dec

Vooruitzichten voor alternatieve activa in 2021

Christopher Taylor, Head of New York Life Investments Alternatives

CEO of Madison Capital Funding

Algemene markt voor alternatieve activa

2020 was zonder twijfel een woelig jaar met veel onzekerheid. Niet alleen verstoorde COVID-19 de wereldeconomie, maar sommige politieke en sociale bewegingen creëerden ook een sterk schommelende omgeving voor beleggers. Kijken we naar 2021, dan hebben alternatieve activa mooie vooruitzichten. Beleggers willen namelijk meer kapitaal toewijzen aan illiquide, private activa om te diversifiëren in een volatiele markt en omwille van het rendement, nu de rentes “langer laag” blijven.

Volgens Preqin zullen de wereldwijde alternatieve activa onder beheer tegen 2025 stijgen tot $ 17 biljoen.[1] De vooruitzichten zijn goed in diverse segmenten, waarbij private equity en onderhandse leningen wellicht het sterkst zullen groeien. Preqin verwacht eveneens een sterke groei in alle regio’s, inclusief de relatief meer ontwikkelde Amerikaanse en Europese markten, en een heel snelle groei voor de opkomende markt in Azië.

Chat: Alternative Assets under Management and Forecast, 2010-2025

Vooruitzichten voor private equity en onderhandse obligaties van middelgrote bedrijven

New York Life Investments Alternatives heeft heel wat ervaring met middelgrote bedrijven, zowel op het vlak van private equity als van onderhandse leningen. Terwijl ze zich dit jaar op het beheer van hun portefeuilleposities toelegden, zullen fondsbeheerders in 2021, zowel voor private equity als voor onderhandse leningen, wellicht meer deals sluiten. Ze willen namelijk grote hoeveelheden droog kruit aan het werk zetten.

Focus van de portefeuille in 2020: Dit jaar keken private-equitybedrijven en investeerders in onderhandse leningen vooral naar zichzelf, omdat ze met de bedrijven uit hun portefeuille werkten in een onzekere periode. Door de bijzondere economische situatie waren de portefeuilleresultaten heel uiteenlopend. Dienstverleners, zoals financiële instellingen, de gezondheidszorg en technologie, deden het goed tijdens de pandemie. Andere sectoren, zoals de detailhandel, ontspanning en de nijverheid, werden economisch zwaarder getroffen, wat zo kan blijven tot de pandemie voorbij is. In het algemeen werkten geldschieters en kredietverleners samen om kredietnemers door de crisis te loodsen en voorkwamen ze faillissementen, tenzij in ernstige situaties. Ze zullen wellicht blijven samenwerken, vooral omdat het recente, positieve nieuws over een vaccin doet hopen op een duurzaam herstel op korte termijn.

Vooruitzichten voor private equity: Bij het begin van het vierde kwartaal van 2020 is het aantal nieuwe deals voor private equity aanzienlijk gestegen, en hoewel het volume misschien pas later in 2021 weer op zijn oude niveau ligt, is de stemming positiever dan eerder dit jaar. Het aantal deals is weliswaar belangrijk om kapitaal in te zetten, maar private-equitybedrijven zullen na een armzalig 2020 ook rendementen willen halen uit bestaande fondsen.

Er is veel belangstelling voor meer geïsoleerde sectoren en veerkrachtige bedrijven, en aanvullende overnames blijven populair om op een veiliger manier te groeien. Aangezien enorme hoeveelheden kapitaal klaarstaan om te worden ingezet, kan de vraag naar de sterkste bedrijven de waarderingsratio’s doen stijgen. Die ratio’s zijn gedaald sinds hun recordhoogten van begin 2020.

Vooruitzichten voor onderhandse leningen: Net als bij private equity steeg het aantal gesloten en verwachte deals voor onderhandse leningen in het vierde kwartaal van 2020. Bovendien is de schuldgraad gedaald en zijn de rendementsverwachtingen gestegen, wat de risico-rendementsverhouding voor onderhandse leningen heeft verbeterd. Maar de grote hoeveelheid opgehaald kapitaal en de concurrentie tussen kredietverleners kunnen de schuldgraad, de rentabiliteit en de kredietvoorwaarden terug naar de niveaus van voor de pandemie brengen, vooral bij de aantrekkelijkste activa.

In Europa heeft het segment van onderhandse leningen, dat grotendeels na de financiële crisis opkwam, zijn eerste grote test doorstaan. Het kapitaal blijft naar Europa stromen, in het bijzonder van Amerikaanse fondsbeheerders die hun platform willen uitbreiden, en private kredietverleners zijn goed gepositioneerd om marktaandeel van banken in te palmen. De banken zullen zich wellicht concentreren op het beheer van noodlijdend krediet en de kredietverlening aan middelgrote bedrijven verder afbouwen.

Groeiende aandacht voor ESG bij alternatieve activa

De voorbije jaren hebben steeds meer beheerders van alternatieve activa ecologische, sociale en governance-factoren (ESG) in hun activiteiten opgenomen, en de gebeurtenissen van 2020 hebben die tendens verder versneld. Europa loopt doorgaans voor op de VS wat het meten en rapporteren van ESG-factoren betreft, maar dat verschil wordt misschien kleiner. Internationale beleggers hebben namelijk meer transparantie en een eenduidiger rapportering nodig, zodat ze fondsbeheerders eenvoudiger kunnen vergelijken.

Vanuit beleggingsperspectief groeit het besef op de private markt dat bedrijven met betere ESG-controles betere rendementen opleveren en een beter risicobeheer bieden. Steeds meer beleggers ijveren er daarom voor om ESG-factoren beter te meten en te rapporteren. In onze activiteiten hebben we altijd veel factoren gewogen die tot ESG-categorieën behoren, maar we hebben die analyse nu zo geformaliseerd dat we ze bij de initiële belegging kunnen beoordelen en doorheen de tijd kunnen monitoren.

Op het vlak van de inzameling van geld worden beheerders beoordeeld op basis van de manier waarop ze ESG-factoren benaderen bij het beheer en bestuur van hun eigen activiteiten, inclusief de manier waarop ze hun gemeenschappen dienen en inclusieve culturen opbouwen.

Ten slotte hebben de groeiende belangstelling voor ESG en duurzaam beleggen waarschijnlijk ook gevolgen voor sommige activaklassen. Private investeerders kunnen het werk van overheden aanvullen op het gebied van infrastructuurinvesteringen, zoals hernieuwbare energie.

 

[1] Bron: Preqin (2020). The Future of Alternatives 2025. Geraadpleegd in november 2020 via https://www.preqin.com/campaign/future-of-alternatives-2025

Toggle post

03 Dec

Hebben de centrale banken nog bewegingsruimte?

Nicolas Forest, Global Head of Fixed Income

Toggle post

04 Dec

Uitgeput, opgesloten... of weer opgebloeid: hoe ziet de economie er in 2021 uit?

Florence Pisani, Global Head of Economic Research

Anton Brender, Chief Economist

Toggle post

07 Dec

Waterstof: energie van de toekomst?

Vincent Compiegne, Deputy Global Head of ESG Investments & Research

Arnaud Peythieu, ESG Analyst

Wilt u meer weten over de waterstofenergiebron? Klik hier om een samenvatting van onze recente white paper te lezen.

Toggle post

08 Dec

Kan de Federal Reserve werkelijk de ongelijkheid tegengaan?

