2022

Investment views
for uncertain times

Our convictions, your resolutions.

Kalender overslaan
Skip the topics list
Macro week

Macro week

De Outlook-kalender van Candriam belicht elke week een specifiek thema. Ten eerste is er uiteraard de Macro Week en de kijk van onze CIO op de veranderingen en uitdagingen van 2022?

Toggle post

01 Dec

Macro week

Vooruitzichten 2022: we maken ons op voor de transformatie

Vincent Hamelink

Chief Investment Officer

Een jaar nadat de Covid-19 vaccins ontdekt werden, hebben de financiële markten de pandemie al achter zich gelaten. De economie echter niet.

Dat blijkt uit de talrijke bottlenecks in de toeleveringsketens, op de arbeidsmarkten of op de grondstoffenmarkten. De langste economische groeifase in de Amerikaanse geschiedenis – 128 maanden – werd gevolgd door de kortste recessie ooit – 2 maanden – en daarna zagen we de sterkste herstelbeweging die ooit werd opgetekend.

De ontwikkelde economieën blijven herstellen

Zoals gehoopt is 2021 een jaar van de wedergeboorte geweest. Het was een jaar dat in het teken stond van ontwikkelingen in de gezondheidszorg, van een geleidelijke heropening en de terugkeer naar een "normaler" leven. Ook in 2022 zou de economie het goed moeten blijven doen, met een groei van ongeveer 4% zowel in de Verenigde Staten als in de eurozone. En toch hebben we allemaal het gevoel dat dit nog het begin is van iets nieuws, aangezien de pandemie heel wat zaken ingrijpend veranderd heeft. Wij verwachten dat de output van alle ontwikkelde economieën tegen het einde van volgend jaar opnieuw op het niveau van vóór de pandemie zal staan, terwijl sommige groeilanden en opkomende economieën met een outputverlies zullen blijven kampen. Voorts zal de verbetering op de arbeidsmarkt naar verwachting achterblijven bij het herstel van de productie, aangezien de wereldwijde werkgelegenheid naar verluidt maar twee derde zal bedragen van het niveau van vóór de pandemie. Dat is onder meer het gevolg van de aanslepende gezondheidsproblemen en de versnelde verschuiving richting automatisering.

Chart: Real GDP Trajectory

De inflatie zal nog langere tijd hoger blijven... en verder stijgen

Wij verwachten dat vraag en aanbod geleidelijk weer in evenwicht zullen komen. De belangrijkste ontwikkelde economieën blijven immers boven hun potentieel groeien. Nu de sterke vraag aanloopt tegen bottlenecks in de aanvoerketens als gevolg van de pandemie, ontstaan er spanningen die de prijzen hoger stuwen. De inflatie zal naar verwachting onaangenaam hoog blijven, althans tijdens de wintermaanden. We zijn het dan ook eens met Fed-voorzitter Jerome Powell dat de uitdrukking "van voorbijgaande aard" niet "kortstondig" betekent, maar eerder dat dit niet zal leiden tot "permanente of erg hardnekkige hogere inflatie". Wij verwachten dat de inflatieverwachtingen in 2022 een hoogtepunt zullen bereiken. Dit gezegd zijnde, zullen de inflatiezorgen in de eerste helft van 2022 wellicht schommelen, waardoor het geduld van de centrale banken op de proef zal worden gesteld en er volatiliteit op de obligatiemarkten zal ontstaan. Het zal ook gevolgen hebben voor de aandelenfactoren.

Chart: Peak of inflation in 2022

We erkennen dat het risico toeneemt dat de Fed eerder de rente begint te verhogen, en dat de verstrakkingscyclus veel minder gunstig wordt dan de vorige. Een extreem risico voor ons basisscenario zou zijn dat de ongekende wereldwijde budgettaire en monetaire stimulus, die de huidige economische hoogconjunctuur heeft gecreëerd, onhoudbaar zou kunnen worden en zou kunnen uitmonden in een cyclus van hoge inflatie en daarna een instorting, wat leidt tot een dubbele-dip recessie. Dat is echter niet ons basisscenario. We verwachten niet dat de rentecurve in 2022 invers wordt, aangezien we nog voldoende bewegingsruimte zien voor een verdere afvlakking.

Cross-asset benadering: We gaan 2022 in met een voorkeur voor aandelen boven obligaties en blijven flexibel

In dit klimaat zou de rente op 10-jarige Amerikaanse overheidsobligaties tussen 1,5% en 2,5% moeten schommelen, wat een korte duration rechtvaardigt. Als gevolg van deze volatiliteit zal de rentecurve waarschijnlijk afwisselend steiler en vlakker worden, afhankelijk van de inflatievrees en, wat nog belangrijker is, de reactiefunctie van de Federal Reserve. Nu de economie in de VS steeds dichter bij de volledige tewerkstelling komt, verwachten wij dat de tapering van de centrale bank tegen juni 2022 achter de rug zal zijn en ze in de tweede jaarhelft de rentevoeten zal optrekken.  De transitie van een Fed renteverhogingscyclus is een erg delicaat moment, dat historisch gezien gepaard gaat met een afvlakkende rentecurve. Daarom zijn we dan ook onderwogen in Amerikaanse bedrijfsobligaties en zijn we tegelijkertijd positief voor Europese bedrijfsobligaties. Voor de aandelenmarkten is de context van een aanvankelijke versteiling van de rentecurve in combinatie met een groei boven het potentieel voor ons de aanleiding om 2022 met een positieve instelling te beginnen. Verantwoordelijkheid blijft onze actieve aandelenkeuze. We gaan immers op zoek naar kansen en selecteren innovatieve bedrijven die investeren in de wereld van morgen. We denken bijvoorbeeld aan aanbieders van gezondheidszorg, bedrijven die sneller overstappen naar een koolstofarme toekomst, afval tot een minimum beperken en de mobiliteitsrevolutie omarmen. Bedrijven die volop inzetten op disruptieve technologieën verdienen ook een prominente plaats in de portefeuilles.

Er ontstaan beleggingskansen in een uitdagend klimaat voor de groeilanden

Een monetaire verkrapping in de VS betekent gewoon dat activaklassen van de groeilanden het lastiger krijgen Dit keer hebben de financiële markten deze evolutie al verrekend, aangezien de meeste centrale banken van Latijns-Amerika en Oost-Europa, zoals Brazilië, Mexico, Rusland en Polen een minder versoepelend beleid zijn gaan voeren.

China was in 2020 het enige G20-land dat een positieve economische groei optekende. Het beleggingsklimaat in dit land is in 2021 echter bijzonder uitdagend geworden. Het groeimomentum is immers verzwakt als gevolg van de "zero Covid" strategie, maatregelen om de koolstofuitstoot aan banden te leggen en de doelbewuste afkoeling van de vastgoedmarkt. Hoewel Beijing zijn monetaire en budgettaire versoepelingsmaatregelen waarschijnlijk zal opvoeren (zonder de harde aanpak van de vastgoedsector los te laten), zijn de risico's voor de groei eerder neerwaarts. Uit onze analyse blijkt dat de financiële markten dit slechte nieuws hebben verrekend en dat China steeds aantrekkelijker gewaardeerd wordt. De Chinese overheid is ervan overtuigd dat onder het leiderschap van Xi Jinping een nieuw "historisch startpunt" is bereikt. Het ziet ernaar uit dat hij tijdens het 20e partijcongres, dat voor medio oktober 2022 is gepland, een derde ambtstermijn van vijf jaar als hoogste leider zal krijgen, wat voor beleggers voor de nodige continuïteit en voorspelbaarheid zal zorgen.

Chart: Relative P/E MSCI China vs. MSCI World

Eurozone blijft in goeden doen

Dichter bij huis zou de ECB haar versoepelend beleid moeten verderzetten Aangezien de arbeidsmarkt van de eurozone zeker nog niet op volle toeren draait, zal de ECB een versoepelend beleid blijven voeren - het zou een verrassing zijn als de ECB haar kortetermijnrente vóór medio 2023 zou optrekken. Zelfs als het pandemie-noodaankoopprogramma (PEPP) in maart afloopt, zoals algemeen wordt verwacht, kunnen andere opkoopprogramma's van activa worden aangepast, zodat het einde van het PEPP vlot opgevangen wordt. Aangezien de ECB in 2022 papier blijft aankopen terwijl de Federal Reserve haar opkoopprogramma afbouwt, vinden wij Europese bedrijfsobligaties interessanter dan Amerikaanse.  In navolging van het Amerikaanse leiderschap zou de obligatierente in de eurozone echter moeten stijgen. Ons streefcijfer voor de Duitse 10-jarige rente bedraagt 0,2%. Omgekeerd moeten beleggers voorzichtiger worden met perifere Europese spreads, omdat volgens ons veel goed nieuws al in de koersen zit.

Wat de begroting betreft, zal de uitvoering van het Next Generation plan van de EU op kruissnelheid geraken, terwijl de begrotingen voor 2022 niet restrictief lijken. Bovenaan de agenda staat de hervorming van het Stabiliteits- en Groeipact, dat nog dateert van 1997. In die periode stond de rente op eurozone obligaties enkele honderden basispunten in de plus.

Beleggen in een nieuw tijdperk

Na twee jaar van lockdowns en heropeningen verwachten wij dat 2022 een "normaler" jaar zal worden in wat, naar wij hopen, het post-Covid tijdperk, het Nieuwe Normaal, zal worden.

Covid-19 is een wereldwijde wake-up call geweest voor onze grootste uitdaging - de ontwikkeling en implementatie van een rechtvaardige en inclusieve energietransitie om de klimaatverandering aan te pakken. In het kielzog van de COP26-conferentie van de VN werden er veel aankondigingen en beloftes gedaan om de schadelijke uitstoot en de temperatuurstijging te beperken. Het nieuwe jaar zal cruciaal zijn. Als verantwoorde beleggers hebben wij de plicht om deze transitie mogelijk te maken en te versnellen. Volgens ons is duurzaamheid immers een belangrijke aanjager van beleggingsresultaten. Actief beheer zal dan ook erg belangrijk zijn om de bedrijven te selecteren die een businessmodel hebben dat een positieve bijdrage levert tot de wereld van morgen.

Met deze hoopvolle slotbedenking wens ik u een heel gelukkig 2022 toe.

Toggle post

02 Dec

Macro week

Geduld oefenen – maar hoe lang nog?

Nicolas Forest

Global Head of Fixed Income

Céline Deroux

Senior Fixed Income Strategist, Global Bonds

Zijn de doelstellingen van de centrale banken verenigbaar met financiële stabiliteit in een klimaat van hogere inflatie? Na hun recente strategische aanpassingen aan het monetaire beleid en hun krachtdadig ingrijpen na de pandemie, moeten de beleidsmakers ook een evenwicht vinden tussen de ongelijkheden als gevolg van kwantitatieve versoepeling en hun rol in de strijd tegen de klimaatverandering.

Een wankel evenwicht?

De wereldwijde inflatie blijft hoog als gevolg van bottlenecks in de toeleveringsketen en de krappe arbeidmarkt. Nu de prijsdruk onverminderd aanhoudt, zijn de obligatiemarkten meer 'hawkish' geworden en hebben ze de reactiefuncties van de centrale banken van de ontwikkelde landen op de proef gesteld. Zo heeft Australië het renteplafond opgeheven dat het had toegepast voor obligaties met een looptijd van drie jaar.

De Amerikaanse Fed – gemiddelde inflatiedoelstelling en volledige tewerkstelling

De Amerikaanse Federal Reserve heeft een tweevoudig mandaat, met name prijsstabiliteit en volledige tewerkstelling. Een jaar geleden heeft de Fed ook een flexibel gemiddeld inflatiestreefcijfer van 2% (FAIT) bepaald, dat in overeenstemming moet zijn met een volkomen arbeidsparticipatiegraad. Daarom kan de Fed aanvaarden dat de inflatie tijdelijk boven het streefcijfer stijgt, zolang de volledige tewerkstelling niet is bereikt. In haar meest recente communicatie heeft de Fed erkend dat de inflatie boven haar streefcijfer van 2% ligt, maar heeft ze gesteld dat de overschrijding tijdelijk is en dat het cijfer tegen eind 2022 eerder rond de 2,2% zal liggen. Nu de Amerikaanse economie verder aantrekt, heeft de centrale bank aangekondigd dat ze haar monetair beleid zal normaliseren, waarbij ze haar maandelijkse opkoopprogramma van activa van 120 miljard dollar in november en december met 15 miljard dollar afbouwt. De bedoeling is om tegen het einde van het tweede kwartaal van 2022 de obligatieaankopen volledig stop te zetten. Op basis van de 'Dot Plot' van het FOMC zouden de renteverhogingen moeten beginnen nadat de tapering is afgelopen, aangezien de Amerikaanse economie nog steeds bijlange geen volledige tewerkstelling kent (de arbeidsparticipatiegraad is niet gestegen, deels als gevolg van vervroegde pensioenplannen).

Het resultaat? Na een stijging van de consumentenprijzen met 6,2% op jaarbasis in november, lijken beleggers nu rekening te houden met renteverhogingen van de Fed die zowel vroeger zullen komen als agressiever zullen zijn dan de communicatie van de Fed laat uitschijnen. Volgens ons kan de Fed twee renteverhogingen doorvoeren in de tweede jaarhelft van 2022. Het valt nog af te wachten hoe de Fed haar te grote balans zal beheren. Een actieve afbouw van haar balans zou kunnen gebeuren vóór, tijdens of na de eerste renteverhogingen. Voorlopig is dit onderwerp niet op tafel gekomen, maar het zal zeker deel uitmaken van toekomstige beleidsbeslissingen, aangezien het een aanvulling zou kunnen vormen op de tools die de Fed ter beschikking heeft om haar beleid te normaliseren.

De ECB – Symmetrische inflatiedoelstelling en het klimaat

In Europa heeft de ECB een symmetrische inflatiedoelstelling vastgesteld en haar 'forward guidance' versterkt. Voortaan zal de ECB bij haar beoordeling van het monetaire beleid rekening houden met klimaatfactoren. De ECB verwacht op korte termijn dat de inflatie verder zal oplopen, in de loop van 2022 zal afkoelen en in 2023 onder de doelstelling van 2% zal terugvallen. Wat de aankoop van activa betreft, zal het PEPP-programma van 1,875 miljard euro in een trager tempo worden voortgezet en in maart 2022 aflopen. Dat zal worden gevolgd door een soepeler opkoopprogramma van activa.

Het resultaat? Net als in de Verenigde Staten heeft de verwachting dat de Europese CPI rond de 4% zal stijgen, de speculaties over een mogelijke renteverhoging in 2022 aangewakkerd. Deze optie heeft mevrouw Lagarde grotendeels van tafel geveegd tijdens de meest recente communicatie van de ECB over haar monetaire beleidsbeslissing.