Emile Gagna, Economist

Afgelopen augustus kondigde J. Powell op het Jackson Hole symposium aan dat de Federal Reserve voortaan een aangepast strategisch monetair beleid zou voeren. Haar inflatiedoelstelling blijft onveranderd op 2%, maar de bedoeling is voortaan om een gemiddelde inflatie van deze orde van grootte te bekomen. Na een periode met lage inflatie zal de centrale bank de prijzen dus iets boven de doelstelling laten uitkomen. Tegelijkertijd heeft de Federal Reserve eveneens haar doelstelling van volledige tewerkstelling opnieuw tegen het licht gehouden. Zij wil de groei voortaan aanzwengelen tot een niveau waarbij niet alleen zoveel mogelijk Amerikanen een baan hebben, maar waardoor iedereen er ook economisch op vooruitgaat. Op die manier wil zij de groei 'inclusiever' maken, en ervoor zorgen dat zoveel mogelijk gemeenschappen hiervan kunnen profiteren. Om deze nieuwe strategie te illustreren, haalde J. Powell de tien jaar aan die voorafgingen aan de huidige crisis. Door de economie onder druk te houden, heeft het monetair beleid ervoor gezorgd dat de werkloosheidsgraad bij Zwarten en Hispanics historisch lage niveaus heeft bereikt (grafiek 1)... waardoor de verschillen in de tewerkstellingsgraad tussen de verschillende gemeenschappen aanzienlijk zijn afgenomen.

Chart: Unemployment rate by race (% 1973-2019)

Het feit dat de Federal Reserve haar doelstelling van volledige tewerkstelling opnieuw heeft gedefinieerd, heeft verreikende gevolgen: de rentevoeten zullen over de volledige curve nog geruime tijd laag blijven. Lage rentevoeten zijn immers het enige pressiemiddel waarover de Fed beschikt om de privésector en de overheden ertoe aan te zetten om meer te spenderen, en zo de activiteit aan te zwengelen. Deze nieuwe strategie kan er echter wel voor zorgen dat een andere opdracht van de centrale bank in het gedrang komt: het vrijwaren van de financiële stabiliteit. Want hoewel lage rentevoeten de economische spelers ertoe kunnen aanzetten om meer uit te geven, gaan ze hen op de eerste plaats aanzetten om meer schulden te maken. De komende jaren zal de schuldgraad in de Verenigde Staten dus de hoogte ingaan. Maar niet enkel in dat land, want het zijn niet alleen de Amerikaanse economische spelers die schulden aangaan in dollar. Het risico dat een nieuwe schuldengolf leidt tot een crisis of minstens een periode van financiële instabiliteit is dus zeker niet verwaarloosbaar.

Chart: Median real incomes by race (1950-2019)

De afgelopen jaren hebben we vooral ook kunnen vaststellen dat de centrale bank niet het best geplaatst is om de ongelijkheid werkelijk terug te dringen. Om die doelstelling te realiseren, moet er een doelgericht beleid komen dat inzet op onderwijs en herverdeling. En hoewel de Federal Reserve er bij momenten in geslaagd is om de lonen van Zwarten of Hispanics sneller te laten stijgen door de economie zo lang mogelijk op volledige tewerkstelling te laten draaien, is ze er nooit in geslaagd om recessies te voorkomen - en daarmee samenhangend een daling van de levensstandaard van de meest kwetsbaren. Enkel het Great Society plan van president Johnson en de ‘War on Poverty’ van begin jaren 1960 konden ervoor zorgen dat de inkomstenverschillen tussen Zwarten en Blanken duurzaam afnamen (grafiek 2). Dat neemt niet weg dat het mediaaninkomen van Zwarten nog steeds 30% lager is dan dat van Blanken... net zoals begin jaren 1970!

Toggle post

09 Dec

Met impact beleggen?

Maia Ferrand, Co-Head of External Multimanagement

Mohadeseh Abdullahi, Investment Analyst, Impact Investments

Toggle post

10 Dec

Is de Europese Green Deal de New Deal?

Wim Van Hyfte, Global Head of ESG Investments & Research

Emile Gagna, Economist

Toggle post

11 Dec

Betalen Europese beleggers een "Greenium” voor Europese duurzame obligaties?

Céline Deroux, Senior Fixed Income Strategist, Global Bonds

Nicolas Forest, Global Head of Fixed Income

Duurzame obligaties zijn chic!

Groene beleggingen zijn in de mode, en groene obligaties zijn in snel tempo gegroeid. Er is ook meer diversiteit gekomen. Is dit een hype? De Europese Centrale Bank onderzoekt of ze klimaatrisico's eventueel kan opnemen in haar systemische risicoanalyse. Daarom is het mogelijk dat we op een keerpunt staan.

De wereldwijde markt voor duurzame obligaties is in minder dan vijf jaar tijd gegroeid van 50 miljard dollar tot meer dan 1 biljoen dollar. Meer dan de helft hiervan is uitgedrukt in euro. Candriam voorspelt dat er in 2021 voor 500 miljard dollar aan nieuwe obligaties zal worden uitgegeven, overwegend in het kader van Europese programma's, hoewel Amerikaanse ondernemingen ook meer papier zullen uitgeven.

Beleggers staan blijkbaar te popelen om maatschappelijke projecten met ecologische of sociale aspecten te financieren. Komt dit bovenop de opbrengst - of eerder in de plaats van een deel van het financieel rendement?

Chart: Green bonds Global issuance and Outstanding

Betalen beleggers een 'groene' premie om deel te nemen aan deze “mode”?

Spoiler alert: Ons onderzoek toont aan dat er geen sprake is van een 'Greenium'.

De afgelopen vijf jaar zijn er bijzonder veel groene obligaties uitgegeven. Daarom hebben zowel financiële instellingen als academici hier meer onderzoek naar verricht. De resultaten zijn echter niet eenduidig.

Candriam heeft geprobeerd om deze vraag te beantwoorden, met nadruk op onze eigen beleggers en portefeuilles. Ons Fixed Income Quantitative Team en Global Bonds Management Team hebben ons onderzoek en econometrisch model afgestemd op de behoeften en belangen van onze specifieke beleggings doelgroep.

We hebben ons meer specifiek gericht op Europese duurzame obligaties omwille van twee redenen. Ten eerste zijn Europese beleggers en beleggingen voortrekkers in de groene golf, en hebben ze enkele jaren voorsprong op de enorme Amerikaanse markten. Het volume dat is belegd in duurzame vastrentende producten neemt toe en wordt in snel tempo meer geavanceerd. Indien dit wordt gecombineerd met een grote maar jongere voorraad aan activa kan een minder relevant 'gemiddelde' ontstaan. Ten tweede zal het aanbod op middellange termijn waarschijnlijk nog steeds Europese emittenten overwegen.

Ons geavanceerde econometrische model bekijkt of er opbrengstverschillen bestaan tussen Europese 'duurzame' obligaties – groene, sociale en duurzame, zoals gedefinieerd door Bloomberg – en Europese 'bruine' of traditionele obligaties. We houden daarbij ook rekening met andere factoren die invloed kunnen hebben op de opbrengsten – duration, (bid-ask) liquiditeit, coupon, opkomende versus ontwikkelde markten, kredietrating, looptijd, sector en dergelijke.

Ga voor groen!

We komen in feite tot de conclusie dat er geen 'Greenium' of opbrengstnadeel verbonden is aan beleggingen in duurzame obligaties. Zoals verwacht stellen we echter wel aanzienlijke opbrengstverschillen vast bij duration, achtergesteld karakter, kredietrating en andere factoren in het model.

Daardoor kunnen beleggers in duurzame obligaties zowel een marktconform rendement krijgen, als genoegdoening omdat ze een maatschappelijk of ecologisch project helpen financieren. 

 

Kijk alvast uit naar onze volledige resultaten over 2020 en de onderzoekspaper over Europese groene obligaties en de 'Greenium' die begin 2021 verschijnen.

Toggle post

14 Dec

Postmoderne pandemieën: viraal of te voorkomen?

Kroum Sourov, Lead ESG Analyst – ESG Sovereign Research

Wim Van Hyfte, Global Head of ESG Investments and Research

Is ‘pandemie’ enkelvoud of meervoud?