De groeilanden zijn een contrast

Deze 'geduldige aanpak' van de centrale banken van de ontwikkelde markten staat in schril contrast met de recente ingrepen van de centrale banken van de groeilanden. Zo heeft Brazilië sinds begin 2021 de rente met 575 basispunten verhoogd, met name met 150 basispunten in oktober, de grootste beweging in één keer van de afgelopen twintig jaar.

De reacties op korte termijn, de resultaten op langere termijn

Enerzijds lopen de centrale banken van de ontwikkelde landen het risico dat ze achter de feiten aanlopen. In dat geval zullen ze mogelijk doortastend moeten optreden als de inflatieverwachtingen uit de hand lopen. De inflatie is nu het belangrijkste pijnpunt voor de bedrijven, terwijl de consumenten de gevolgen van de hogere prijzen voelen. Ook de loondruk moet nauwlettend in het oog worden gehouden omdat dit een terugkoppelingsmechanisme zou kunnen creëren waardoor de inflatie op korte termijn zou kunnen omslaan in een hardnekkiger verschijnsel. Anderzijds kan een agressieve reactie op (mogelijk) tijdelijke inflatie het economisch herstel in het gedrang brengen en een abrupte vertraging uitlokken tegen de achtergrond van wereldwijd hogere overheids- en consumentenschuld.

De aanjagers van de forse prijsstijgingen – met name bottlenecks in de bevoorradingsketen – zullen wellicht nog een paar maanden aanhouden terwijl de energieschok onzekerheid doet ontstaan over de verwachte economische groei. In dat kader zullen de nieuwe reactiefuncties van de centrale banken al gauw op de proef worden gesteld. Alleen de tijd zal uitwijzen of hun geduld wordt beloond met stevige groei en financiële stabiliteit.

Chart: Central Banks Actions Before and Since the Financial Crisis

* Centrale Banken – ontwikkelde markten (DM) = Verenigde Staten, Europese Unie, Verenigd Koninkrijk, Japan, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Zweden, Zwitserland Groeilanden (EM) = China, Mexico, Brazilië, Indonesië, Turkije, Rusland, Zuid-Afrika, Tsjechië, Hongarije, Polen.

Toggle post

03 Dec

Macro week

Hoe moeten we aankijken tegen inflatie in 2022?

Nadège Dufossé

Global Head of Multi-Asset

Thematics week

Thematics week

Het is de thematische beleggingsweek in onze Candriam Outlook Kalender! Van oncologie tot cyberveiligheid, kinderen of circulaire economie, uw belegging kan zelfs de wereld redden.

Toggle post

06 Dec

Thematics week

De online levensleerlijn voor kinderen

Theany Bazet

Thematic Equity Fund Manager

Ter gelegenheid van Sinterklaas, de dag die we vandaag vieren ter nagedachtenis van de patroonheilige van de kinderen, analyseert Theany Bazet, Thematic Fund Manager, op welke manier bedrijven die actief zijn op het gebied van online leren, kunnen bijdragen aan een duurzamere wereld van morgen.

Veel ouders proberen hun kinderen van computerspelletjes en het web af te krijgen door hen een goed boek toe te stoppen. Maar de COVID-19 pandemie heeft heel dit idee over de hele wereld veranderd, althans wat het internet betreft. Tijdens de lockdowns en schoolsluitingen zijn online onderwijsplatforms immers essentiële tools geworden voor het onderwijs van hun kinderen. Dat geldt echter niet voor iedereen.

Ongelijkheid is opnieuw de cruciale segregerende factor gebleken. De mate waarin de sluiting van scholen door de pandemie kinderen trof, hing immers af van de toegang en de tools die hun ouders en scholen zich konden veroorloven om tijdens de pandemie te kunnen blijven leren. Niet alleen wordt een internetaansluiting thuis in veel van de armere landen van de wereld als een luxe beschouwd, veel scholen die van oudsher over te weinig middelen beschikten, hadden tijdens de crisis ook niet de nodige online tools om al hun leerlingen te bereiken, waardoor de digitale kloof nog groter is geworden[1].

De COVID-19-pandemie heeft de tekortkomingen van de verwezenlijking van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstelling 4 van de VN tegen 2030 (kwaliteitsonderwijs voor iedereen) aan de oppervlakte gebracht. Er is echter een digitale kloof, die ervoor zorgde dat kinderen zonder toegang tot technologie tijdens de lockdowns niet konden blijven leren. Om oplossingen te vinden voor een aantal van de zwaarst getroffen landen hebben internationale organisaties zoals UNICEF samengewerkt met bedrijven en aangetoond dat de privésector een positieve rol kan spelen bij crisishulpverlening en bij het verminderen van bestaande ongelijkheden door leerlingen en scholen betaalbare en betrouwbare internettoegang, computerapparatuur en software voor online thuisleerplatforms aan te bieden.

 "Zorgen voor inclusief en eerlijk kwaliteitsonderwijs en levenslange leermogelijkheden voor iedereen stimuleren"

VN Sociale Ontwikkelingsdoelstelling 4

Toen de scholen dicht gingen door COVID

De wereldwijde verstoring van het onderwijs was echt ongezien tijdens de COVID-19 pandemie, aangezien de schoolpoorten voor meer dan 168 miljoen kinderen[2] over de hele wereld gesloten bleven. Ongeveer 214 miljoen kinderen wereldwijd – dat is één op de zeven – hebben meer dan driekwart van hun fysieke lessen gemist[3]. Volgens UNESCO werden 1,6 miljard leerlingen in meer dan 190 landen op het hoogtepunt van de COVID-19 crisis getroffen door schoolsluitingen – waardoor het leerproces en de essentiële dienstverlening aan kinderen en jongeren in de hele wereld, en met name de meest achtergestelde[4], werden verstoord.

Een meerderheid (53%) van de kinderen in lage- en middeninkomenslanden kampt met 'leerarmoede'[5]. Dit is een term die de Wereldbank in haar studie gebruikt om kinderen aan te duiden die zo'n ondermaats onderwijs hebben genoten dat ze op tienjarige leeftijd nog geen eenvoudige tekst kunnen lezen of begrijpen. In het rapport wordt dit cijfer voor arme landen zelfs nog hoger ingeschat (80%), aangezien veel kinderen helemaal niet naar school gaan. Alleen al in de door de crisis getroffen landen volgden in 2019 127 miljoen kinderen en jongeren geen basisschool of middelbare school - dit komt overeen met bijna de helft van de wereldwijde niet-schoolgaande bevolking[6].

Het is dus evident dat de schoolsluitingen als gevolg van COVID vooral ten koste gingen van leerlingen uit groepen die al vóór de pandemie met discriminatie en uitsluiting van onderwijs te maken hadden. De schade aan het leerproces van veel kinderen is grotendeels te wijten aan reeds bestaande problemen, aangezien één op de vijf kinderen al niet naar school ging voordat COVID-19 uitbrak[7].

De duurzame rol van bedrijven

Beleggers zullen hun verantwoordelijkheid moeten opnemen wanneer zij zich aansluiten bij bedrijven, overheden en internationale organisaties in hun inspanningen om de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties (SDG's) en hun basisdoelstelling om "niemand achter te laten" tegen 2030 te realiseren.

Dankzij internationale inspanningen zijn er al voorbeelden te vinden van bedrijven die online leertools kunnen aanbieden, ook aan scholen en leerlingen met beperkte middelen. Het Reimagine Education-programma van UNICEF heeft bijvoorbeeld overheden en bedrijven samengebracht om kinderen en tieners digitale leermiddelen aan te bieden. Er is duidelijk een markt voor betaalbaar online-onderwijs op dit gebied die bedrijven op een duurzame manier kunnen invullen wanneer zij in de voetsporen treden van internationale organisaties. Hierbij kunnen heel wat leveranciers betrokken zijn, aangezien online leren niet alleen uit software bestaat, maar ook uit onderwijsmateriaal en -tools, gaande van tekstboeken tot educatieve radio-uitzendingen, online ondersteunings- en begeleidingsgroepen, alsook podcasts.

Zoals we al vermeldden, was het in de meeste gevallen niet mogelijk online leermiddelen aan te bieden omdat er thuis of op school geen internetverbinding was. In realiteit leven 1,3 miljard kinderen tussen en 3-17 jaar zonder internetverbinding. Er is dus ruimte voor innovatieve commerciële oplossingen in de waardeketen van het online-onderwijs, zowel voor infrastructuur als voor connectiviteitsdiensten.

Dat betekent dat de meeste oplossingen voor een uitdaging zoals online onderwijs in armere landen dus innovatief zullen moeten zijn. Dat komt gewoon omdat de standaardoplossingen toegang tot een pc met internetverbinding vereisen. Zoals we al zeiden, hebben veel armere gezinnen dat gewoon niet. 80% van de wereldbevolking bezit echter een smartphone, wat betekent dat software-apps op een smartphone een doorbraak zou kunnen betekenen. Het betekent ook dat er een grote afzetmarkt is voor gevestigde bedrijven.

Chart: Number of Smartphone Users

In feite zijn er verschillende sectoren die niet alleen van een potentieel sterke groei kunnen profiteren, maar ook aan de duurzaamheidsdoelstellingen op dit gebied kunnen voldoen – zoals infrastructuurbedrijven (waaronder elektriciteitsleveranciers, telecommunicatiediensten, breedband- en draadloze netwerken, toreninfrastructuur, glasvezelbedrijven), hardware (smartphones, tablets, pc's en zelfs educatief speelgoed) en softwarebedrijven (bestaande spelers en nieuwkomers); contentproducenten (uitgevers en onderwijsbedrijven die niet alleen gedrukte, maar ook digitale inhoud aanbieden).

Naast het aanpakken van SDG4 via commerciële oplossingen voor deze sociale uitdaging, zou dit indirect ook bijdragen aan het verminderen van ongelijkheid (SDG10), het verbeteren van gendergelijkheid (SDG5), industrie, innovatie en infrastructuur (SDG9) en partnerschappen voor de doelstellingen (SDG17), terwijl het ook zou doorsijpelen naar SDGs 1 en 2 (geen armoede, geen honger, fatsoenlijk werk en economische groei), aangezien beter onderwijs het pad kan effenen voor meer kansen op latere leeftijd.

De wereldwijde inspanningen om het leven van kinderen wereldwijd te verbeteren zijn tot dusver bijna uitsluitend in handen geweest vanoverheden en internationale instellingen. De marktkrachten beginnen zich ook steeds meer te roeren en beleggers kunnen, als onderdeel van die vergelijking, mee hun schouders zetten onder dit positief project.

De ESG-beweging heeft bewezen positieve verandering teweeg te brengen, door bedrijven aan te moedigen om duurzaamheidscriteria in hun strategische visie op te nemen en tegelijkertijd meer transparantie te eisen. Aandeelhoudersactivisme zet steeds vaker aan tot verandering, betere praktijken en meer verantwoording. Nu sociale kwesties meer in de schijnwerpers zijn komen te staan, staan verantwoorde beleggers niet stil. Ze gaan immers in steeds grotere mate beleggen in bedrijven die het voortouw nemen in een baanbrekende evolutie naar minder ongelijkheid en een rechtvaardigere en eerlijkere samenleving.

 

[1] https://www.hrw.org/report/2021/05/17/years-dont-wait-them/increased-inequalities-childrens-right-education-due-covid

[2] https://data.unicef.org/resources/one-year-of-covid-19-and-school-closures/

[3] https://www.oecd.org/education/the-impact-of-covid-19-on-education-insights-education-at-a-glance-2020.pdf

[4] https://en.unesco.org/news/secretary-general-warns-education-catastrophe-pointing-unesco-estimate-24-million-learners-0

[5] https://www.worldbank.org/en/topic/education/brief/learning-poverty

[6] https://inee.org/resources/20-years-inee-achievements-and-challenges-education-emergencies

[7] https://www.unicef.org/coronavirus/keeping-worlds-children-learning-through-covid-19

Toggle post

07 Dec

Thematics week

2022, het circulaire jaar?

David Czupryna

Head of ESG Development

Toggle post

08 Dec

Thematics week

Kankers doeltreffend aanpakken?

Malgorzata Kluba

Senior Biotechnology Analyst

De oncologie is er de afgelopen decennia met rasse schreden op vooruit gegaan. Kanker is een taaie en complexe vijand – er zijn in feite meer dan 200 types van deze ziekte en ze veranderen voortdurend in antwoord op de behandelingen die ertegen worden ingezet. Tegenwoordig bestaat er een breed scala van verschillende soorten kankerbehandelingen, waaronder chemotherapie, bestraling, doelgerichte therapie, immunotherapie, beenmergstamceltransplantatie, hormoontherapie en chirurgie. Enkele van de meest interessante ontwikkelingen zien we in de precisie-oncologie.

Sommige van de oudste behandelingen, zoals chemotherapie, worden vandaag nog steeds gebruikt, maar ze hebben grote bijwerkingen. Dat komt omdat zij geen onderscheid maken tussen gezonde en kankercellen in ons lichaam – en dus beide doden.

Dankzij beter inzicht in de kankerbiologie, dat we hebben verworven na vele tientallen jaren grondig onderzoek, hebben we doelgerichte behandelingen op punt kunnen zetten. In dit oncologiesegment gebeuren op dit moment bijzonder interessante zaken. Dat geldt ook voor de bedrijven die werken rond deze nieuwe kankerbehandelingen. Deze doelgerichte therapieën maken gebruik van de precieze informatie over kanker om alleen de kankercellen aan te vallen en daarbij de gezonde cellen te sparen, waardoor het slaagpercentage stijgt en de bijwerkingen afnemen.

In de loop der jaren werden er verschillende soorten gerichte behandelingen ontwikkeld, waarvan de meeste de activiteit van eiwitten die kanker helpen gedijen willen afblokken. Het menselijk lichaam ontwikkelt ongeveer 20.000 eiwitten, en ongeveer 600[1] daarvan zijn functioneel belangrijk voor verschillende soorten kanker. Aangezien kanker zonder deze eiwitten niet kan functioneren, is het blokkeren of volledig verwijderen van deze eiwitten een goede strategie om de ziekte te bestrijden.

Geavanceerde antilichaamtherapieën: het immuunsysteem aansturen om kankercellen aan te vallen

Kankercellen kunnen selectief worden bestreden met antilichamen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de subtiele verschillen tussen de zieke en de gezonde cellen. Er bestaan kankerbehandelingen waarbij antilichamen worden gebruikt die speciaal zijn ontworpen om zich alleen te binden aan de eiwitten op het oppervlak van kankercellen en niet aan andere cellen in ons lichaam. Net als bij gewone antilichamen wordt, zodra het doelwit is gevonden (een overeenkomstig kankereiwit), de activiteit ervan uitgeschakeld en krijgt het immuunsysteem het signaal om de indringer aan te vallen.

Antilichaamtherapieën zijn momenteel de snelst groeiende klasse van geneesmiddelen op de markt. Zelfs 35 jaar na de goedkeuring van de eerste behandeling met antilichamen wordt er nog steeds intensief onderzoek naar gedaan om ze efficiënter in te zetten en doeltreffender te gebruiken.

De belangrijkste ontwikkelingen op dit gebied in de afgelopen jaren hebben we gezien rond de zogenaamde bi-specifieke antilichamen en antilichaam-geneesmiddelconjugaten. De bi-specifieke antilichamen kunnen zich binden aan niet één maar twee verschillende soorten cellen, bijvoorbeeld een kankercel aan de ene kant, en de verdedigende T-cel die de kankercel kan vernietigen aan de andere kant.

Antilichaam-geneesmiddelconjugaten combineren de selectiviteit van een antilichaam en de hoge toxiciteit van een geneesmiddel waarmee ze worden versmolten. Op die manier wordt de behandeling toegediend aan kankercellen in plaats van aan gezonde cellen, wat de bijwerkingen vermindert.

Er bestaan honderden soorten verschillende kankers, en elk daarvan heeft vele verschillende soorten eiwitten op het oppervlak van hun cellen die erg snel kunnen muteren om de huidige therapieën te verschalken. Dat neemt niet weg dat we goede kansen hebben om deze strijd te winnen met meer dan 200 bi-specifieke antilichaambehandelingen in ontwikkeling. Recente voorbeelden zijn het bi-specifieke antilichaam van Genmab dat zich momenteel in een gevorderd stadium van klinische proeven voor lymfeklierkanker bevindt, het onlangs goedgekeurde bi-specifieke geneesmiddel van Johnson & Johnson dat gericht is tegen twee afzonderlijke oorzaken van longkanker of het antilichaam-geneesmiddelenconjugaat dat door Daiichi Sankyo in samenwerking met AstraZeneca is ontwikkeld en voor één van de soorten borstkanker is goedgekeurd.

Eiwitafbraak – de kankercellen van binnenuit kapotmaken

Ons lichaam maakt en elimineert voortdurend een enorm aantal eiwitten. De eiwitten waaruit ons lichaam is opgebouwd, blijven er niet eeuwig, ze worden consequent gerecycleerd zodra ze aan het einde van hun levensduur komen. Tijdens dit proces worden eiwitten eerst aangemerkt voor vernietiging met een marker die ubiquitine wordt genoemd, en vervolgens afgebroken binnen een soort afvalbakstructuur die proteasoom wordt genoemd. Dat noemen we eiwitafbraak.

Wetenschappers hebben een nieuw type behandeling gecreëerd die gebaseerd is op eiwitafbraak. Ze maakt gebruik van het ubiquitine-proteasoomproces van ons lichaam om de eiwitten te verwijderen die essentieel zijn voor een goede werking van kankercellen.

Verschillende soorten eiwitafbrekers worden momenteel in klinische studies onderzocht om te bekijken of zij kunnen worden ingezet voor de behandeling van borst- en prostaatkanker en lymfeklierkanker. Er zijn ook proeven in een vroeg stadium om mechanismen voor de afbraak van eiwitten te ontwikkelen voor melanoom, longkanker, colorectale kanker en pancreaskanker. Onlangs heeft deze nieuwe klasse geneesmiddelen enorme belangstelling opgewekt bij zowel grote farmaceutische bedrijven als kleinere spelers.

De voortrekkers op dit gebied zijn verscheidene kleine en betrekkelijk jonge bedrijven die zich uitsluitend op dit gebied toeleggen, zoals Arvinas, Nurix en C4 Theraputics. Ze ontwikkelen eiwitafbrekers voor vele verschillende soorten kanker. Sommige van deze kankersoorten werden vroeger als onbehandelbaar beschouwd, terwijl andere momenteel met verschillende therapieën worden aangepakt. Ze kampen echter met problemen zoals resistentie tegen behandelingen, mutaties binnen de kankercellen en ziekteprogressie. Eiwitafbrekers zouden mogelijk al die beperkingen kunnen oplossen: het doel is kankerbehandelingen te ontwikkelen die eiwitten kunnen afbreken die normaal buiten het bereik van andere geneesmiddelen liggen.

Wat brengt de toekomst?

Dankzij de voortdurend uitbreidende wetenschappelijke kennis over de werking van kankercellen zijn er veel potentiële nieuwe behandelingen die de huidige normen voor de zorg in de nabije toekomst zouden kunnen verbeteren. Het aantal opgestarte klinische proeven in de oncologie is de afgelopen tien jaar ruwweg verdubbeld en zal in 2020 een historisch hoogtepunt bereiken van 1.600 opgestarte studies. Dankzij de vooruitgang in de klinische proeven worden er jaarlijks tientallen unieke nieuwe behandelingsvormen goedgekeurd. Voorbeelden hiervan zijn heel doelgerichte enzymremmers, immunotherapieën op basis van antilichamen en celtherapieën, waarbij de eigen immuuncellen van de patiënt worden verzameld, in het laboratorium worden gemodificeerd en naar het lichaam van de patiënt worden teruggebracht om de kankercellen te bestrijden. Met de regelmaat van de klok verschijnen er nieuwe soorten behandelingen zoals eiwitafbrekers, die een aanvulling vormen op het arsenaal van al goedgekeurde behandelingen.

Ons team zet zijn erg gespecialiseerde expertise en grondige analyse in om een breed scala van ontwikkelingen op het gebied van oncologiegeneesmiddelen op de voet te volgen en richt zich op de bedrijven die zullen profiteren van de potentiële successen op dit gebied.

Candriam steunt het PrecISion Medecine Institute in oncologie (PRISM), een consortium dat bestaat uit het Gustave-Roussy-instituut, de ingenieursopleiding Central Supelec, de universiteit van Parijs Saclay en INSERM. Het richt zich vooral op moleculaire analyse om nauwkeurig het moleculaire mechanisme op te sporen dat de kanker doet groeien in elke patiënt die het risico loopt om eraan te overlijden. Dat noemen we kankermodellering en, indien het succesvol blijkt, kan het op lange termijn ongeveer 200.000 levens per jaar redden. Bekijk het interview met professor Fabrice André – Directeur de la Recherche de Gustave Roussy, oncologue médical spécialiste du cancer du sein en Professeur de médecine à l’Université Paris-Saclay.

 

[1] https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/34131295/

Toggle post

09 Dec

Thematics week

Cyberbeveiliging van bedrijven na COVID: een zilveren randje?

Johan Van Der Biest

Deputy Head, Thematic Equity

Felix Demaeght

Equity Research Analyst

Er zijn weinig gevestigde bedrijven die digitale transformatie niet als één van hun belangrijkste speerpunten beschouwen. En hoewel men het er nog niet eensluidend over eens is wat dit nu precies inhoudt, wordt het algemeen beschouwd als een megatrend. Bovendien is de digitale transformatie, nu werknemers door de COVID-19 lockdowns thuis zijn gaan werken, een megatrend geworden die zich in een snel tempo doorzet.

Een belangrijk onderdeel van de digitale transformatie die aan de gang is, zal een paradigmaverschuiving zijn van een gecentraliseerde "on-premises" IT-architectuur naar een gedistribueerde cloudarchitectuur. Die verschuiving zit nog in een pril stadium, maar wij verwachten dat ze zich zal uitbreiden tot de meeste sectoren, regio's en bedrijfstakken. Het draait niet enkel om de manier waarop bedrijven hun werknemers laten inloggen op interne bedrijfsnetwerken, het internet en diverse toepassingen. Het zal ook gaan over cyberbeveiliging, wat vandaag belangrijker is dan ooit.

Cyberbeveiliging en ESG

Cyberbeveiliging heeft een directe en aanzienlijke impact op milieuveiligheid, de relaties met partners en de beveiliging van gevoelige gegevens, alsook van werknemers[1]. Dat heeft verreikende gevolgen voor de sociale en governance-aspecten van bedrijfsactiviteiten en voor het duurzaamheidsprofiel van bedrijven.

"De mate waarin de raad van bestuur belang hecht aan cyberbeveiliging, kan een lakmoesproef zijn voor de doeltreffendheid waarmee een bedrijf omgaat met cyberrisico's", zo blijkt uit de Principles for Responsible Investment (PRI), 's werelds grootste voortrekker van verantwoord beleggen. Naast de governance-aspecten van cyberbeveiliging zijn er ook sociale aspecten, waaronder de beveiliging rond het verzamelen, bewaren en gebruiken van gevoelige, vertrouwelijke of bedrijfseigen klantgegevens.

Hierdoor zijn veel bedrijven in hun jaarlijkse duurzaamheidsverslagen updates gaan opnemen over de ESG-aspecten van hun cyberbeveiliging. Hoewel dit een positieve ontwikkeling is, moeten we er wel bij zeggen dat bedrijven de neiging hebben om de graadmeters die ze rapporteren op hun eigen leest te schoeien[2] omdat er in dit domein nog steeds geen standaard reportingvoorschriften bestaan.

Wat is er veranderd?

Amper enkele jaren geleden moesten bedrijfsnetwerken de toegang voorzien en beveiliging bieden voor verbindingen die hoofdzakelijk vanaf de kantoor pc's van de werknemers tot stand kwamen. Wanneer werknemers in zeldzame gevallen van op afstand moesten inloggen, werd gebruik gemaakt van een VPN-toepassing (virtueel privé-netwerk).

Het belangrijkste veiligheidskenmerk van dergelijke gecentraliseerde netwerken was een perimeter (firewall), die was ontworpen om zowel de inkomende als het uitgaande trafiek af te schermen.

Door de lockdowns en beperkingen als gevolg van de COVID-19 pandemie is werken op afstand echter een noodzaak geworden, waarop de oude gecentraliseerde IT-infrastructuur niet was voorzien. Die botste op haar grenzen toen duizenden werknemers in bedrijven (in sommige gevallen) op afstand inlogden vanaf duizenden locaties, waarbij sommige misschien onbeveiligde laptops en tablets gebruikten. Werknemers hebben hun pc op kantoor gelaten voor wat het is. De systemen zijn kwetsbaarder geworden en hackers kunnen langs veel meer openingen binnendringen, die verder gaan dan de oude vertrouwde 'firewall'.

Een zilveren randje

Cloud-gebaseerde IT-infrastructuur is al enige tijd een voor de hand liggend alternatief voor het traditionele gecentraliseerde model, maar door de pandemie is het nog belangrijker geworden. Wij verwachten dat de bredere migratie naar de cloud zal versnellen.

Dankzij de opkomst van verschillende aanbieders van clouddiensten, zoals AWS, Microsoft Azure en GCP, is er een bredere en nieuwe visie op IT-infrastructuur ontstaan. In het verleden moesten bedrijven zelf hun hard- en software, zoals servers en databases, aanschaffen en beheren. Vandaag kan IT-infrastructuur worden uitbesteed als "IaaS" (Infrastructure-as-a-service[3]), samen met alle toepassingen en software die daarvoor nodig zijn - Software-as-a-Service[4] (SaaS). Veel beursgenoteerde bedrijven hebben grote belangstelling voor deze nieuwe diensten, en de gemiddelde onderneming gebruikt nu meer dan 100 SaaS-applicaties.

De opmars van de cloud biedt bedrijven de flexibiliteit en schaalbaarheid dat zij voorheen niet hadden.  De cloud biedt ook een ander soort beveiliging. Beveiliging op basis van een centrale perimeter bood gemachtigde gebruikers toegang tot vrijwel alles op dat netwerk. Het is duidelijk dat dit een aanzienlijk risico zou inhouden wanneer iemand van buiten het bedrijf zou willen inloggen, en ook voor de veiligheidsperimeter. Daarom draait cyberbeveiliging tegenwoordig veel meer rond een concept van "zero trust". Telkens wanneer een bekende gebruiker toegang wil krijgen tot een dienst, zoals Salesforce, Office 365 of Zoom, wordt dat afzonderlijk goedgekeurd en wordt de verbinding met die dienst weer verbroken zodra de gebruiker de toepassing heeft afgesloten.  Op die manier wordt er alleen toegang verleend tot de toepassingen die de gebruiker moet gebruiken en kunnen er geen andere toepassingen in het netwerk worden gebruikt. 

Bedrijven die hun aanpak van cyberbeveiliging bijwerken en ontwikkelen, hebben de wind in de zeilen omdat de ESG-geloofsbrieven van cyberbeveiliging erkend worden. Ook verandering is nodig, wat voortvloeit uit de nieuwe werkomgeving. De "overstap naar de cloud", zoals wij het noemen, en het versterken van hun cyberbeveiliging zal bedrijven op de lange termijn in meer dan één opzicht ten goede komen. Omdat de crisis van COVID-19 een zilveren randje heeft, zijn wij er sterk van overtuigd dat deze positieve trends in de nabije toekomst zullen aanhouden. 

Ons team past zijn expertise inzake innovatieve technologieën, digitale transformatie en cyberveiligheid toe om een aantal ontwikkelingen die aan de gang zijn nauwlettend op te volgen, en om de bedrijven te zoeken die zullen profiteren van de groeitrends op deze markten.

 

[1] https://www.darkreading.com/risk/new-report-links-cybersecurity-and-sustainability

[2] https://thestack.technology/cybersecurity-esg-reporting/

[3] https://en.wikipedia.org/wiki/Infrastructure_as_a_service

[4] https://en.wikipedia.org/wiki/Software_as_a_service

Toggle post

10 Dec

Thematics week

Innovators: staan duurzame bedrijven in de voorhoede van markten met lage rendementen?

Geoffroy Goenen

Head of Fundamental European Equity

Antoine Hamoir

Senior Portfolio manager

De steun van de centrale banken tijdens de COVID-19-pandemie heeft beleggers geen windeieren gelegd. Gedurende heel 2021 konden de beleggingsrendementen van de meeste activaklassen garen spinnen bij sterke economische groei, ondersteund door een erg versoepelend begrotings- en monetair beleid, inclusief kwantitatieve versoepeling, op alle belangrijke markten. Aan die periode komt nu echter een einde.

Uit de voornaamste economische indicatoren blijkt immers dat de wereldwijde bbp-groei zijn piek voorbij is en nu gaat vertragen. Het tempo waarin de groei vertraagt, zal bepaald worden door de vraag of de inflatie nog een jaar of langer hoog blijft terwijl de langetermijnrente normaliseert naarmate de centrale banken hun monetaire stimulusprogramma's verder afbouwen.

In een dergelijk klimaat verwachten wij dat de volatiliteit van risicovolle activa in de loop van 2022 sterk zal toenemen. Nu de omzetgroei negatief wordt beïnvloed, zullen cyclische bedrijven het bijzonder moeilijk krijgen. Bij de bedrijven die het naar verwachting beter zullen doen dan gemiddeld horen volgens ons de innovators, die de nodige flexibiliteit hebben om snel in te spelen op snel evoluerende consumententrends en -vraag. Zulke bedrijven worden doorgaans minder zwaar geraakt tijdens periodes waarin de economische groei vertraagt. Terwijl de oplopende inflatie de meeste bedrijven onder druk zet, hebben innovatieve bedrijven bovendien doorgaans een superieur prijszettingsvermogen. Dat is vooral te danken aan het feit dat hun producten en diensten als waardevoller worden beschouwd, waardoor innovatieve bedrijven de stijgende kosten aan hun klanten kunnen doorrekenen.