De tests met vaccins lijken veelbelovend en we kunnen bijna het licht aan het einde van de tunnel zien. We zouden zelfs vergeten dat we nog een aardig stukje tunnel moeten doorlopen. Deze periode kan bijzonder turbulent zijn, omdat de tweede golf van COVID-19 in alle hevigheid heerst. Het nieuwe jaar zal er in het begin wellicht niet zo anders uitzien dan dit jaar – het donkerste moment van de nacht ligt altijd vlak voor het ochtendgloren.

De grote vraag is wat we daarna zullen doen. Verrekenen we maar één, of twee of meer (!) pandemie(ën) per decennium en gaan we gewoon verder? De centrale banken van de G4- en andere landen hebben een magische geldboom gevonden, maar er staat geen prijs op de verloren levens en het lijden van de overlevenden.

Er zijn verbijsterende cijfers op economieën geplakt, maar de voedselketen reikt nog altijd kilometers ver, zelfs in de VS. Enkele individuen hebben tot tientallen miljarden winst gemaakt, maar daarvan is weinig tot de gewone mensen doorgesijpeld. Zou het niet goedkoper zijn om een bescheiden deel van de kosten van de volgende pandemie te investeren in projecten die de ‘ziekte’ behandelen in plaats van alleen maar de symptomen?

De wetenschap is duidelijk: infectieziektes zoals COVID-19 zijn afkomstig van wilde dieren waarvan de leefomgeving onder druk staat door menselijke activiteiten en verstoringen. Ontbossing en de daaraan gekoppelde verandering van het landgebruik zijn de belangrijkste schuldigen. Om onszelf te redden, moet de internationale gemeenschap zich verenigen om andere inkomstenbronnen voor de lokale bevolking te vinden, om beschermende maatregelen te doen naleven en om te investeren in herbebossing. Dat zou eveneens een kostenefficiënte manier zijn om de klimaatverandering, de tsunami in de verte, te vertragen. De zaken moeten ook veranderen voor de bevolking van de geïndustrialiseerde landen. De globalisering en delokalisatie hebben een ravage aangericht in de vroegere industriegebieden in het Westen. Het streven naar hogere winstmarges zonder oog te hebben voor de menselijke kosten ondermijnt de sociale cohesie en voedt populistische en extremistische bewegingen in de industrielanden. Investeringen in ziekenhuisbedden op intensieve zorgen en ziekenhuizen zullen nooit volstaan als een aanzienlijk deel van de bevolking het bestaan van de pandemie ontkent. Jammer genoeg gaan extremistische ideologieën, de afwijzing van beschermende maatregelen tegen de pandemie en de ontkenning van de klimaatverandering overal ter wereld hand in hand.

Het evidente niet onder ogen zien: de nieuwe postmoderne pandemie

Actieve campagnes om onjuiste informatie te verspreiden, de regelrechte ontkenning van wetenschap en op sommige plaatsen zelfs de volledige afwijzing van redeneren op basis van bewijzen vormen de andere, postmoderne pandemie. De twee pandemieën vallen samen wanneer COVID politiek wordt uitgebuit en de impact of zelfs het bestaan ervan in vraag wordt gesteld. Terwijl een vaccin in de lente van 2021 de huidige COVID-pandemie effectief kan beëindigen, zal de ‘struisvogelepidemie’ waarschijnlijk standhouden. Wanneer het volgende snel verspreidende virus opduikt, wordt de afwijzing van wetenschap misschien zelfs nog dodelijker dan bij het coronavirus. Intussen broeien sociale onrust en instabiliteit in de samenleving. Ze worden gevoed door extremistische bewegingen van sociaal en economisch achtergestelde mensen. Sommige van die bewegingen willen bewust het sociale weefsel afbreken en zelfs een burgeroorlog beginnen.

Zowel de industrie- als de groeilanden hebben een groen Marshallplan nodig dat de sanitaire en sociale pandemieën aanpakt. Het neoklassieke economische model is er niet in geslaagd om ze op te lossen, terwijl de groene economie veel kansen biedt voor zowel de huidige als de volgende generatie. Elke andere ingreep is gewoon de problemen voor ons uit schuiven, tot we helemaal vast zitten.

Als de ontwikkeling van een vaccin succesvol is, duurt ze doorgaans tien jaar. Nu hebben we er drie met een doeltreffendheid van minstens 90 % in een jaar tijd. Met genoeg financiële middelen en een gevoel van hoogdringendheid, is veel mogelijk. We moeten dezelfde dringendheid toepassen om de klimaatverandering tegen te gaan. De ontbossing aanpakken is daarbij een prioriteit.

Als belegger hebben we de convictie dat milieubescherming en klimaatverandering de basis voor elk kader voor duurzame staatsobligaties moet zijn. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Er is geen ‘planeet B’. Een duurzame wereld vraagt om een duurzame financiële wereld.

Chart: Healthcare Vulnerability

Toggle post

15 Dec

Naar een "gezondere" toekomst?

Nadège Dufossé, Deputy Global Head of Multi-Asset

Stefan Keller, Senior Asset Allocation Strategist

Wilt u meer weten over het opbouwen van uw portefeuille voor het nieuwe jaar? Klik hier voor meer informatie.

Toggle post

16 Dec

De renminbi, de nieuwe dollar?

Julien Fabre, Emerging Debt Portfolio Manager

Is China de economische covid-oorlog aan het winnen? 

China is uitgegroeid tot een binnenlands economisch succes, zowel op het vlak van de handelsoorlog als de covid-crisis. Tegen alle verwachting in is het land erin geslaagd om de middeninkomensval te ontlopen, waarin heel wat groeilanden trappen. Zo is China meer toegevoegde waarde gaan creëren in een op consumptie gebaseerde economie.

China is een binnenlands economisch succesverhaal, maar (nog) geen wereldwijde economische macht. Het land is economisch gezien minder open geworden, maar financieel gezien opener. Die financiële openheid blijft echter beperkt, afgemeten en kunstmatig. Donald Trump heeft daar een flinke bres in geslagen, niet via heffingen, maar door Huawei, de nationale technologiereus, aan banden te leggen.

Die ontwikkelingen roepen fundamentele vragen op: Hoe en waarom wordt een munt dominant? Zal de volgende 'dollar' een fiatmunt zijn? Kunnen beleggers winst boeken indien de renminbi de volgende 'almachtige dollar' zou worden? 

Geld drukken als antwoord op de covid-crisis

China heeft de uitbraak van het coronavirus niet enkel vroeg ingedijkt, het heeft ook geen toevlucht genomen tot geld drukken. Op zich wijst dat erop dat China een wereldwijde munt aan het worden is. Wanneer we echter kijken naar de schuldenberg, ligt dit minder voor de hand.

Er is maar één belangrijke munt die in maart 2020 geen waarde verloren heeft tegenover de Amerikaanse dollar: de renminbi. Opmerkelijk is dat de plotse waardestijging van de dollar gedeeltelijk veroorzaakt werd door een liquiditeitscrisis op de Amerikaanse interbankenmarkten, die teruggaat tot het terugdraaien in 2019 van de kwantitatieve versoepeling die de Fed al tien jaar had toegepast.

De Amerikaanse dollar: Een langdurige heerschappij

In de moderne zin van het woord is een munt niets meer dan een overheidsschuld die geen rente betaalt en geen fysieke waarde heeft. Het is een ruilmiddel en waardeopslag, dat steunt op het netwerkeffect en het vertrouwen in de uitgevende staat. Tot op zekere hoogte is dit een mechanisme dat zichzelf in stand houdt. Zelfs indien de onevenwichten steeds verder oplopen, zal enkel een grote omwenteling zorgen voor een reset van het systeem. Dat is nog maar één keer gebeurd in de geschiedenis van de fiatmunten, toen het Britse pond zijn status als wereldmunt moest afstaan aan de Amerikaanse dollar.