Een combinatie van duurzaamheid en veerkracht

Aangezien veel innovatieve bedrijven ook inzetten op duurzaamheid, lijken ze bijna te mooi om waar te zijn. Veel van die bedrijven kunnen immers, ondanks hun erg interessante innovatieve ideeën, uitdraaien op een enorme teleurstelling. Ze hebben soms een ongezonde financiële basis, waardoor de beleggingskans verdwijnt als sneeuw voor de zon. Daarom hangt succesvol beleggen op dit gebied doorgaans samen met een strikte selectiediscipline op basis van fundamentele en financiële bedrijfsgegevens.

Volgens ons heeft een goed innovatief bedrijf niet enkel een stevige balans, maar groeien zijn activiteiten ook sterker  dan gemiddeld. Het heeft een sterk en stabiel management, dat ernaar streeft zijn bedrijf tot de beste in de sector te maken. Een management dat niet wordt afgeleid door herstructurering van de activiteiten, de schulden of liquiditeitsproblemen. Kenmerkend is dat het bedrijf sterk blijft inzetten op groeikansen en zijn volledige creatieve potentieel inzet om innovatieve oplossingen te bedenken om deze volop te benutten.

De markt van innovatieve bedrijven breidt zelfs uit dankzij nieuwe regelgeving rond klimaatverandering. Dat betekent dat bedrijven worden gestimuleerd om veranderingen te omarmen en maatregelen te nemen die het milieu willen beschermen, de klimaatverandering willen afremmen en de gevolgen ervan willen beperken. Dat zal zeker zijn nut bewijzen in marktomstandigheden die weinig groeikansen bieden.

Het innovatieve klimaat in Europa

In tegenstelling tot wat vele denken, heeft Europa een erg gunstig klimaat voor innovatieve bedrijven geschapen. Het gaat niet alleen om hoeveel geld bedrijven pompen in onderzoek & ontwikkeling (R&D), maar ook om onderzoekcentra, universitair onderzoek, wetenschappelijke en engineeringnetwerken en de publicatie van onderzoek. Uit cijfers blijkt dat innovatieve bedrijven in Europa beter zijn omgegaan met duurzaamheidsuitdagingen dan hun tegenhangers in andere wereldmarkten. Bovendien zit Europa de Verenigde Staten op de hielen voor wat 'groene' uitvindingen met hoge toegevoegde waarde betreft, met name ESG-uitvindingen die in ten minste twee verschillende landen gepatenteerd zijn.

Chart: Green inventions

Nota: Cumulatieve trend van groene uitvindingen (links), groene uitvindingen met hoge toegevoegde waarde (midden) en het aandeel in de periode 2010-2016 van hoogwaardige, toegekende en internationale uitvindingen (rechts) voor grote economieën in hun totale aantal groene uitvindingen. 'Hoge toegevoegde waarde' betekent dat de uitvinding in ten minste twee verschillende regio's van de wereld is gepatenteerd.

Kansrijke segmenten

We zien veel interessante innovatieve niches ontstaan in tal van sectoren, maar we vinden het zeker een opsteker voor beleggers dat zovele ervan verband houden met ESG. Dat wordt vooral gedreven door consumenten en klanten van verschillende bedrijven, die hun eigen doelstellingen en verwachtingen hebben met betrekking tot de ESG-agenda. Ongeacht de sector waarin zij actief zijn, hebben bedrijven behoefte aan innovatieve oplossingen om hun  objectieven te bereiken.

Met betrekking tot duurzame innovatieve oplossingen gaat een groot deel daarvan natuurlijk over klimaatverandering, maar veel ook niet. Talrijke innovaties op het vlak van klimaatverandering zijn immers gerelateerd aan vertrouwde zaken, zoals effectievere isolatie van gebouwen, energie-efficiënte technologieën, waaronder elektrische voertuigen, vervoer op waterstof en innovatieve oplossingen om de uitstoot van broeikasgassen (BKG) te verminderen.

Er zijn ook minder voor de hand liggende oplossingen in deze categorie, zoals het gebruik van enzymen en microbiologische oplossingen in tal van industriële processen om deze te vereenvoudigen, een betere energie-efficiëntie te bereiken en giftige chemicaliën te vervangen. Of denk bijvoorbeeld aan een voederadditief voor koeien dat de methaanproductie door hun spijsverteringsstelsel met één derde vermindert, met ongeveer 30%. Methaan is een broeikasgas dat tachtig keer krachtiger is dan koolstofdioxide.

Naast klimaatverandering zijn er nog andere innovaties die sterk op duurzaamheid gericht zijn, zoals

medische behandelingen, vaccinatie, biotechnologie, artificiële intelligentie, quantumcomputing en nieuwe materialen. En het is goed om weten dat in een lagegroeiomgeving beleggen in innovatieve bedrijven ook  één  van de beste manieren is om toegang te krijgen tot enkele van de beste rendementsbronnen.

Impact week

Impact week

Deze week is ons Outlook-thema Impact – de vele betekenissen en gedaanten van Impactbeleggen. Hoe definieert u Impact?

Toggle post

13 Dec

Impact week

Uitstoot in de VS, Europa en China: wie zit er op het goede spoor?

Emile Gagna

Macroeconomist

De uitkomst van de COP-26 conferentie van de Verenigde Naties in Glasgow vonden veel waarnemers eerder teleurstellend. Drie economieën zijn verantwoordelijk voor meer dan de helft van de uitstoot van broeikasgassen. We brengen in kaart waar de tekorten liggen.

Nog steeds niet op schema voor 1,5 graden C°

De COP26 had zich tot doel gesteld om de CO2-uitstoot sneller af te bouwen om de opwarming van de aarde binnen een vork van 1,5°C tot 2°C te houden, met inachtneming van het 'subsidiariteitsbeginsel', volgens hetwelk elk land zich naar eigen inzicht organiseert en zijn eigen nationaal vastgestelde bijdrage (NVB) vaststelt. Volgens Climate Action Tracker zou dankzij deze toezeggingen de opwarming van de aarde beperkt moeten blijven tot 2,4°C (vergeleken met 2,7°C vóór de COP). Om die 1,5°C-doelstelling te halen, moet de wereldwijde netto CO2-uitstoot tegen 2030 met 45% worden verminderd ten opzichte van de niveaus van 2010, en tegen 2050 dalen tot netto nul. Maar zelfs als de meest recente NVB's worden verwezenlijkt, zou de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen in 2030 nog steeds hoger liggen dan in 2010!

We kennen allemaal de belangrijkste spelers. De Verenigde Staten en Europa zijn samen goed voor een kwart van de wereldwijde uitstoot (respectievelijk 15% en 10%), terwijl China iets meer dan een kwart voor zijn rekening neemt (27%). Deze drie economieën alleen al stoten nu meer dan de helft van alle CO2uit.[1]

De extra broodnodige inspanningen -- Ontwikkelde landen

Ze gaan weliswaar uit van een sterk uiteenlopend uitstootniveau, maar Europa en de Verenigde Staten hanteren vergelijkbare doelstellingen - tegen 2050 koolstofneutraal worden. Om dit doel te bereiken, hebben de Verenigde Staten een tussentijdse doelstelling voor 2030 vastgesteld om de uitstoot met 50 tot 52% te reduceren ten opzichte van de niveaus van 2005, terwijl Europa een tussentijdse doelstelling heeft vastgesteld om de uitstoot met 55% te verminderen ten opzichte van de niveaus van 1990. Deze doelstellingen zijn ambitieus - maar de recente afbouwtrend van de koolstofintensiteit handhaven (CO2-uitstoot per eenheid bbp) zal niet volstaan! Zonder een meer uitgesproken vermindering van de koolstofintensiteit zal de uitstoot in 2050 in beide regio's ver boven de doelstelling van koolstofneutraliteit liggen (Afbeelding 1).

Chart: Figure 1: Developed Nations CO2 Emissions - EU and US

Het traject voor China

China koestert de ambitie om tegen 2060 koolstofneutraal te zijn. Het streefcijfer voor 2030 is bescheidener: het is de bedoeling de koolstofintensiteit[2] met 65% te verminderen ten opzichte van 2005. Aangezien China economisch sterk blijft groeien, zal de uitstoot van dat land dus blijven stijgen, met een piek net voor 2030. Dat neemt niet weg dat er aanzienlijke inspanningen geleverd moeten worden om deze doelstellingen te bereiken. In vergelijking met het tempo waarin de Verenigde Staten sinds 1996 hun koolstofintensiteit hebben afgebouwd (toen de intensiteit van de VS vergelijkbaar was met die van China nu) of met die van de Europese Unie, die nog eerder begon, lijkt de vermindering van de koolstofintensiteit die China heeft aangekondigd nog steeds ambitieus (Afbeelding 2).

Chart: Figure 2: China CO2 Emissions Trajectory

Wat met de kloof tussen 'Doel' en 'Traject'?

De grafieken van de uitstoot laten een rechte lijn zien 'Doel' tussen hoe de landen vandaag presteren, en hun netto zero uitstootdoelstellingen. Zij geven ook een rechtlijnig 'Traject' weer, gebaseerd op uitstootverbeteringen die daadwerkelijk zijn bereikt in de tien jaar vóór Covid-19.

En de kloof? In de veronderstelling dat we onze doelstellingen daadwerkelijk halen, geeft die groeiende kloof aan hoe groot het probleem is dat de financiële markten moeten helpen aanpakken. Misschien is dit de reden waarom Impact zo'n populair woord is in het beleggingsvocabulaire van vandaag.

 

[1] Het huidige uitstootniveau is weliswaar relevant voor het voorspellen van de toekomstige wereldwijde uitstoot, maar de uitstootgeschiedenis is ook van belang om doelstellingen vast te leggen tussen ontwikkelde en opkomende landen. Terwijl de VS en Europa momenteel ruwweg een kwart van de nieuwe uitstoot voor hun rekening nemen, is meer dan de helft van de cumulatieve uitstoot die zich reeds in de atmosfeer bevinden, afkomstig uit deze twee regio's. China mag dan wel een vierde van de nieuwe uitstoot voor zijn rekening nemen, maar minder dan 13% van de broeikasgassen die zich reeds in de atmosfeer bevinden, zijn aan dit land toe te schrijven.

[2] Koolstofintensiteit is de hoeveelheid koolstofuitstoot per dollar bbp. Het is een maatstaf voor de inspanningen die landen leveren om hun economie koolstofvrij te maken. In snel groeiende landen kan deze vermindering van de koolstofintensiteit worden gecompenseerd door een hoge bbp-groei - dit is met name het geval voor China, waar de koolstofintensiteit sinds het begin van de jaren '90 is gedaald terwijl de koolstofuitstoot tegelijkertijd is gestegen!

Toggle post

14 Dec

Impact week

Kan impact de zingeving van het bedrijf zijn? Het meten van 'zuivere' impact

Maïa Ferrand

Co-Head of External Multimanagement

'Impact' is een belangrijk woord dat we moeten definiëren bij beleggen – en een concept dat moeilijk kan worden gemeten, gerapporteerd en vergeleken. In onze private equity-beleggingen bedoelen we een bedrijf dat specifiek is opgericht met het doel een meetbare maatschappelijke impact te creëren – en waarbij de hoeveelheid impact die wordt gegenereerd nauw samenhangt met de mate van winstgevendheid.

Casestudies over het meten en beheren van impact

De maatschappelijke doelstellingen van 'Impact'-fondsen van grote, beursgenoteerde aandelen kunnen zo breed zijn als een portefeuille van beursgenoteerde bedrijven die de koolstofuitstoot van de portefeuille beperken, wellicht met behulp van een dataprovider zoals Trucost om de voetafdruk van de portefeuille te meten en te rapporteren. Dat is vrij nieuw.

Aan de andere kant van het spectrum kan worden belegd in 'Impact'-bedrijven die werden opgericht met specifieke maatschappelijke - ecologische of sociale - doelstellingen. Bedrijven die daadwerkelijk zijn opgericht met het doel specifieke maatschappelijke doelstellingen te verwezenlijken, zijn op dit moment nog meestal klein en niet-genoteerd. En hoe meten we erg specifieke impact, zoals het scheppen van banen voor werknemers met een beperking of de ontwikkeling van technologieën voor groene energie? Het beheer van een fonds van impactfondsen vereist dat we op meerdere niveaus meten en controleren: op het niveau van het onderliggende bedrijf, het private-equityfonds en de portefeuilles van dakfondsen.

Het heeft tientallen jaren geduurd voordat op het gebied van financiële verslaglegging normen werden vastgelegd aan de hand waarvan bedrijven uit diverse sectoren met elkaar konden worden vergeleken. Hoe kunnen we impact meten? En hoe kunnen we 'Impact'-metingen consolideren over meerdere soorten bedrijven in een portfolio bedrijven?

We beginnen met de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de VN (SDG's), die een internationaal aanvaard conceptueel kader bieden en door duurzame beleggers veel worden gebruikt.

Elk bedrijf rapporteert elk kwartaal over beide graadmeters, impact en winst. Portefeuillemaatschappijen en de private equity-aandeelhouders leggen één tot drie Key Performance Indicators (KPI's) vast, die gekoppeld zijn aan het specifieke bedrijfsdoel van elk bedrijf. Door te zetelen in de impactcomités van elk fonds waarin wij beleggen, spelen wij een actieve rol. De KPI's worden gekoppeld aan de SDG-doelstellingen. Op onze beurt delen wij deze in zes thematische SDG-categorieën in.[1] Zo kunnen we op fondsniveau rapporteren over zowel de impact- als de financiële resultaten.

Ter illustratie beschrijven we twee bedrijven van twee verschillende impactfondsen.  

Bedrijf 1: Okeenea

Zingeving van het bedrijf: Okeenea werd opgericht om de zowat 12 miljoen mensen met een beperking in Frankrijk mobieler te maken. Wereldwijd leven meer dan één miljard mensen – 15% van de bevolking – met een beperking. Twee derde krijgt moeilijk toegang tot vervoer en openbare ruimten. Mobiliteit voor mensen met een beperking is een belangrijk issue voor burgerschap, onderwijs, gezondheid, werk en cultuur.

Producten en diensten: Okeenea combineert nieuwe en digitale technologieën om oplossingen te creëren voor mensen met mobiliteitsbeperkingen, en om steden en diensten toegankelijker en veiliger te maken voor iedereen. Enkele van die producten zijn geactiveerde APS (Accessible Pedestrian Signals voor blinde voetgangers), geluidsbakens en multisensoriële kaarten. In Frankrijk heeft 20% van de bevolking te kampen met een of andere beperking.

Okeenea heeft momenteel vier productlijnen, waaronder geluidssignalisatie voor mensen met een visuele beperking, bouwproducten voor toegankelijkheid en nalevingsnormen, aangesloten digitale oplossingen voor 'inclusieve' mobiliteit, en een online distributiebedrijf voor toegankelijkheidsapparatuur. 

Impactreporting: Okeenea is nu de Franse leider in toegankelijkheid. In Frankrijk zijn er meer dan 200.000 APS geïnstalleerd. Enkele projecten waren onder meer de Parijse luchthavens, het Louvre museum, de ACCOR hotelgroep, het Parijse RATP openbaarvervoersysteem, en het Franse SNCF nationale spoorwegsysteem. Hierna volgden installaties in de vijf grootste Russische treinstations en het New York City Department of Transportation.

Okeenea: Impact Measurement and Reporting

Bedrijf 2:  SkillLab

Zingeving van het bedrijf: SkillLab werd opgericht om werknemers in achtergestelde gemeenschappen, zoals vluchtelingen, migranten en clandestiene arbeiders, aan een baan te helpen. Traditionele vormen van erkenning van vaardigheden schieten vaak tekort om de capaciteiten van deze werknemers te bewijzen. Als gevolg daarvan kunnen deze bevolkingsgroepen uitgesloten worden van de formele arbeidsmarkt, hoewel ze over inzetbare vaardigheden beschikken.

Producten en diensten: SkillLab BV, dat gevestigd is in Amsterdam, biedt gelijke kansen door middel van op partnerschap gebaseerd onderwijs en werkgelegenheid voor alle werkzoekenden. Het bedrijf is gevestigd in Amsterdam en kijkt eerder naar competenties dan naar kwalificaties om onbekende praktische vaardigheden van kwetsbare jongeren te helpen blootleggen. Het gebruikt een unieke matching-technologie om de ongelijkheid op grond van geslacht, etniciteit en achtergrond voor werkzoekenden te verminderen. Hoe meer vaardigheidsprofielen er worden opgesteld en ingevuld, hoe meer gegevens er worden verzameld en hoe nauwkeuriger en beter de overeenkomsten worden. Huidige klanten zijn onder meer de Internationale Arbeidsorganisatie van de VN (IAO), de stad Amsterdam en Springhouse. Het bedrijf richt zich op achtergestelde werkzoekenden, zoals ontheemde werknemers, vluchtelingen en informele werknemers. SkillLab won in 2019 de Google AI Impact Challenge, waardoor ze hun algoritme verder konden verbeteren en vluchtelingen effectiever in banen konden plaatsen.

Impactreporting: Het doel van SkillLab is om over drie jaar 150.000 achtergestelde werkzoekenden te helpen. Door Covid-19 zijn er minder banen voor het rapen en zijn de mobiliteitsproblemen vergroot, waardoor op middellange termijn de vraag naar doeltreffender technologische oplossingen voor de werkgelegenheid waarschijnlijk zal toenemen. Op korte termijn kan Covid-19 dus tot enige afwijking van het plan leiden, terwijl het op middellange termijn de vooruitzichten voor de diensten van SillLab zou kunnen verbeteren.

SkillLabs: Impact Measurement and Reporting

De volgende stappen

Beleggers eisen steeds meer verantwoordelijkheid en verantwoording van de bedrijven waarin we beleggen. Bedrijven die daadwerkelijk zijn opgericht met de bedoeling een maatschappelijke impact te creëren, zowel op ecologisch als sociaal vlak, zijn de zuiverste vorm. Naarmate dit nieuwe soort bedrijven manieren ontwikkelt om de impact te meten en te rapporteren, kunnen hun ervaringen de bredere financiële sector helpen om een formeel systeem van impact accounting in te voeren. Wij zijn ervan overtuigd dat wij onze ervaring moeten inzetten om dit te helpen slagen.

 

[1] Volgens het kader van de Cambridge Investor Leadership Group zijn deze zes thema's: basisbehoeften, zekere voorziening van hulpbronnen, gezonde ecosystemen, klimaatstabiliteit, fatsoenlijk werk en welzijn.

Toggle post

15 Dec

Impact week

Hoe kunnen beleggers in private leningen een impact creëren?

Vincent Compiègne

Deputy Global Head ESG Investments & Research

Rechtstreekse beleggingen zouden weleens het ultieme engagement kunnen zijn tussen beleggers en de bedrijven waarin ze investeren. Maar het hoeft geen private equity-belegging te zijn. Ook beleggers in onderhandse leningen spelen immers vaak een strategische rol in de ondernemingen waaraan zij leningen verstrekken, en bekleden zelfs bestuursfuncties. En er is goed nieuws de categorie impactbeleggingen mikt steeds meer op marktconforme of bovengemiddelde rendementen.

Beleggingen in private leningen: Twee wegen naar impact

Over private leningen wordt vaak rechtstreeks onderhandeld tussen de beleggingsfirma en het bedrijf dat de lening aangaat. Vaak vertrouwen de ontleners op financieel en strategisch advies van de beheerders van deze leningen.

Deze nauwe relatie biedt twee manieren om impact te creëren. Ten eerste kunnen de werkrelatie en de dialoog tussen de beleggers en het bedrijf ervoor zorgen dat deze bedrijven, vaak kleinere ondernemingen, beter begrijpen hoe zij hun bedrijfspraktijken of in hun productaanbod kunnen verduurzamen.

Een nog winstgevender pad – zowel in termen van impact als van financiële voordelen – kan worden bewandeld met bedrijven die we beschouwen als duurzame "Pure Players". Als beleggers kunnen wij deze bedrijven rechtstreeks doen inzetten op specifieke milieu- of sociale doelstellingen door rentetarieven aan Key Performance Indicators te koppelen. Een tweede gebied waarop wij een impact kunnen hebben is "evoluerende duurzaamheid", met bedrijven die bereid zijn duurzamere methoden te overwegen.

Bij Candriam vragen we om heel specifieke informatie. Onze due diligence vragenlijst verzamelt immers  informatie die wij gebruiken in onze eigen ESG-analysemodellen voor bedrijfsactiviteiten en stakeholders. Wij gebruiken deze informatie om onze meetings met het bedrijf voor te bereiden, en om Key Performance Indicators (KPI's) te ontwerpen en vast te leggen. De rentevoet is gekoppeld aan deze KPI's, zodat het zowel voor de onderneming als voor de belegger van belang is indicatoren te maken die de impact die het bedrijf creëert, duidelijk in kaart brengen.

Hieronder presenteren wij een casestudie van elk van beide types. Wij kiezen voor Evoluerende Duurzaamheid, omdat dit meer vertrouwd is bij duurzame beleggers.

Praktijkvoorbeeld van Evoluerende Duurzaamheid – Pyrex

Bedrijf – Pyrex is een in Frankrijk gevestigde fabrikant en distributeur van kookgerei van gehard glas. Dit is een energie-intensief proces, dat hoofdzakelijk met gasgestookte ovens wordt vervaardigd, met een klein aantal elektrische ovens.

Impact – Het is belangrijk dat duurzaamheid bij Europese industriële bedrijven wordt aangemoedigd en beloond. De EU wil immers voorkomen dat ze CO2 'importeert' door goederen te kopen die zijn vervaardigd in regio's die energie met een hoge uitstoot produceren. Nu diverse landen hun regelgeving verstrengen, is het verleidelijk om offshore te produceren. De verschuiving van de productie met hoge uitstoot naar minder gereguleerde markten verplaatst niet alleen het probleem. Wanneer de productie immers verschuift van een regio met elektriciteit uit aardgas naar een regio met elektriciteit uit steenkool, wordt het probleem voor iedereen nog erger. Deze 'geïmporteerde' CO2 is het afgelopen decennium een enorm probleem geweest voor de EU. Met betrekking tot sociale criteria houdt de industrie binnen de regio het evenwicht aan tussen werkgelegenheid en onderzoek. Betaalbaar kookgerei met een lage uitstoot kan immers het gebruik van plasticfolie en andere wegwerpartikelen terugdringen.

Het ondersteunen, informeren en aanmoedigen van dit soort industriële ondernemingen kan maatschappelijke voordelen opleveren, zowel op milieu- als op sociaal gebied. Aan deze maatregel moet in alle industriële sectoren nog hard worden gewerkt. Pyrex heeft het potentieel om bij te dragen aan meerdere Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de VN. Hoewel ze vergelijkbaar zijn met de contacten met emittenten van beursgenoteerde effecten, kunnen de nauwere banden tussen het management en beleggers bij deze onderhandse leningen zorgen voor meer vertrouwen, nauwere communicatie en een snellere invoering van nieuwe werkwijzen.

Impactreporting – Een mogelijke KPI, of Key Performance Indicator, zou het aantal vrouwen met een voltijdse baan (FTE) kunnen zijn. Onze due diligence en analyse hekelen een gebrek aan diversiteit als een van de punten die nog kunnen worden verbeterd. Een andere potentieel nuttige KPI zou de Scope 2 koolstofuitstoot zijn. Dat is de indirecte uitstoot als gevolg van de aankoop van elektriciteit, stoom, enz. Dit zou zowel een efficiënter gebruik van energie als de migratie naar groene energie aanmoedigen en de aankoop van elektriciteit uit fossiele brandstoffen ontmoedigen.

Pyrex: Impact Measurement and Reporting

Praktijkvoorbeeld van duurzame "Pure Play" – Eden Futures

Business  Eden Futures biedt gestructureerde woondiensten en ondersteuning voor volwassenen met leermoeilijkheden, autisme, geestelijke gezondheid en andere behoeften. Hun bedrijfsmodel, dat in heel Midden- en Noord-Engeland wordt toegepast, wil het leven van hun klanten verbeteren door hen ondersteuning en vaardigheden te bieden die hen zelfstandig maken en een betere levenskwaliteit geven.

Impact – Het bedrijfsproduct en de impactdoelstelling zijn voor dit bedrijf één en hetzelfde. Als "pure play" kan de schuld dit geval zodanig worden gestructureerd dat de KPI's aan de rentevoet worden gekoppeld. De ontlener wordt beloond met een lagere rente als de overeengekomen KPI's worden gehaald.

Zoals meestal het geval is, moeten de KPI's zorgvuldig worden gekozen en gestructureerd om het beoogde resultaat te bevorderen. Een lager personeelsverloop wijst bijvoorbeeld op een betere zorg voor en ondersteuning van klanten, een meetbare indicator van de impactdoelstelling. Een lager personeelsverloop kan ook leiden tot betere marges, een betere schulddekking en een ontlener van hogere kwaliteit voor de particuliere schuldbelegger.

Potentiële KPI's – Enkele meetbare indicatoren die worden besproken zijn het personeelsverloop en de certificering van faciliteiten. Hoogwaardig menselijk kapitaal is een belangrijke input, en in de vragenlijst wordt om informatie over verschillende aspecten gevraagd. Het gebruik van een KPI op basis van het personeelsverloop biedt een becijferde indicator van de kwaliteit. Een andere potentiële KPI is de certificering door de Engelse Care Quality Commission, zowel wat betreft het aantal eenheden als de beoordeling, die in dit geval in belangrijke mate wordt bepaald door de mening en beoordeling van de klant.

Eden Futures: Impact Measurement and reporting

Is dit een 'Win-Win'?

Wij zijn ervan overtuigd dat een aanzienlijke korting op de financieringsrente, gekoppeld aan ambitieuze impactdoelstellingen en voortdurende ondersteuning, een effectieve stimulans kan zijn voor een betekenisvolle impact – met andere woorden, meetbare sociale en milieuverbeteringen.

Aangezien beleggers in onderhandse leningen een illiquiditeitspremie ontvangen, is een korting van maximaal 50 basispunten op de leningmarge voor de duurzame belegger geen enorm groot verlies. Het is een duidelijke incentive voor een bedrijf om het overeengekomen maatschappelijke effect te bereiken.

In 2022 zullen wij doorgaan met de beoordeling van en de samenwerking met impact ontleners om hen te helpen hun financiële impactresultaten te verbeteren. 

Toggle post

16 Dec

Impact week

Kunnen duurzame obligaties een impact hebben?

Céline Deroux

Senior Fixed Income Strategist, Global Bonds

Obligatiehouders zijn de belangrijkste financieringsbron voor nieuwe projecten en groei. Aandeelhouders mogen stemmen, maar debiteuren kunnen nieuwe projecten mogelijk maken – of ze de nek omwringen door hogere rentes te eisen voor een slechte kapitaaltoewijzing.

Uitdagende tijden, uitdagende kapitaalbehoeften

Collectieve actie is nodig om de ecologische en sociale uitdagingen waarvoor wij staan, aan te pakken. De langetermijninvesteringen moeten nu beginnen, met kapitaal dat dit decennium nodig is.

We denken hierbij aan enkele voorbeelden:

  • Wat het milieu betreft, streeft de EU ernaar om de uitstoot met minstens 55% te reduceren tegen 2030, om in 2050 uit te komen op een netto nuluitstoot. De VS hebben ook doelstellingen aangekondigd om de uitstoot te verminderen tegen 2030, een koolstofvrije elektriciteitssector tegen 2035, en koolstofneutraliteit tegen 2050.
  • Sociale uitdagingen krijgen steeds meer de aandacht van beleggers. Minder dan de helft van de wereldbevolking had in 2017, vóór Covid-19, essentiële gezondheidsdiensten. Ook in onderwijs moet er worden geïnvesteerd. Zowat 258 miljoen kinderen gingen in 2018 niet naar school, bijna een vijfde van de wereldbevolking in de schoolgaande leeftijd.

De vastrentende markten spelen een sleutelrol

De internationale kapitaalmarkten zijn onontbeerlijk voor de decarbonisering van de wereldeconomie en het terugdringen van sociale ongelijkheid. De vastrentende markten zijn de grootste activaklasse in het wereldwijde financiële landschap en bieden een gestage bron van vers kapitaal.

De categorie duurzame obligaties, die bedoeld zijn om milieu- of sociale projecten te financieren of om duurzaamheidsdoelstellingen te stimuleren, groeit snel. Na de aanzienlijke emissieactiviteit en de grote belangstelling van beleggers in 2021 is de categorie van duurzame obligaties gegroeid tot 1,9 biljoen dollar, en zou ze tegen 2025 meer dan 5 biljoen dollar kunnen bedragen.

Een recordjaar

De uitgifte van duurzame obligaties -- met inbegrip van groene, sociale, duurzaamheids- en aan duurzaamheid gekoppelde categorieën -- bereikte 886 miljard dollar in november van dit jaar, een stijging van 115% ten opzichte van het aanbod over heel 2020. Groene obligaties van bedrijven, en vooral van overheden, stegen met 95%. Sociale obligaties gingen er met 57% op vooruit, waarbij de EU en organisaties als CADES en UNEDIC in belangrijke mate bleven bijdragen tot deze categorie.

Terwijl groene obligaties nog steeds goed zijn voor het leeuwendeel van de categorie duurzame obligaties, met een aandeel van 60% van de uitstaande obligaties, boeken sociale en duurzaamheidsobligaties een indrukwekkende vooruitgang. De emittenten van de overheden in groeilanden, waaronder Chili, Peru, Benin en Maleisië, waren de koplopers wat betreft de toename van 142% in duurzaamheidsobligaties, samen met de emissies van ontwikkelingsbanken.