Sinds de gouden standaard van het Brits pond is afgelopen, staat de centrale bank bovenaan de hiërarchie van elk nationaal muntstelsel. We zouden de machtigste centrale bank tevens kunnen beschouwen als het hoogste niveau van het wereldwijde systeem, met name de dollar. In normale tijden wordt er voorrang gegeven aan de stabiliteit van het geld, of de koopkracht, mogelijk ten koste van het publiek en de economische groei. In oorlogstijden en tijdens crisissen geldt het omgekeerde.  Overheden drukken dan naarstig geld bij. Tijdens de covid-pandemie hebben de centrale banken in de VS en Europa alles op alles gezet om het overheidstekort dicht te rijden.

Dat heeft ertoe geleid dat Groot-Brittannië begin twintigste eeuw zijn status van belangrijkste munt moest afgeven aan de Verenigde Staten. De prijs van deze eer bestond erin om een schuldeiser van de wereld te worden. De Duitse mark zat de dollar in de decennia na de oorlog op de hielen, maar door de intrinsieke zwaktes van de euro kon de munt uiteindelijk niet duurzaam uitgroeien tot dé dominante munt. Zit de renminbi nu in polepositie om een leiderschapsrol op te nemen?

Het ontstaan van een wereldmunt?

China wil een wereldmacht worden, maar dat is nog geen vaststaand feit. Maar tijdens de ergste pandemie sinds de Spaanse Griep heeft China dezede kop ingedrukt. Het was dan ook het eerste land waar het leven opnieuw normaal verliep. 

De Chinezen staan bekend om hun geduldige en grondige aanpak. En zo begon China vijfentwintig jaar geleden een zo goed als zelfvoorzienende economie open te stellen voor het ruwe kapitalisme.  De afgelopen twee jaar heeft China de wereld verrast. Het heeft immers het denkbeeld dat zijn groeimodel afhankelijk is van CO2-intensieve productie, goedkope arbeid en producten met weinig toegevoegde waarde doorprikt. 

Een wereldmunt is afhankelijk van een land dat zichzelf stevig profileert als zowel de bestemming als oorsprong van aanzienlijke investeringsmiddelen. Een wereldmunt vereist daarnaast ook dat een land een wereldmacht wordt, om het 'volle vertrouwen en de kredietwaardigheid' van de overheid te rechtvaardigen. De dominante munt worden betekent dat de rest van de wereld hier erg veel vraag naar heeft. Daarom zal de onderliggende supermacht structureel uitgroeien tot de schuldenaar van de wereld, om aan de vraag naar de munt te voldoen.

China blijft een uitgesproken gesloten economie, en is vastbesloten om een nog grotere schuldeiser te worden. Door zijn gigantische reserves in Amerikaanse dollar te recycleren, erkent en versterkt China de almacht van de greenback. Het belet zijn eigen munt om uit te groeien tot een wereldwijd ruilmiddel en een reservemunt.

China is een uniek land dat ontzag inboezemt. Maar is het mogelijk dat Xi Jinping zowel het beste als het slechtste is wat China de afgelopen tien jaar is overkomen? In de twintigste eeuw stuurde de voormalige Sovjetunie de eerste man naar de ruimte, nog voor de VS. Het vertrouwen van de Sovjet-Unie in haar eigen wereldmacht heeft mogelijk elke potentiële openheid in de Sovjetmaatschappij of zijn economische systemen in de kiem gesmoord. Is het mogelijk door zijn gebrek aan openheid dat het Sovjetregime de duimen moest leggen voor de VS? Is het mogelijk dat het politieke regime waarop het Chinese economische succes werd gebouwd uiteindelijk de struikelblok wordt om de VS de loef af te steken?

Je zou koude rillingen krijgen van het dystopische gebruik dat China maakt van de meest geavanceerde AI-technologieën om elk individu, maatschappelijk contact en kleine inbreuken op te sporen. China is een industriële supermacht, en is goed geplaatst om de dominante technologische reus te worden.

De ontwikkeling van verschillende covid-vaccins in het Westen is een sprankeltje hoop voor de efficiëntie van niet-totalitaire overheden. China herinnert ons echter wel aan een les die we sinds de laatste wereldoorlog uit het oog waren verloren, met name dat er in crisisperiodes nood is aan een gedisciplineerde en efficiënte organisatie van de maatschappij en overheid, en dat de maakindustrie een strategisch belang heeft. 

Conclusie: Onze munt, uw probleem

Door de overblijfselen van het op de dollar gebaseerde Bretton Woods systeem gingen de VS inflatie 'exporteren' naar Europa. Minister van Financiën Connally bestempelde de dollar toen als 'onze munt, maar uw probleem'. Wie de economische geschiedenis kent, zal zich de pijnlijke en langdurige waardevermindering nog herinneren die daarop volgde. Japan betaalde ook de tol voor zijn blind vertrouwen in de greenback, toen jaren van begrotingsoverschotten die werden belegd in de Verenigde Staten in rook opgingen. Door de grillen van de geschiedenis hebben de financiële sector en handelaars vaak moeten teruggrijpen naar een bepaalde munt toen ze geen andere keuze meer hadden. Vaak gebeurde dat tijdens een plotse grote crisis. 

Het is geen rationele beleggingsstrategie om te proberen voorspellen welke munt een structurele winnaar zal zijn.

Chart: The Race for Indebtedness (% GDP)Chart: Money Printing

Toggle post

17 Dec

Zorgt het herstel in fusies en overnames voor meer rendement?

Fabienne Cretin, Head of Risk Arbitrage

Stéphane Dieudonné, Senior Fund Manager

Toggle post

18 Dec

Het grote lockdownexperiment: is de toekomst van vastgoed vervroegd?

Simon Martin, Head of Investment Strategy & Research at Tristan Capital Partners

Mogelijk wordt 2020 het jaar waarin we in een erg korte periode enorm veel hebben bijgeleerd over de toekomst van de vastgoedsector. Covid-19 heeft de vastgoedcyclus danig door elkaar geschud, en volgens velen hebben we zeven jaar verandering doorgemaakt in zeven maanden. De Grote Lockdown heeft duidelijk veel reeds bestaande trends versneld. Dat heeft uitgesproken winnaars en verliezers opgeleverd, de verschillen uitgediept en ervoor gezorgd dat beleggers nog sterker overtuigd zijn geraakt van belangrijke langjarige trends.

Logistiek vastgoed heeft het sterkste geprofiteerd van deze effecten. Beleggers zijn nu zelfs nog enthousiaster geworden over logistiek vastgoed en over activa die kunnen zorgen voor de 'last mile' bezorging. Beleggers blijven ook positief over verhuurde activa in de woningmarkt, omdat het aanbod van hoog-kwaliteit appartementen in Europese steden bijzonder beperkt blijft, en de vraag naar betaalbare panden erg stevig blijft.

We hebben ook allemaal nog meer bijgeleerd over retail  sector. Winkelcentra met de nadruk op noodzakelijke producten hebben enorm veel verkocht tijdens de pandemie, hebben nauwelijks daling gezien in bezoekersaantallen en hebben  huurinkomsten die  hoog zijn  gebleven. Na vijf jaar van onzekerheid heeft de lockdown ons geleerd wat we in de retailsector wel en niet nodig hebben. Beleggers beginnen nu het kaf van het koren te scheiden, en de centra die gebouwd zijn rond boodschappen doen laten de winkels en traditionele shoppingcentra achter zich. De stijgende transactievolumes in deze nieuwe 'fulfilment' niche geven aan dat beleggers kansen zien.