Aan duurzaamheid gekoppelde obligaties werden voor het eerst geïntroduceerd in 2020, goed voor een uitgifte van 7 miljard dollar. In 2021 werd voor 112 miljard dollar aan dergelijke obligaties uitgegeven, met rentevoeten die gekoppeld zijn aan specifieke Key Performance Indicators of KPI's. Een aantal emittenten van hoogrentende obligaties heeft de markt voor aan duurzaamheid gekoppelde emissies aangeboord, zoals Rexel, Teva, Verallia en Faurecia.

Gemiddeld waren groene en duurzame obligaties meer overingetekend dan conventionele obligaties, wat wijst op een grote belangstelling van beleggers. De 'greenium', of groene premie, is licht negatief; dat wil zeggen dat groene obligaties momenteel spreads bieden die 2 tot 5 basispunten lager liggen dan die van conventionele obligaties. Sinds september is het tempo opgevoerd; nu de eindejaarperiode voor de deur staat, valt de helft van de totale nieuwe schulduitgifte onder de categorie duurzame obligaties.

Wat nomenclatuur

De activaklasse van de duurzame obligaties, die zelf vrij nieuw is, bestond tot voor kort uitsluitend uit groene obligaties. De activaklasse van de duurzame obligaties omvat nu deze vier categorieën:

  • Groene obligaties – financiering van projecten met specifieke groene effecten
  • Sociale obligaties – financiering van projecten met een sociale impact
  • Duurzaamheidsobligaties – projecten met een mix van groene en sociale projecten
  • Aan duurzaamheid gekoppelde obligaties – deze obligaties financieren geen specifieke projecten, maar hun coupons zijn gekoppeld aan ESG-topics en het betaalde rentepercentage hangt af van het realiseren van vooraf vastgelegde Key Performance Indicators.

ICMA – International Capital Market Association
NACE – Statistische Classificatie van Economische Activiteiten / Sectoren in de EU

Gegevensbronnen: alle markt- en emissiegegevens van Bloomberg.

De EU is koploper

Het EU Next Generation na Covid-19 herstelplan, dat groene en digitale activiteiten ondersteunt, verwacht 30% van zijn programmamiddelen te verzamelen via de uitgifte van groene obligaties. Met een potentieel van 250 miljard euro nieuw papier tussen 2021 en 2026 zal de EU een van de grootste groene emittenten ter wereld zijn.

De EU heeft alleen al in oktober 2021 12 miljard euro uitgegeven, met groot succes. We verwachten dat in er 2022 nog eens voor 40 miljard euro aan EU-papier zal worden uitgegeven. Het in september 2021 onthulde Next-Gen Green Bond Framework sluit aan bij de wereldwijde ESG-strategie van de Commissie, is afgestemd op de ICMA Green Bond Principles en voldoet op één na aan alle voorwaarden van de EU-Taxonomie (de vermelding van door de NACE gedefinieerde sectorcodes). De opbrengst is bestemd voor onderzoek en innovatie, samen met digitale technologieën ter ondersteuning van de groene transitie, energie-efficiëntie, schone energie, aanpassing aan de klimaatverandering, water- en afvalwaterbeheer, schoon vervoer, natuurbescherming, rehabilitatie en biodiversiteit.

Meer dan 1 triljoen dollar nieuwe duurzame financiering voor 2022?

We voorspellen dat er in 2022 meer dan 1 biljoen dollar aan duurzame obligaties van alle vier types zal worden uitgegeven, met 500 miljard dollar aan groene obligaties omdat bedrijven groenere oplossingen zoeken. Landen hebben veel belang bij de financiering van hun groene transitie. Voor duurzame obligaties wordt een volume van ongeveer 250 miljard dollar verwacht. Vooral emittenten uit de groeilanden zullen dit segment blijven verkennen. Aan duurzaamheid gekoppelde obligaties zullen op grote belangstelling blijven kunnen rekenen, vooral van hoogrentende emittenten en in sectoren zoals kapitaalgoederen of niet-cyclische consumentengoederen. Wij voorspellen dat ongeveer 200 miljard dollar zal worden gebruikt voor aan duurzaamheid gekoppelde obligaties. Sociale obligaties zullen hun opmars voortzetten, maar de markt moet meer duidelijkheid krijgen over de sociale taxonomie alvorens een duwtje in de rug te krijgen.

Beleggers worden steeds meer nauwgezet

Beleggers worden steeds specifieker, gedetailleerder en veeleisender als het gaat om beweringen en beleggingen op het gebied van ecologie, sociaal welzijn en governance (Environmental, Social, and Governance - ESG). Een voordeel voor obligatiebeleggers is dat schuldpapier kan worden beperkt tot bepaalde activa of projecten. Naarmate beleggers steeds meer vraag krijgen naar duidelijkheid over ESG en impact, erkennen emittenten dat instrumenten die een definieerbare impact financieren gemakkelijker verkopen en meer transparantie bieden.

Steeds meer mogelijkheden!

De markt voor duurzame obligaties is nu al diep, gediversifieerd en biedt talrijke mogelijkheden. Wij verwachten dat ze zal blijven uitgroeien tot een aanzienlijke activaklasse. Door te beleggen in instrumenten met doelstellingen zoals de decarbonisering de economie en het ondersteunen van de andere Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de VN, hebben beleggers een bijkomend arsenaal om verantwoord te beleggen in vastrentende waarden die verder gaan dan ESG-integratie.

Regelgeving, aanbod en gedrag van beleggers zullen de trend bepalen. Naarmate de activaklasse verder groeit en steeds complexer wordt, zijn er meer opties beschikbaar en is er meer expertise en selectiviteit vereist.

Toggle post

17 Dec

Impact week

Hoe moeten geëngageerde beleggers impact creëren in vastrentende beleggingen?

Benjamin Chekroun

Stewardship Analyst

Search for return week

Search for return week

Deze week zijn we op zoek gegaan naar nieuwe rendementsbronnen – gaande van vastgoed tot aandelenmarkt-neutraal, groeilandenkrediet, risicoarbitrage en zijn we zelfs tot in China gegaan.

Toggle post

20 Dec

Search for return week

Het nieuwe China is er. Een feit of een grap?

Jan Boudewijns & Paulo Salazar

co-Heads of Emerging Market Equities

Jamie Dimon, de CEO van JPMorgan, moest publiekelijk diep door het stof gaan voor zijn 'grap' tijdens een recente reis naar Hongkong. "De Chinese Communistische Partij viert dit jaar haar honderdste verjaardag. JPMorgan ook," zei hij, verwijzend naar het feit dat de bank al honderd jaar actief is in China. "En ik durf te wedden dat wij langer zullen overleven", besloot hij.

Jack Ma, de oprichter van Alibaba en een van de rijkste mensen van Azië, had dhr. Dimon kunnen waarschuwen dat het communistische leiderschap van China niet graag als een grap wordt beschouwd. Amper één jaar eerder werd een van de grootste beursintroducties ooit, Alibaba's Ant Finance, op het laatste moment plotseling afgebroken door de Chinese autoriteiten. Er waren natuurlijk officiële redenen, maar de beslissing volgde na een toespraak van Jack Ma die de partij bekritiseerde omdat ze te conservatief zou zijn en innovatie zou tegenhouden.

De schrapping van deze beursintroductie was het begin van een fundamentele en schijnbaar verrassende koerswijziging in het beleid van Peking. De overheid heeft immers antitrust- en antimonopoliewetgeving gebruikt tegen de steeds belangrijker wordende internetsector, die bijzonder sterk is gegroeid dankzij de lage toetredingsdrempels. Wij geloven dat het de bedoeling was om de nieuwe klasse van multimiljonairs en andere potentiële tegenstanders eraan te herinneren wie in China écht de plak zwaait – namelijk de Communistische Partij en Xi. Jack Ma, die hierna zelfs een tijdje verdween, was waarschijnlijk het voornaamste doelwit. Andere internetmogols reageerden snel om de richting van hun Partij aan te geven.

De op het binnenland gerichte regelgevende maatregelen van de overheid waren ook gefocust op onder meer privéonderwijs, onlinegokken en de vastgoedsector.

Als gevolg daarvan, met een economische groei die al aan het vertragen was, presteerden Chinese aandelen het zwakst in jaren. De bezorgdheid van beleggers over de beweegredenen van Peking heeft ertoe geleid dat Chinese beursgenoteerde meer dan 1 biljoen USD aan beurskapitalisatie kwijtspeelden[1]. Ook het rendement van sectoren en aandelen die op verschillende manieren werden beïnvloed door diverse overheidsmaatregelen liep sterk uiteen.

Welvaart per decreet...

De beweegredenen voor deze beleids-'tsunami' gaan terug tot twee hoofdbrekers van Peking: een tikkende demografische tijdbom, en de machtspositie van Xi Jinping in de aanloop naar het20e congres van de CCP dat volgend jaar plaatsvindt. De regering heeft maatregelen genomen om potentiële bedreigingen voor haar agenda van 'gemeenschappelijke welvaart' af te zwakken en om te laten zien dat het Chinese leiderschap de touwtjes stevig in handen heeft. Eveneens om nogmaals te tonen dat sociale waarden primeren op economische groei en dit om de 'sociale stabiliteit' te handhaven.

De volkstelling van 2021 bracht een duidelijk verslechterende demografische ontwikkeling aan het licht. Hieruit bleek immers dat de bevolking aangroeide in het traagste tempo sinds de jaren 1950. Een reeks maatregelen bleef niet uit: het 'driekindbeleid' werd aangekondigd (ondanks het momenteel weinig succesvolle 'tweekindbeleid'), samen met incentives die koppels ertoe moeten aanzetten om te trouwen en kinderen te krijgen

Chart: China birth and death rates, 1949-2025

De overheid heeft ook gesteld dat ze de kosten voor het grootbrengen van kinderen wil verlagen, wat de maatregelen verklaart om de dure commerciële 'naschoolse bijlessen' te beperken, de voortdurende prestatiedruk voor kinderen te verminderen en de hoge kosten van huisvesting en gezondheidszorg te verlichten.

...terwijl de economie vertraagt.

Intussen is de Chinese economie vertraagd. Ze gaat immers gebukt onder de inmiddels bekende problemen als gevolg van de (schulden)crisis in de erg belangrijke vastgoedsector, de torenhoge schulden van de lokale overheden en het strakke kredietbeleid. De economie werd ook getroffen door recente overstromingen, een kort maar hevig stroomtekort en het nultolerantiebeleid ten aanzien van COVID (dat overigens tot nul besmettingen heeft geleid in megasteden als Sjanghai, en dat in ieder geval tot na de Olympische Winterspelen van Beijing zal worden voortgezet). Indien er niet gauw ondersteunende maatregelen worden genomen, zal de groei naar verwachting dalen tot onder de psychologisch gevoelige drempel van 5%. De economische bijeenkomsten die in december gepland staan, zullen met argusogen worden opgevolgd.

Chart: GDP Composition

Er zijn ook veel nieuwe negatieve elementen bijgekomen, die Peking misschien niet zo eenvoudig kan aanpakken. We denken bijvoorbeeld aan de steeds luidere oproepen tot actie van westerse politieke leiders in verband met de veiligheidsdreigingen die uitgaan van China, waaronder zijn (potentiële, maar niet waarschijnlijke als het land hiertoe niet wordt gedwongen) militaire bedoelingen ten aanzien van Taiwan, offensieve cybercapaciteiten en aantijgingen van sterke aanwezigheid van inlichtingendiensten in het Westen. Ook is er het probleem van de financiële last voor diverse ontwikkelingslanden als gevolg van de Chinese 'Belt and Road'-investeringen.

Ook de mensenrechten blijven een pijnpunt, alsook de censuur van de politieke meningsuiting (met name in Hongkong) en het feit dat Peking de Oeigoeren in de provincie Xinjiang onderdrukt. Opnieuw 'verdwenen' er prominenten - kunstenaar Ai Wei Wei of tennisser Peng Shuai, die het imago van China in het buitenland ook niet ten goede kwamen.

Voor altijd regeren?

In 2022 vindt het20e congres van de Chinese Communistische Partij plaats om de nieuwe machtsstructuur te kiezen. Tijdens zijn ambtstermijn is Xi Jinping erin geslaagd het grootste deel van de oppositie te af te blokken en zijn termijn als opperste leider zelfs te verlengen, maar hij kiest duidelijk voor een leiderschap voor onbepaalde tijd, waarmee hij zichzelf op één lijn plaatst met zijn voorgangers Mao Zedong en Deng Xiaoping.

In 2021 werden beleggers in China geconfronteerd met ongewoon veel onzekerheid rond de steeds onvoorspelbaarder beleidsverschuivingen en de toenemende gecentraliseerde partijcontrole op elk niveau van het private en openbare leven. En hoewel de markten over het algemeen teleurstellend hebben gepresteerd, zal de combinatie van deze nefaste factoren een uitdaging vormen voor zowel binnenlandse als buitenlandse beleggers op de Chinese markten.

Beleggers hebben de keuze om al dan niet in de Chinese economie of markten te beleggen, maar zij hebben tenminste de mogelijkheid om voor hun beleggingsbeslissingen met hun voeten te stemmen en zo druk te blijven uitoefenen op de Chinese regering om de economie en samenleving te verduurzamen. Institutionele beleggers en internationale bedrijven die in China werken, zoals JP Morgan, kunnen zich er niet telkens zomaar van afmaken als er iets gebeurt wat hen niet bevalt, maar zij hebben wel een belangrijke rol te spelen. Of zij de Chinese Communistische Partij nog honderd jaar zullen overleven, valt nog te bezien. In elk geval zal niemand van ons dat nog meemaken.

 

[1] https://www.wsj.com/articles/china-corporate-crackdown-tech-markets-investors-11628182971

Toggle post

21 Dec

Search for return week

Risico-arbitrage – Wat zijn de rendementsbronnen in 2022?

Stéphane Dieudonné

Senior Fund Manager, Absolute Return

Voorspelt u gerust het aantal M&A-deals als u de bonussen van bankiers, de winsten van Wall Street of nieuwe schuldemissies wilt voorspellen. Wat risico-arbitrage betreft, hebben we voor 2022 interessantere zaken om over na te denken.

Waar bevinden we ons in de M&A cyclus?

Net als de economie hebben fusies en overnames sinds de zomer van 2020 een enorme boom gekend. Deze nieuwe golf van M&A-activiteit betrof de meeste economische sectoren, maar zoals gewoonlijk waren er meer deals in de gezondheidszorg en de technologie. Regionaal gezien blijft Noord-Amerika de koploper van het herstel in M&A wat deals betreft met een waarde van meer dan 10 miljard dollar. Ook in Europa en Azië werd een groot aantal deals aangekondigd. Sinds het begin van het vierde kwartaal van dit jaar lijkt de M&A-activiteit te stabiliseren op het niveau van halverwege de cyclus. Met de benoeming van de nieuwe voorzitter van de Amerikaanse Federal Trade Commission (FTC) in juni jongstleden vrezen M&A marktdeelnemers dat de mededingingsautoriteiten de duimschroeven zullen aanspannen, met name ten aanzien van grote transacties die nefaste gevolgen kunnen hebben voor de Amerikaanse consument. Hoewel de activiteit in de Verenigde Staten stevig op peil blijft, zijn er zo goed als geen transacties van meer dan 10 miljard dollar in omvang. In Europa blijft de M&A-activiteit echter heel sterk.