De vastgoedsegmenten die het zwaarst zijn getroffen door de negatieve gevolgen van het 'schokeffect' zijn de sectoren gerelateerd aan verhuur  aan toerisme, vrije tijd en sociale discretionaire uitgaven. Deze panden waren populair bij beleggers die inspeelden op thema’s gerelateerd aan vermogensgroei. De cashflowproblemen die gepaard gaan met lage bezoekersaantallen vertalen zich nu echter in balansproblemen. Dit toont aan dat strategieën met een sterk thema nog steeds negatief beinvloed kunnen worden, met uiteraard kansen voor nieuw kapitaal dat naar de sector stroomt.

Door de lockdown is er ook een debat ontstaan over de snelheid waarmee de verstedelijking plaatsvindt, en welke rol werkplekken hebben. Aangezien dit een belangrijk debat is, hebben we in mei een studie opgezet om de gevolgen van de lockdown op steden en kantoor gebruiker  in kaart te brengen. Onze enquête naar stedelijke werkplekken omvat zes Europese steden en er namen meer dan 6.000 mensen aan deel. We deden ze tweemaal, in juni en in september. Deze studie heeft enkele belangrijke inzichten opgeleverd waardoor we een beter beeld krijgen van steden en hun kantoormarkten.

Ten eerste is opleiding van groot belang. Hoogopgeleide werknemers en laagopgeleide werknemers hebben een andere mening over steden en werkplekken. Hoogopgeleide werknemers willen immers ontmoeten in gezamenlijke  ruimtes, ze willen terug naar kantoor en beschouwen steden en kantoren als een waardevolle omgeving om samen te werken en creatief te zijn. Ze hechten ook belang aan flexibel management en aanpasbare ruimten. Dat heeft gevolgen voor het design en de dichtheid van het ruimtegebruik, hoewel onze cijfers duidelijk aantonen dat  kennis intensieve bedrijven behoefte hebben aan steden waar kennis centraal staat  en aan hoogkwalitatieve kantoorgebouwen die ze flexibel kunnen inrichten. We vinden dit per saldo positief. Dit zal immers de verstedelijkingstrend verder doen groeien. Dit is immers een belangrijke aanjager van onze strategieën in steden waar veel kennis zit, en hierdoor zal het proces van de herbestemming van kantooractiva in steden toenemen, wat veel kansen biedt voor beleggers die kunnen omgaan met verandering en het juiste asset management platform hebben.

De afgelopen negen maanden hebben we al een voorproef gehad van hoe de toekomst er de komende tien jaar zou kunnen uitzien. Dit is een buitengewoon leerrijke periode voor managers, en we blijven ons aanpassen zodat onze cliënten de vruchten kunnen plukken van deze verandering. Turbulente tijden zijn altijd een uitgelezen kans om voor risico gecorrigeerde rendementen te behalen, en daar richten we ons op in de aanloop naar 2021.

Toggle post

21 Dec

Hoogrentende obligaties: van liquiditeit naar duurzaamheid?

Nicolas Jullien, Head of High Yield & Credit Arbitrage

Begin 2020 kampten veel corporate emittenten met ernstige liquiditeitsproblemen door de lockdowns die in de hele wereld waren opgelegd. De regeringen en centrale banken grepen daarop op een ongeziene manier in, door de bedrijven vrijwel onbeperkt te steunen via monetaire versoepeling en overheidssteun. Via hun enorme kwantitatieve verruiming / aankoopprogramma’s voor zowel staats- en investmentgrade obligaties als hoogrentende obligaties pompten de centrale banken historische hoeveelheden geld in de markt en stelden ze zich op als eerste en laatste kopers en kredietverleners.

Bevroren kasstromen compenseren

Dat grote vangnet bood ondernemingen de gelegenheid om extra geld op te halen – dat ofwel door staatsgaranties ofwel door het beleid van de centrale banken betaalbaar was gemaakt – om hun bevroren kasstromen te compenseren. Tijdens de tweede helft van 2020 gaven hoogrentende emittenten in de VS en Europa met succes grote hoeveelheden schulden uit, ongeacht hun fundamentals en de staat van hun balans. Hoewel dit het aantal wanbetalingen op korte termijn heeft afgezwakt, haalde het niets uit tegen de verslechtering en downgrades van kredieten. De geldinjecties van de centrale banken mogen dan wel heel nuttig zijn geweest, ze kunnen uiteindelijk geen inkomsten of winsten voor de emittenten van bedrijfsobligaties garanderen, vooral in een markt die door de lockdowns en de sociale afstand enorme uitdagingen stelt op het vlak van operationele efficiëntie en productiviteit.

Nu we 2021 ingaan, kunnen de hoogrentende markten waarschijnlijk blijven rekenen op de grote liquiditeit die door de centrale banken wordt gecreëerd. De ontwikkeling van vaccins en de overheidssteun laten ons dan weer toe om door de fundamentele verslechtering op korte termijn te kijken en te focussen op de heropstart van de economieën vanaf het tweede kwartaal van 2021.

Aandacht voor de houdbaarheid van de schulden

Let wel: een deel van dat feelgood-/positieve scenario is al verrekend, zoals blijkt uit de daling van de spreads en rentes tijdens de afgelopen maanden. Op middellange termijn houden we er daarom rekening mee dat het verrekenen van de verliezen net zo belangrijk zal zijn als het verrekenen van de winsten. Naarmate de effecten van de overheidssteun beginnen af te nemen, zullen de fundamentals en de idiosyncratische risico's naar verwachting op de voorgrond treden en zal de door liquiditeit gedreven rally plaatsmaken voor een context waar de houdbaarheid van de schulden doorslaggevend is.

Langdurige tendensen, zoals klimaatverandering, digitalisering en deglobalisering, die de voorbije jaren al aanwezig waren, zijn spectaculair versneld en doen zich sterker voelen door de coronacrisis. De omgeving waarin ondernemingen actief zijn, is daardoor nog uitdagender en disruptiever geworden. Ze werden immers gedwongen om hun businessmodellen te herzien en structurele veranderingen door te voeren. Bedrijven moesten veel middelen investeren in hun digitale transformatie en vergrootten daarbij de disruptie in sectoren zoals de detailhandel, commercieel vastgoed en reizen. De globalisering werd opnieuw in vraag gesteld en bedrijven moesten hun toeleveringsketens hertekenen, wat voor grote verschillen zorgde binnen de regio's en de sectoren, zoals het transport. Door onze levens draaglijk te maken tijdens de pandemie heeft technologie haar cruciale rol voor de nabije toekomst bevestigd. Het leiderschap in die sector zal ongetwijfeld hevig worden bevochten door de VS en China. Ten slotte zal de wereldwijde aandacht voor de klimaatverandering grote wijzigingen in elk aspect van het consumptiegedrag vereisen, waarbij de energie-, auto- en nutsvoorzieningensectoren zich het komende decennium letterlijk zullen moeten heruitvinden.

Grote kansen voor actieve managers

Wij geloven dat die structurele megatrends een blijvende impact zullen hebben en de bedrijfswereld grondig door elkaar zullen schudden. Vooral de hoogrentende markt zal naar verwachting worden beïnvloed gezien de hogere schuldgraad en de grotere blootstelling aan faillissementen, achterstallen en wanbetalingen. Die disruptie schept evenwel grote kansen voor emittenten die zich met succes kunnen aanpassen aan de uitdagingen waarmee ze worden geconfronteerd. Sommige sectoren zullen wellicht profiteren van de cruciale duurzaamheidsuitdagingen en de veranderingen in de regelgeving die zijn opgekomen. De versnippering van de markt zal dus heel waarschijnlijk verder toenemen, zowel op het vlak van de sectoren, de regio's als de emittenten. Voor veel ondernemingen zal de houdbaarheid van de schulden een probleem worden, zodat er een duidelijk onderscheid ontstaat tussen de winnaars en de verliezers.

In die uitdagende omgeving dienen beleggers heel zorgvuldig te werk te gaan om de juiste kansen te selecteren in een markt die door en door versnipperd is. Actief beheer en een grote selectiviteit op basis van bottom-uponderzoek zijn essentieel. Beleggers moeten naast de traditionele analyse ook meer aandacht besteden aan onderwerpen zoals deugdelijk bestuur. Deugdelijk bestuur wordt namelijk een cruciale maatstaf voor de aanpasbaarheid van een businessmodel. Ze zullen eveneens vaker rekening houden met sociale factoren, want bedrijven zullen veel met hun personeel en de maatschappij interageren nu de deglobalisering toeneemt. Ten slotte moeten beleggers de regelgeving rond de klimaatverandering en de impact ervan op sectoren/emittenten in het achterhoofd houden wanneer ze de belangrijkste aanwezige duurzaamheidsuitdagingen analyseren. Die aspecten hebben directe gevolgen voor de kredietwaardigheid van emittenten en hun terugbetalingscapaciteit op middellange tot lange termijn.

 
Toggle post

22 Dec

2021 wordt het jaar van…

Koen Van de Maele, Global Head of Investment Solutions

Toggle post

23 Dec

Absolute return: the Good, the Bad and the UglyAbsolute return: the Good, the Bad and the Ugly

Sébastien de Gendre, Fund Manager

Toggle post

24 Dec

De markt voor Chinese A-aandelen: hoe ziet de toekomst eruit?

Vanessa Yichu Zhao, Senior Analyst, Emerging Markets Equities

Jan Boudewijns, Head of Emerging Markets Equity

Dankzij Chinese A-aandelen kunnen internationale beleggers voortaan ook investeren in de derde grootste aandelenmarkt ter wereld, uitgedrukt in marktkapitalisatie (na de New York Stock Exchange en Nasdaq) met zowat 3.800 grote, middelgrote en kleine beursgenoteerde ondernemingen[1]. Chinese A-aandelen zijn de aandelen van bedrijven die gevestigd zijn op het Chinese vasteland, waarvan de koers wordt uitgedrukt in Chinese RMB en die verhandeld worden op de Shanghai (SSE) en Shenzhen (SZSE) Stock Exchanges.

Chart: A-Shares: the third largest equity market

Voor de A-aandelen er waren, konden niet-Chinese beleggers investeren in H-aandelen, die enkel toegang boden tot bedrijven genoteerd op Hongkong. Dat waren vooral overheidsbedrijven of private bedrijven van het Chinese vasteland, zoals China Mobile, China Construction Bank, Tencent en Xiaomi, alsook enkele zeer bekende in de VS genoteerde Chinese ADR's van zowat 170 Chinese bedrijven, waaronder Alibaba en JD.com. Op de lokale Chinese aandelenmarkten vinden we ook minder actieve B-aandelen terug, waarvan de koers wordt uitgedrukt in USD of HKD en genoteerd staan op de SSE en SZSE. A-aandelen kunnen een waardevolle bron van diversificatie zijn voor beleggers, omdat zij toegang bieden tot een brede waaier aan Chinese bedrijven, die vooral actief zijn in het binnenland, waarvan het succes niet afhankelijk is van buitenlandse inkomsten.

De afgelopen jaren zijn Chinese A-aandelen toegankelijk geworden voor grote westerse institutionele beleggers, via de Qualified Foreign Institutional Investor (QFII)  en Renminbi Qualified Foreign Institutional Investor (RQFII)  regelingen en de Shanghai & Shenzhen-Hong Kong Stock Connect Schemes. Het gemiddelde dagelijks verhandelde volume in A-aandelen van HKEX (noordelijk) is met een factor 14 gegroeid, van 5,9 miljard HKD in Q1 2017 tot 85 miljard HKD in Q1 2020 (Bron: Hong Kong Exchanges and Clearings, eind maart 2020). In juni 2019 lanceerden SSE en London Stock Exchange (LSE) de Shanghai-London Connect, een samenwerkingsverband waardoor er in de toekomst mogelijk meer buitenlands geld kan vloeien richting de Chinese aandelenmarkten. 

Vanaf 2017 zijn de MSCI™ en FTSE™ wereldindices ook Chinese A-aandelen beginnen op te nemen. Zo waren per augustus 2020 Chinese A-shares goed voor een weging van 5,1% in de MSCI Emerging Markets Index (zie grafiek 2). Maar naarmate er meer A-aandelen worden opgenomen, zal dit aandeel verder toenemen (zie grafiek 3).

Chart: Composition of the MSCI EM index: August 2020 vs. May 2018Chart: MSCI Emerging Markets with 100% A-Shares inclusion

In de MSCI All Cap World Index heeft China een weging van slechts 5,6%(bron: MSCI, 30 November 2020[1]), wat volgens ons een te lage weerspiegeling is van zijn gewicht in de wereldeconomie. Het land was in 2019 immers goed voor 16,3% van het wereldwijde bbp (bron: Wereldbank, 31 December 2019[2]).

Een markt voor actieve beheerders

Hoewel de wereldwijde indices zijn begonnen met het opnemen van Chinese A-aandelen, moeten de bedrijven van het Chinese vasteland niet voldoen aan dezelfde strenge governancenormen als degene die noteren op de beurs van Hongkong. Ook wordt er relatief weinig research gedaan naar A-aandelen. Dat pleit voor actief beheer in plaats van passief beheer, want dat is een manier van beleggen die op deze markt meer opbrengt.

Daarnaast hebben A-aandelen nog andere kenmerken waardoor ze erg aantrekkelijk zijn voor stockpickers. Retailbeleggers zijn momenteel goed voor ongeveer 80% van de marktomzet in A-aandelen. Op deze markt wordt er dus relatief veel verhandeld, met een bovengemiddelde volatiliteit. De prijsanomalieën die deze volatiliteit veroorzaakt, zijn een extra aantrekkelijk argument voor stockpickers, die beleggingskansen kunnen opsporen op basis van waardering. 

Hoewel de staat daarnaast zowat een vierde van de sectoren bezit en invloed en controle uitoefent over talrijke economische segmenten, biedt de Chinese A-aandelenmarkt (bedrijven op het vasteland) in vergelijking met de op Hongkong genoteerde H-aandelen toegang tot een ruimere keuze aan privébedrijven in de sectoren IT, technologie, gezondheidszorg en consumptie. En die bieden de meeste kansen. Zoals een artikel stelt dat onlangs werd gepubliceerd door het Wereld Economisch Forum: De combinatie van de cijfers 60/70/80/90 wordt vaak gebruikt om te beschrijven welke bijdrage de privésector levert tot de Chinese economie: deze draagt 60% bij tot het Chinese bbp en is verantwoordelijk voor 70% van de innovatie, 80% van de tewerkstelling in de steden en creëert 90% van de nieuwe banen. Privévermogen is ook verantwoordelijk voor 70% van de investeringen en 90% van de export[4].”

Als een vermogensbeheerder die een voortrekkersrol speelt op het vlak van duurzaamheid, doet het ons deugd om vast te stellen dat deze factoren voor bedrijven op het Chinese vasteland steeds belangrijker worden. Dat geldt met name voor de marktleiders in een bepaalde sector, die meer buitenlandse investeringen aantrekken. Dat neemt niet weg dat er nog veel ruimte tot verbetering is, zowel bij de bedrijven als bij de regelgeving. Dat gebeurt onder impuls van de doelstellingen inzake klimaatneutraliteit van het Parijse Klimaatakkoord tegen 2060, en de daaruit voortvloeiende grote inspanningen die worden geleverd voor schone energie en elektrische voertuigen, alsook de onlangs aangekondigde antitrustmaatregelen voor de internet- en e-commercesector.