Hoe ziet u de M&A activiteit evolueren in 2022?

Hooggeplaatste bankiers bevestigen dat veel M&A-projecten voorlopig op de lange baan worden geschoven wegens de onzekerheid over mogelijke consumentenvriendelijke wijzigingen in het FTC-beleid. Wij denken dat zodra deze twijfels zijn weggenomen, vermoedelijk in de loop van 2022, het aantal M&A deals in de VS zal beginnen te normaliseren.

In 2021 is gebleken dat de M&A-activiteit immers goed bestand is tegen de opeenvolgende golven van de Covid-19-epidemie en de nieuwe varianten daarvan. De fusieovereenkomsten zijn inderdaad aangepast om met deze nieuwe risicofactoren rekening te houden. Al bij al zijn wij tamelijk optimistisch over de M&A-activiteit voor het komende jaar.

Wat zal in 2022 de rendementen in risico-arbitrage bepalen?

De M&A activiteit is een gemakkelijk cijfer om in kaart te brengen, maar misschien niet de enige bron van rendement in een risico-arbitragestrategie. Wij hebben geen specifieke verwachting voor het aantal M&A-deals in 2022, maar minder evidente rendementsaanjagers kunnen even nuttig zijn. Beleggers die geïnteresseerd zijn in Risico-arbitrage kunnen beter kijken naar de spreads het aantal mislukte transacties en het aantal overbindingen.

Wij zien voor 2022 zowel de spreadniveaus als het aantal afgeronde deals gunstig evolueren. De risico-arbitrage spreads liggen nu immers twee tot drie keer hoger dan vóór de Covid-crisis voor een gelijkaardig risiconiveau. Het aantal mislukte deals blijft op een historisch laag niveau – of moeten we zeggen dat het aantal afgesloten deals hoog blijft? Het aantal biedingen dat verbeterd wordt, of biedoorlogen, is afgenomen ten opzichte van de zeer bewogen eerste maanden van 2021. Maar hou een oogje op de spreadniveaus en het aantal afgeronde deals. "Twee van de drie is niet slecht."

Als u de bonussen van bankiers wilt voorspellen, kunt u gerust het aantal M&A-deals uitzetten. Maar als u wilt begrijpen waar vandaag de kansen voor Risico-arbitrage liggen, hou dan de spreads in de gaten.

Chart: M&A: Activity in North America since 2020

Toggle post

22 Dec

Search for return week

Aandelenmarktneutrale strategieën: ondersteunend voor de groei van passief beleggen?

Sébastien de Gendre

Fund Manager, Absolute Return

Indexbeleggen zet zijn 'onstuitbare' opmars voort en zal naar verwachting uiterlijk in 2026 actief beleggen inhalen, aldus Bloomberg[1]. Deze trend kunnen bepaalde aandelenmarktneutrale strategieën benutten om rendementen te genereren die niet gecorreleerd zijn met die van obligaties of aandelen.

Indexfondsen zijn steeds populairder geworden bij beleggers die een kostenefficiënte blootstelling aan een specifieke markt willen hebben. Ze zijn bijzonder sterk vertegenwoordigd op de meest efficiënte aandelenmarkten – zij vertegenwoordigen zo meer dan de helft van de activa van fondsen die in de VS beleggen[2]. De meeste aandelenindexfondsen streven ernaar een bepaalde aandelenindex te repliceren. 

Chart: Share of $28 trillion of global mutual fund and ETF AUM

Indexfondsen zijn een te duchten kracht op de financiële markten geworden. Door het enorme volume van de activa onder hun beheer kan hun handelsactiviteit een meetbaar effect hebben op de aandelenkoersen.

Altijd een inhaalslag maken

Indexfondsen hebben als hoofddoel de onderliggende indexen zo nauwkeurig mogelijk te repliceren. Om dat te bereiken, gaan ze doorgaans hun fondsen op gezette tijdstippen herbalanceren om ze te laten aansluiten bij de regelmatige veranderingen in de samenstelling van hun onderliggende indices.

Zoals wij reeds eerder hebben vermeld, hebben de omvangrijke transacties van de fondsen vaak een invloed op de aandelenkoersen, vooral op momenten waarop de liquiditeit beperkt is. Wij zijn van mening dat marktneutrale strategieën laag gecorreleerde rendementen kunnen genereren door liquiditeit te verschaffen aan indexfondsen.

Indexfondsen hebben een enorm succes gekend, wat blijkt uit de indrukwekkende groei van hun activa, en toch zijn hun werkwijzen, gezien hun uiterst specifieke doelstellingen, onveranderd gebleven. Ze zijn onderworpen aan erg strikte regels wat betreft de effecten die zij mogen kopen, hoeveel en wanneer. Dat betekent dat zij hetzelfde tradingpatroon en dezelfde beperkingen hebben, maar met meer activa om te verhandelen. Daarom hebben zij steeds meer behoefte aan andere marktdeelnemers om hun groei in goede banen te leiden.

Het belang van liquiditeit

Voor elke belangrijke aandelenindex zijn er verschillende erg grote indexfondsen die trachten deze index te repliceren. Dat betekent dat telkens wanneer een bedrijf uit een index gaat of een nieuw bedrijf tot de index toetreedt, dit een aantal grote gelijktijdige transacties door al die indexfondsen met zich meebrengt - hetzij allemaal om te kopen, hetzij allemaal om te verkopen.

Gewoonlijk moeten indexfondsen hun transacties binnen een beperkte tijdspanne afronden, gewoonlijk tijdens de dag van de effectieve opname in de index. Wanneer bijvoorbeeld een nieuw aandeel in de index wordt opgenomen, leiden de koopinstructies van indexfondsen die dit aandeel repliceren tot een lokale en sterke vraagdruk. Dat leidt dan weer vaak tot een aanzienlijke stijging van de aandelenkoers van het aandeel wanneer kopers niet gemakkelijk beschikbare aandelen kunnen vinden om te kopen. Ook kunnen, wanneer een aandeel uit een index moet verdwijnen, grote verkooporders die rond hetzelfde tijdstip worden uitgevoerd, resulteren in een aanzienlijke, zij het tijdelijke, daling van de koers van dat aandeel.

Hoe kunnen aandelenmarktneutrale strategieën hiervan profiteren?

Afhankelijk van de markt en het tijdstip van de indexwijziging kan een marktneutrale strategie liquiditeit verschaffen door specifieke posities in te nemen tegen de dag van de effectieve indexwijziging. De bedoeling hiervan is om de maximale capaciteit te benutten om de handelsstromen van de indexfondsen op "D-day" te matchen.

Ter illustratie hebben wij een casestudy gemaakt van een recente opname in de S&P 500. Aangezien de opname van het aandeel van kracht is geworden op 19 maart, moesten de meeste passieve fondsen die de S&P 500 repliceren, het aandeel op dezelfde dag kopen. Beleggers die liquiditeit verschaften, verkochten de aandelen om aan die vraag te voldoen. Een aandelenmarktneutrale strategie maakte hier op twee manieren gebruik van. Ten eerste heeft ze haar longpositie afgewikkeld en ten tweede heeft zij op dezelfde datum een shortpositie ingenomen. Dat zorgde ervoor dat de marktneutrale aandelenstrategie de druk die indexfondsen op het aandeel uitoefenden, kon goedmaken.

Marktneutrale strategieën zullen hun marktblootstelling steeds neutraliseren door een passende afdekking in te nemen, hetzij ten opzichte van een volledige index, hetzij tegen bepaalde aandelen. Op die manier kunnen zij profiteren van hun specifieke long- of shortposities zonder afhankelijk te zijn van de marktrichting.

Case study

Aankondiging van de opname van NXP Semiconductors© in de S&P© 500 op 12 maart 2021

Effectieve opname op 19 maart 2021

Voorbeeld van de implementatie van een strategie

15 maart          long NXPI© / short S&P 500©
19 maart          short NXPI© / long S&P 500©
24 maart          strategie afgesloten
Chart: Index Rebalancing StrategiesSource: Candriam, December 2021

Het aandeel dat wij in deze casestudy als voorbeeld gebruiken, is een typisch voorbeeld van het soort marktsituaties dat wij het hele jaar door zien en waarbij verschillende soorten bedrijven uit elke sector betrokken zijn. In de loop van een volledig jaar zouden onze strategieën dus doorgaans een brede en gediversifieerde blootstelling hebben gehad aan onze verschillende markten en sectoren.

Wij verwachten dat indexbeleggen de komende jaren in de lift zal blijven zitten, en wij zijn er dan ook van overtuigd dat aandelenmarktneutrale strategieën voor beleggers hun nut zullen blijven bewijzen.

 

[1] https://www.bloomberg.com/professional/blog/passive-likely-overtakes-active-by-2026-earlier-if-bear-market/

[2] https://www.bloomberg.com/news/articles/2021-11-24/active-v-passive-why-it-s-not-that-simple-anymore-quicktake

Toggle post

23 Dec

Search for return week

De kredietmarkt van de groeilanden: waar zijn de rendementen te vinden?

Christopher Mey

Senior Fund Manager, Emerging Market Corporates

Technische factoren, rentevoeten, geopolitiek, China – valt er nog nieuws te rapen op de kredietmarkten van de groeilanden? Toch wel. De fundamenten zijn verrassend en het toenemende belang van ecologische, sociale en governancefactoren voor emittenten is een verademing.

Het landschap van bedrijfsobligaties uit de groeilanden

Het wereldwijde economische klimaat voor 2022 zal een uitdaging vormen voor beleggers in bedrijfsobligaties uit de groeilanden. Stijgende consumentenprijzen, knelpunten aan de aanbodzijde en hoge grondstoffenprijzen zorgen voor een perfecte omgeving voor stijgende rentevoeten. De relatieve rust die is ontstaan dankzij de uitrol van de vaccins op de ontwikkelde markten is onlangs verstoord door de nieuwe Omicron-variant - een pijnlijke herinnering aan het feit dat de pandemie nog niet voorbij is. Beleggers moeten voorbereid zijn op de mogelijke staartrisico's van Covid-19, waarvan de gevolgen jaren kunnen aanslepen.

De Groene Scène

Door de band genomen verwachten wij dat de technische factoren gunstig blijven. De uitgifte van nieuwe obligaties, die al verscheidene jaren in de lift zat, zou in 2002 moeten afvlakken tot 450 à 500 miljard USD aan nieuwe transacties, met ongeveer 100 miljard USD aan netto nieuwe financiering na aflossing van coupons en terugkopen. De vraag van beleggers naar bedrijfsobligaties uit de groeilanden als een volwaardige activaklasse zal waarschijnlijk toenemen, terwijl het absolute emissievolume voldoende diversificatiemogelijkheden biedt.

Duurzaamheidsobligaties zouden goed moeten zijn voor bijna één vijfde van de nieuwe emissies, waarvan naar verwachting ongeveer de helft in groene obligaties. Dat zou een nieuwe groep beleggers naar de activaklasse kunnen lokken.

Waarderingsscenario

Ons basisscenario gaat uit van een rendement van 3% tot 6% over de komende twaalf maanden (uitgedrukt in dollar). Het gerealiseerde absolute rendement zal sterk afhangen van de ontwikkeling van de rente op Amerikaanse overheidssobligaties. Wij gaan uit van een wereldwijde wanbetalingsratio van 3 à 4% in 2022, wat neerkomt op een 'faire waarde' van de CEMBI BD-index van ruwweg 250 bp, wat in het beste geval neerkomt op een mogelijke spread-inname met ongeveer 60 à 70 bp, vooral in het segment met lagere ratings. Hoewel de spreads vandaag onder het historische gemiddelden liggen, lijken ze er rekening mee te houden dat de kredietratings de afgelopen kwartalen verbeterd zijn.

Chart: CEMBI Broad Index Spreads

Hoewel de absolute spread van de markt van bedrijfsobligaties uit de groeilanden onder het historisch gemiddelde ligt, erkennen we dat de fundamentals rekening houden met de betere kredietcondities die we de afgelopen kwartalen hebben vastgesteld.

Wat je niet doodt, maakt je sterker

Bedrijven in de groeilanden slagen fundamenteel met vlag en wimpel voor de gezondheidscontrole. Hoewel basiseffecten de vergelijkingen van jaar op jaar hebben beïnvloed, zijn wij onder de indruk van het proactieve balans- en liquiditeitsbeheer dat we gezien hebben. In veel gevallen zijn bedrijfsemittenten uit de groeilanden al teruggekeerd naar de EBITDA-niveaus van 2019, met stijgende EBITDA-marges. De netto schuldgraad is verbeterd van gemiddeld ongeveer 2,3x tot 1,7x in 2021, met een hogere rentedekking. De cashliquiditeit staat in de meeste sectoren op een erg comfortabel peil.

Chart: Emerging Market Corporate Default Rates

De verbeterende krediettendensen komen tot uiting in dalende wanbetalingspercentages. De wanbetalingspercentages stegen tijdens de piek van de Covid-uitbraak in 2020 en doorbraken voor het eerst sinds de grondstoffencrisis in 2015-2016 en slechts voor de tweede keer sinds de Grote Financiële Crisis van 2007-2008 het niveau van 5%. Sinds het dieptepunt van de Covid-crisis op de financiële markten aan het einde van het eerste kwartaal van 2020, is de wanbetalingsgraad sterk verbeterd naarmate de pandemie evolueerde, de economieën weer opengingen en er vaccinatiecampagnes werden uitgerold. Wij verwachten dat de wanbetalingspercentages begin 2022 opnieuw zullen stijgen, maar dat de meeste oproer zal ontstaan in de Chinese vastgoedsector, waar de toegenomen onzekerheid in combinatie met een aantal wanbetalingen van belangrijke bedrijven een domino-effect zal hebben. Sommige Chinese ontwikkelaars met een zwakkere rating zullen in Q1 2022 zware aflossingen moeten doen en zullen waarschijnlijk financieringsproblemen ondervinden.

Emittenten die duurzaamheid omarmen

Voor beleggers die belang hechten aan ESG is het landschap drastisch aan het veranderen. Hoewel de details van de Europese SFDR-verordening in de eerste plaats betrekking hebben op Europese vermogensbeheerders, komt het onderwerp steeds meer op de agenda van financiële tussenpersonen en bedrijfsemittenten uit de groeilanden. Bemoedigend is dat we zien dat Investment Relations departementen transparanter worden, een actievere dialoog aangaan en serieuzer discussiëren. Deze vooruitgang zorgt voor een aanzienlijke toename van aan duurzaamheid gekoppelde obligaties, terwijl een nieuwe klasse beleggers wel potentieel ziet in deze mogelijkheden.