We hebben er alle vertrouwen in dat A-aandelen ook in de toekomst voor institutionele beleggers een manier zullen zijn om in te spelen op een grote en groeiende markt, waarvan de kwaliteit zal verbeteren, en die waardevolle diversificatiemogelijkheden biedt.

 

[1] Bron: World Federation of Exchanges, mei 2020

[2] https://www.msci.com/documents/10199/8d97d244-4685-4200-a24c-3e2942e3adeb

[3] https://data.worldbank.org/indicator/NY.GDP.MKTP.CD?locations=CN-1W

[4] https://www.weforum.org/agenda/2019/05/why-chinas-state-owned-companies-still-have-a-key-role-to-play/

Toggle post

25 Dec

Hoe risico’s beperken wanneer de rente zo laag staat?

Grafieken vertellen hoe.

Steeve Brument, Head of Quantitative Multi-Asset Strategies

Traditioneel maken goed gespreide portefeuilles gebruik van overheidsobligaties om het effect van beurscorrecties op te vangen.

Chart: S&P™ 500 rolling performance over 1 year Rolling relative to JPM Global Bonds Index

Zoals we kunnen zien, leverden overheidsobligaties in het verleden een positieve ‘carry’ op (coupon plus de koersstijging van uw obligaties) in periodes waarin de beurzen stijgen (rechterdeel van grafiek 1) en presteerden ze sterk in tijden waarin de beurs een correctie onderging (linkerdeel van grafiek 1). In woelige beurstijden ruilen beleggers hun aandelen doorgaans in voor obligaties, wat zich doorgaans vertaalt in een aantrekkelijke koersstijging voor vastrentende producten in deze fases. Dit stellen we vast in het linkergedeelte van de grafiek, dat aantoont dat beleggen in vastrentende producten het risico van uw portefeuille vermindert in periodes waarin de beurs daalt.

Hoe waarschijnlijk is het dat overheidsobligaties diezelfde risicobeperkende functie kunnen uitoefenen in de toekomst, nu de rente in de buurt van het nulpunt schommelt of zelfs negatief? Japan is in dit verband een goed historisch voorbeeld, omdat het land in het verleden al verschillende periodes heeft gekend waarin de rente erg laag was. Aan de rechterzijde van grafiek 2 zien we dat de coupon laag is of in de buurt van nul noteert, aangezien de nominale rentevoeten in Japan zich in de buurt van nul bevinden. Aan de linkerzijde van de grafiek zien we het verminderde risicodekkings- of hedgingvermogen van Japanse overheidsobligaties. Ondanks de bijzonder lage rente hebben Japanse overheidsobligaties met andere woorden een deel van hun risicobeperkende capaciteiten behouden. Deze functie werd deels ondersteund door de grote centrale banken, die tijdens de recentste crisissen met opkoopprogramma’s van obligaties voor de dag kwamen.

Chart: Nikkei 225 rolling performance over 1 year relative to 10Y JGB  Bonds Chart: Hedging power of bonds during an equity correction of over 15%, based on the level of 10 year government bond yields at equity peak

Zoals echter blijkt uit grafiek 3, neemt het risicodekkend vermogen van overheidsobligaties af zodra de rente onder 2% zakt.  In deze grafiek wordt elke beurspiek net voor een marktcorrectie van meer dan 15% weergegeven met een teken met een verschillende vorm en kleur – voor Japanse, Amerikaanse en Europese aandelen. De verticale as geeft de rente op overheidsobligaties op 10 jaar weer. De grafiek toont aan dat Amerikaanse en Europese overheidsobligaties beter in staat waren om het risico op te vangen, vermits op de beurspiek de rente op hun overheidsobligaties hoger was dan op hun Japanse tegenhangers.

Op basis van de besproken grafieken kunnen we besluiten dat overheidsobligaties nog altijd gebruikt kunnen worden om het risico voor een gediversifieerde portefeuille te beperken, maar dat ze deze functie minder doeltreffend vervullen dan in het verleden. Er zijn echter nog andere manieren waarmee het risico beperkt kan worden.

Oplossing 1: Flexibele strategie

Kapitaal onderbrengen in flexibele fondsen kan een oplossing zijn om het risico te beperken aangezien de fondsbeheerder op het juiste moment de aandelenblootstelling dynamisch kan aanpassen en/of de portefeuille beschermen met optiestrategieën.

Chart: Flexible equity exposure strategy

Grafiek 4 toont de resultaten van de MSCI™ EMU Index (van 31/12/2019 tot 30/11/2020) en hoe via flexibel beleggen de blootstelling aan aandelen uit de eurozone (met een derde) werd verminderd tijdens de coronacrash, die vervolgens weer werd verhoogd in de herstelfase later op het jaar. 

Oplossing 2: Risicobeperkende strategieën

Naast een niet-gecorreleerd rendement bieden risicobeperkende strategieën zoals een CTA (Commodity Trading Adviser), Global Macro en Risk Premia de mogelijkheid om ‘alfa’ te genereren (d.w.z. een hoger rendement realiseren dan de markt) in woelige beurstijden.

Grafiek 5 toont aan hoe men het verlies en de volatiliteit van een gespreide portefeuille kan verminderen door een CTA toe te voegen, die focust op het volgen van markttrends.

Chart: Cumulated performance of a Diversified PortfolioChart: Comparative Drawdown

Als we de CTA-strategie eruit lichten als voorbeeld, toont grafiek 6 aan hoe een belegging in dit instrument het effect van beurscorrecties kan verminderen.

Oplossing 3: Echte diversifiërende strategieën: Equity Market Neutral of marktneutrale strategie

Terwijl de twee vorige opties doorgaans gecorreleerd zijn met de markt in het algemeen, trachten marktneutrale strategieën de blootstelling van de portefeuille aan de algemene markt te neutraliseren en een niet-gecorreleerd rendement te genereren. Ook dit is een optie om het risico effectief te beperken wanneer de rente laag staat. Grafiek 7 laat zien hoe onze marktneutrale strategieën het sinds 2016 gedaan hebben in vergelijking met aandelen uit de eurozone. Ter vereenvoudiging zijn de gegevens in grafiek 7 die van samengestelde indices die door de beleggingsteams van Candriam worden beheerd.

Chart: Equity Market Neutral Strategy performance relative to Eurozone equities

In dit klimaat van lage rentevoeten kunnen overheidsobligaties nog altijd een zekere mate aan risicobeperking bieden voor goed gespreide portefeuilles, mede geholpen door de aanhoudende kwantitatieve verruiming van de centrale banken tijdens de COVID-19-crisis. Toch is het risicobeperkende effect minder sterk dan in het verleden. 

Door gebruik te maken van andere strategieën zoals de onderstaande in een gediversifieerde portefeuille, als aanvulling op de toegevoegde waarde van uw obligatiebeheerder, kan het globale risico van de portefeuille verminderd worden.

  • Ofwel de aandelenblootstelling actief bijsturen met behulp van derivaten;
  • Ofwel tools ontwikkeld hebben om marktbewegingen te analyseren en te detecteren om zo longposities in te nemen in stijgende markten of shortposities in dalende;
  • Ofwel gebruik maken van tools die inefficiënties op de markt detecteren om zo combinaties van complementaire arbitragestrategieën op te zetten.

Het rendement van beleggingen in aandelen, obligaties en alternatieve strategieën is niet gegarandeerd en er is een risico op kapitaalverlies.

Het risicoprofiel van strategieën hangt af van verschillende onderliggende risico’s: aandelenrisico, renterisico, kredietrisico, valutarisico, risico in verband met discretionair beheer, het risico verbonden aan het gebruik van afgeleide financiële instrumenten, volatiliteitsrisico.

Toggle post

28 Dec

Recyclage – investeren in steeds strenger wordende Europese normen

Monika Kumar, Fund Manager

Quentin Stevenart, ESG Analyst

De Europese Unie (EU) legt steeds strengere recyclagenormen op. Daarom kunnen beleggers op zoek gaan naar nieuwe kansen die inspelen op de circulaire economie.

Europa stevent in snel tempo af op een circulaire economie. De EU hoopt niet enkel dat deze de CO2-uitstoot zal verminderen, maar ook dat ze de wereldwijde concurrentiepositie zal verbeteren, duurzame economische groei in de hand zal werken en nieuwe banen zal creëren. Recyclage is belangrijk om 'de cirkel te sluiten'. Hierdoor ontstaat er een circulaire economie die zoveel mogelijk hulpbronnen hergebruikt. Beleggers spelen een belangrijke rol in het slagen van deze transitie.

In 2018 heeft de EU besloten om haar doelstellingen voor afvalrecyclage te verstrengen. Zo moet het aandeel van gerecycleerd huishoudelijk afval toenemen tot 55% tegen 2025, tot 60% tegen 2030 en tot 65% tegen 2035, terwijl de Richtlijn 94/62/EG betreffende verpakking en verpakkingsafval stelt dat de EU-lidstaten tegen 2030 minstens 70% moeten recycleren[1].

Eerder in 2020 lanceerde de Europese Commissie haar ambitieuze Circular Economy Package, dat herziene wetsvoorstellen omvat omtrent afval. Het legde duidelijke doelstellingen vast om de afvalberg te reduceren, en bevatte ook een ambitieus plan rond afvalbeheer, onder impuls van een hele reeks maatregelen om mogelijke en huidige hinderpalen weg te nemen die de toepassing ervan in de verschillende EU-lidstaten in de weg staan.

De kloof dichten

De volledige EU zal inspanningen leveren om deze nieuwe normen te halen. De afgelopen jaren hebben bepaalde Europese landen veel meer vooruitgang geboekt in de opbouw van hun recyclagecapaciteit dan andere. Zo toont de volgende grafiek aan dat er grote verschillen bestaan tussen de verschillende landen op het vlak van de efficiëntie van de recyclage van huishoudelijk afval.  In 2017 varieerde dat cijfer van 68% in Duitsland tot 0,3% in Servië. Zes landen (Duitsland, Slovenië, Oostenrijk, Nederland, België en Zwitserland) recycleerden 50% of meer van hun huishoudelijk afval. 

Vijf andere landen recycleerden daarentegen minder dan 20%. Twee landen zelfs minder dan 10%. [2] Daarom zullen bepaalde landen een tandje moeten bijzetten om de nieuwe EU-doelstellingen en incentives te halen dan de beste leerlingen, en op dat vlak liggen er uiteindelijk veel beleggingskansen. Om deze kloof te dichten, zullen bepaalde landen waarschijnlijk de hulp inroepen van bedrijven die worden beschouwd als ondernemingen die de circulaire economie mogelijk maken.

Landenvergelijking — Huishoudelijk afval dat in Europa wordt gerecycleerd en gecomposteerd

Opmerking: De recyclagepercentages verwijzen naar het percentage huishoudelijk afval dat wordt gerecycleerd, gecomposteerd en anaeroob wordt vergist, en mogelijk ook het percentage dat wordt voorbereid op hergebruik. Door een gewijzigde rapportagemethodologie zijn de cijfers over 2017 niet volledig vergelijkbaar met de cijfers over 2004 voor Oostenrijk, België, Kroatië, Cyprus, Estland, Litouwen, Italië, Noorwegen, Malta, Polen, Roemenië, Slovakije en Spanje; voor Polen werden cijfers over 2005 gebruikt in plaats van cijfers over 2004 omwille van methodologische veranderingen.  Omwille van de beperkt aanwezige cijfers werden in plaats van de cijfers over 2004 de cijfers over 2003 gebruikt voor IJsland, de cijfers over 2007 voor Kroatië, de cijfers over 2006 voor Servië en de cijfers over 2008 voor Bosnië en Herzegovina.  Voor de EU-28 werden de cijfers over 2004 gebaseerd op de cijfers over 2007 voor Kroatië, en werden de cijfers over 2016 gebruikt voor IJsland en Ierland in plaats van de cijfers over 2017. De cijfers over 2017 voor Cyprus, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Polen, Slovenia, Spanje, Zwitserland, Turkije en de EU-28 omvatten schattingen.

Bron: Europees Milieuagentschap, 22 november 2019.

Beter bekende succesverhalen over recyclage zijn onder andere de ophaling van plastic flessen via emballageautomaten. Gebruikers van enkele van de 'top recycleerders' zijn erg vertrouwd geworden met deze machines, die fungeren als doorgeefluiken voor statiegeldregelingen. Dankzij deze regelingen krijgen consumenten een vergoeding wanneer ze hun flessen weer inleveren, doorgaans een tegoedbon die ze in de winkel kunnen spenderen. De machine neemt de flessen op, voorsorteert ze op het zicht op basis van het soort plastic, de grootte en mate van vervuiling, en ondersteunt zo het recyclageproces tot aan het einde van de keten.

In Duitsland, dat niet enkel een Europese maar ook wereldwijde voortrekker is inzake recyclage, hebben emballageautomaten gezorgd voor een soort nationale sport, waarbij veel tieners en volwassenen plastic flessen gaan verzamelen in ruil voor een vergoeding. Dat heeft geleid tot een indrukwekkend verzamelpercentage van 95% van polyethyleentereftalaat (PET) verpakkingen over het hele land[3]. Het hoeft geen betoog dat de leveranciers van zulke machines het erg goed hebben gedaan, zowel qua winstgevendheid als aandelenkoersen. 

Meer en meer landen beginnen statiegeldregelingen in te voeren, zodat consumenten aangemoedigd worden om te recycleren. Dat is een trend die zich waarschijnlijk zal doorzetten, gelet op de strengere normen die de Europese Single Used Plastic richtlijn in 2019 heeft ingevoerd[4]. Deze wetgeving vraagt dat alle lidstaten tegen 2029 een verzamelpercentage van 90% hebben voor flessen. Alle plastic flessen moeten tegen 2025 minstens 25% gerecycleerd plastic (rPET) bevatten.  De landen waar er nog niet voldoende plastic voor eenmalig gebruik wordt gerecycleerd, zoals Frankrijk, Portugal en Spanje, zullen bedrijven-enablers moeten aanmoedigen, zodat ze tijdig de EU-doelstellingen halen. Net zoals bij de recyclagekloof van huishoudelijk afval zal dit aanleiding geven tot nieuwe commerciële kansen voor providers. Vermogensbeheerders zullen hun cliënten helpen om deze op te sporen, waardoor we kunnen overschakelen naar een circulaire economie die ten bate komt van het milieu, de samenleving en beleggers. 

 

[1] https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/PDF/?uri=CELEX:32018L0852&from=EN

[2] https://www.eea.europa.eu/data-and-maps/indicators/waste-recycling-1/assessment-1

[3] https://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/note/join/2011/457065/IPOL-AFET_NT(2011)457065_EN.pdf, https://www.petcore-europe.org/news-events/202-2017-survey-on-european-pet-recycle-industry-58-2-of-pet-bottles-collected.html

[4] https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/IP_19_2631

Toggle post

29 Dec

Is er een ESG-bel?

Geoffroy Goenen, Head of Fundamental European Equity

Wim Van Hyfte, Global Head of ESG Investments & Research

Toggle post

30 Dec

COVID-19-vaccindoorbraak: een deur naar nieuwe mogelijkheden in de gezondheidszorg?

Malgorzata Kluba, Senior Biotechnology Analyst

Om meer te weten te komen over de indrukwekkende interdisciplinaire inspanning om COVID-19 vaccins te produceren, hoe het is gedaan en wat het betekent voor de toekomst van de medische behandeling - lees ons nieuwe artikel.

Toggle post

31 Dec

New Year wishes from charities supported by Candriam