Verkiezingskalender

De verkiezingskalender zorgt vaak voor volatiliteit in de groeilanden en 2022 lijkt een belangrijk jaar te worden. In mei zijn er immers twee presidentsverkiezingen gepland, in Colombia en op de Filipijnen. De belangrijkste zijn de Braziliaanse verkiezingen in oktober. Het is erg waarschijnlijk dat de ups en downs van de politieke cyclus in deze belangrijke groeilanden de spreads van bedrijfsobligaties rond de verkiezingsdag zal beïnvloeden, aangezien beleggers de kandidaten en de impact van hun programma's tegen elkaar zullen afwegen.

Macrotrends

De tapering van de Federal Reserve, de verdere evolutie van de rentevoeten op obligaties van de kernlanden en het tempo waarin ze worden aangepast, zullen een aanzienlijke invloed hebben op het rendement. Grondstoffen staan vrij hoog en er zijn weinig aanwijzingen dat de dynamiek de balansen van emittenten die sterk afhankelijk zijn van grondstoffen zal verbeteren.

Ook de geopolitiek zal sterk bepalend zijn voor de rendementen, aangezien de Chinese territoriale ambities botsen met de belangen van de VS in de Pacific, terwijl de spanningen tussen Rusland en Oekraïne hoog oplopen.

De spreads op Chinese vastgoedobligaties zijn nu erg aantrekkelijk geworden. De sector is nu goed voor 22 bp of 7% van de benchmark CEMBI Broad Diversified spread met een indexweging van slechts 1,6% voor alle bedrijfsobligaties uit de groeilanden.

Waar liggen de verrassingen?

Het mag geen verrassing heten dat Chinees vastgoed, geopolitieke spanningen, verkiezingen en de ontwikkeling van de Amerikaanse rentevoeten de analisten dit jaar hoofdbrekens zullen bezorgen.

Ondanks de pandemie bieden de verrassend sterke kredietparameters en technische factoren aantrekkelijke vooruitzichten voor bedrijfsobligaties uit de groeilanden. De verwachte uitgifte van aan duurzaamheid gekoppelde obligaties, die zelfs voor mature markten een nieuwigheid zijn, is een aangename verrassing die een nieuwe klasse beleggers moet aantrekken. Iets om naar uit te kijken!

Dat neemt niet weg dat 2022 een uitdagend jaar zal worden voor beleggers die hun portefeuilles in bedrijfsobligaties uit de groeilanden willen diversifiëren. Selectiviteit en ESG-integratie zijn allicht fundamenteel in de implementatie van deze strategieën.

Toggle post

24 Dec

Search for return week

Vastgoed – Wanhopig op zoek naar diversificatie?

Simon Martin

Chief Investment Strategist and Head of Research & Investment Strategy at Tristan Capital Partners

Het is duidelijk dat  niet-beursgenoteerd  vastgoed al enige tijd op de radar staat van asset-allocators. In de afgelopen vijf jaar hebben institutionele beleggers hun allocaties aan niet-beursgenoteerde activa  verhoogd om hun rendement te verbeteren. Vastgoed is een belangrijk onderdeel geweest van die verschuiving. De aantrekkelijke combinatie van het lopende rendement met mogelijke inkomstengroei en waardecreatie via actief beheer blijft aantrekkelijk voor beleggers die hunkeren naar rendement en bezorgd zijn over de recordhoge waarderingen van aandelen.

Vastgoed lijkt zelfs relatief nog aantrekkelijker te worden, aangezien de stijging van de consumentenprijzen in de afgelopen maanden de aantrekkingskracht van de sector als potentiële diversificatiebron in tijden van stijgende inflatieverwachtingen nog heeft versterkt. In Europa wordt de correlatie tussen inflatie en vastgoedrendement historisch bepaald door de aard van de cashflows in de vastgoedsector. Europese huurcontracten zijn over het algemeen geïndexeerd, waardoor de hogere consumptieprijzen rechtstreeks doorgerekend kunnen worden in  de huurprijzen. Ook de mogelijkheid om de huurgelden te verhogen door onevenwichtigheden tussen vraag en aanbod uit te buiten, is van cruciaal belang voor de aantrekkingskracht van de sector wanneer de prijzen stijgen.

Wij denken dat dit effect nog versterkt kan worden door de nadruk te leggen op sectoren met een sterke cyclische en langetermijnvraag en waar het aanbod waarschijnlijk beperkt zal blijven door de geringe leegstand en de beperkte ontwikkelingsactiviteit. Er zijn enkele sectoren waar een dergelijk onevenwicht tussen vraag en aanbod waarschijnlijk stand zal houden. De meest schaalbare mogelijkheden zijn onder meer:

Stedelijke 'last-mile' logistiek

De vraag van e-commercegebruikers naar 'last mile' locaties overtreft nog steeds ruimschoots het aanbod van logistieke activa van goede kwaliteit die dicht bij de consument zijn gevestigd. De huurgelden stijgen fors en de tekorten zijn zo nijpend dat de vraag toeneemt, waardoor de herbestemmingsactiviteit voor doeleinden zoals retailparken fors in de lift zit.

Zeer kwalitatieve duurzame kantoren in innovatiecentra

De terugkeer naar het kantoor in Europa is positiever uitgedraaid dan vele hadden verwacht. Hoewel de gevolgen van de vraagschok als gevolg van de pandemie nog steeds tot uiting komen in de toegenomen leegstand, is deze vooral te wijten aan de lagere kwaliteit van het bestaande aanbod, want er blijft een tekort aan A-locaties. Wij denken zelfs dat de capaciteitsbeperkingen en de stijgende kosten in de bouwsector betekenen dat de Covid-aanbodschok, en niet de vraagschok, bepalend zal zijn voor het wel en wee van de Europese kantoormarkten in de komende jaren.

In de belangrijkste innovatiehubs, waar de vraag snel toeneemt en het aanbod beperkt is, kan dit de huurprijzen voor goed gelegen, goed ingerichte gebouwen met een hoge energiewaarde een boost geven. Dat komt nu al tot uiting in onze portefeuille in Londen, Birmingham, Dublin en Barcelona. Het lijkt ook steeds waarschijnlijker dat, gezien het gebrek aan nieuw aanbod en de verminderde bouwactiviteit, de stijgende vraag naar A-gebouwen zal doorsijpelen naar een breder scala van gecertificeerde duurzame panden van goede kwaliteit.

Woonstrategieën gericht op belangrijke demografische niches

In diverse subsectoren stellen we vast dat vraag en aanbod in de woonsector nog steeds niet op elkaar zijn afgestemd: het aanbod van meergezinswoningen blijft in heel Europa heel beperkt en de huurprijzen blijven de inflatie voor; de sector van de seniorenhuisvesting is slecht voorzien en de demografische en welvaartsdynamiek is bijzonder aantrekkelijk; de sector van de studentenhuisvesting blijft erg versnipperd en staat in de startblokken om sterk te groeien.

Door deze strategieën zorgvuldig tegen elkaar af te wegen, zal een belegger die in een periode van stijgend inflatierisico een maximaal voor risico gecorrigeerd rendement nastreeft, volgens ons goed presteren. Een allocatie opbouwen in deze thema's, die de wind in de zeilen hebben, op een moment van acute aanbodbeperking terwijl schulden met vaste rente erg goedkoop blijven, lijkt een aantrekkelijke en eenvoudige manier om de diversificatie te maximaliseren en de correlatie met andere activaklassen te verminderen. Een dergelijke diversificatie kan in de komende vijf jaar zijn vruchten nog meer afwerpen.

climate week

Climate week

Eigenlijk, Kermit, is het niet zo moeilijk om Groen te zijn!

Toggle post

27 Dec

climate week

Groeilanden: klimaatkansen?

Galina Besedina

Portfolio Manager, EM Equities

Paulo Salazar

Co-Head of EM Equities

De groeilanden staan voor een dilemma. Enerzijds beseffen ze ten volle dat het noodzakelijk is om het klimaat te beschermen voor de volgende generaties. Anderzijds is het vandaag een must om hun samenlevingen en levensstandaard te verbeteren, wat meer energie en elektriciteit tegen betaalbare prijzen vereist.

De groeilanden zijn vol goede wil

De groeilanden hebben zich aangesloten bij klimaatveranderingsinitiatieven, met name bij akkoorden die de uitstoot van broeikasgassen (BKG) netto tot nul willen reduceren. Vooral de ondertekening van het Parijse Klimaatakkoord is hierbij belangrijk. Al in 2015 riep het Parijse Klimaatakkoord de groeilanden op om het voortouw te nemen door financiële bijstand te verlenen aan landen, als erkenning van de grotere uitdagingen die de groeilanden moeten overwinnen om een 'netto nul' koolstofuitstoot te bereiken. De meeste groeilanden zijn bezig om zogenaamde low-emission development strategies (LEDS) op punt te zetten.

Tegelijkertijd worden de groeilanden beschouwd als een van de knelpunten bij klimaatmaatregelen. COP26, de meest recente jaarlijkse klimaatconferentie van de VN, heeft aangetoond dat de groeilanden zich inzetten voor een koolstofarme economie, maar heeft ook belangrijkere uitdagingen voor het voetlicht gebracht.

Een herinnering aan de uitdagingen

We twijfelen er niet aan dat de decarbonisering van de groeilanden een hele klus zal worden.

  • Er zal immers massaal moeten worden geïnvesteerd. De energietransitie kost immers handenvol geld. Het budget wordt door het Internationaal Energieagentschap (IEA) geraamd op 150 biljoen dollar over dertig jaar. De groeilanden zijn goed voor ongeveer 20% hiervan.
     
  • De financiering is niet gegarandeerd. Deze landen torsen al een zware schuldenlast en de financiële markten geven momenteel de voorkeur aan beleggingen met een lagere koolstofuitstoot. Uit ons onderzoek blijkt dat ongeveer 37% van de beleggers in de groeilanden van plan is de blootstelling aan fossiele brandstoffen terug te schroeven; en koolstofheffingen zijn moeilijk op te leggen.
     
  • De toegang tot bepaalde technologieën is beperkt, hoewel zij beschikbaar zijn op ontwikkelde markten zoals Europa en de Verenigde Staten.
     
  • Kritieke grondstoffen kunnen schaars worden, denken we maar aan lithium of nikkel.
     
  • De beschikbaarheid van gespecialiseerd personeel kan een uitdaging zijn
     
  • De ontwikkelde markten oefenen steeds meer druk uit op de groeilanden om zich sterker te engageren. Zo staan de groeilanden onder druk om goedkope kolengestookte centrales geleidelijk uit roulatie te nemen.

Er is meer energie nodig voor de levensstandaard

Een groeiende bevolking en de noodzaak om de levensstandaard te verbeteren zijn prioriteiten die de groeilanden niet durven op te offeren. Hierdoor moet de elektriciteitstoevoer in de groeilanden toenemen. Vandaag hebben bijna 800 miljoen mensen echter helemaal geen toegang tot elektriciteit. Essentieel is dat er een duidelijke correlatie bestaat tussen het bbp per hoofd van de bevolking en energie. En economische groei leidt niet tot energieverbruik – het is net andersom.

Chart: Energy Consumption vs GDP, Per Capita, 2018

Volgens de New Energy Outlook 20202 van BloombergNEF zullen de groeilanden tegen 2050 goed zijn voor 68% van de wereldwijde vraag naar elektriciteit. Met andere woorden zouden de ontwikkelingsmarkten hun groei moeten opofferen om hun economie koolstofarm te maken, zonder dat ze hiervoor over voldoende middelen en middelen beschikken.

Kansen

Sommige groeilanden schieten echter goed op met het koolstofarm maken van hun economieën. De groeilanden waren in 2019 goed voor 58% van de 249 miljard dollar aan projectfinanciering die wereldwijd in schone energie werd geïnvesteerd[1]. China en India blijven de grootste markten voor investeringen in schone energie, waarbij China veruit de grootste is. Andere Aziatische landen zijn koplopers op het gebied van onderdelen voor elektrische voertuigen, waarbij Zuid-Korea bijna één derde van alle EV-batterijen ter wereld produceert.

Voorts beschikken de groeilanden over aanzienlijke natuurlijke hulpbronnen die nodig zijn voor de transitie naar groene energie, zoals nikkel en koper. Ze raffineren ook essentiële grondstoffen, zoals lithium en kobalt. De raffinage van beide materialen gebeurt momenteel hoofdzakelijk in China.

Dankzij de transitie naar een netto nuluitstoot worden er nieuwe banen gecreëerd. Volgens een analyse van de IFC (International Finance Corporation) van 21 grote mogendheden in de groeilanden, die 62% van de wereldbevolking en 48% van de wereldwijde uitstoot vertegenwoordigen, kunnen groene investeringen in bepaalde sectoren tussen 2020 en 2030 cumulatief 213,4 miljoen nieuwe directe banen opleveren. In regio’s als Oost-Azië en de Pacific (China, Indonesië, de Filippijnen en Vietnam) en Zuid-Azië (Bangladesh en India) bedraagt het cumulatieve potentieel voor nieuwe banen respectievelijk 98,8 miljoen en 52,3 miljoen. Intelligente stedelijke infrastructuur om de klimaatverandering aan te pakken creëert werkgelegenheid en verbetert onderontwikkelde infrastructuur in de groeilanden. Natuurlijk staan de groeilanden en ontwikkelde markten voor dezelfde uitdaging om een 'rechtvaardige transitie' tot stand te brengen waarbij de volledige samenleving van een land baat heeft en nieuwe werkloosheid in bepaalde domeinen wordt voorkomen.

Besluit

De decarbonisering in de groeilanden kan beleggingskansen creëren in sectoren als zonne- en windenergie, de productie en raffinage van groene energiegerelateerde grondstoffen en de toeleveringsketen voor elektrische voertuigen.

Hernieuwbare energie heeft vaste voet gekregen in de groeilanden, maar steenkool blijft de goedkoopste energiebron. De uitdaging voor beleggers die hun kapitaal moeten investeren, en voor de wereld in het algemeen, bestaat erin deze landen te helpen hun energieverbruik te verhogen op een manier die zowel kostenefficiënt als uitstootbeperkend is. De groeilanden worden geconfronteerd met de tweevoudige verplichting om hun uitstoot terug te schroeven en tegelijkertijd hun kloof met de levensstandaard van de ontwikkelde landen te dichten.

 

[1]Climatescope Emerging Markets Outlook 2020, Bloomberg Finance L.P.2020

Toggle post

28 Dec

climate week

Analyse Overheidsemittenten: hoe overleven we al zo lang?

Kroum Sourov

Lead ESG Analyst – Sovereign Research

De mens is niet het roofdier aan de top van de voedselketen, hoewel we ons wel zo gedragen. De natuur kan immers terugslaan en laten zien hoe zwak we werkelijk zijn. Ons analysemodel van overheidsemittenten, dat is ontworpen voor beleggingsanalyses, biedt ook holistische en cijfermatige inzichten. Misschien komen onze beleggingen, en onze toekomst, neer op iets heel eenvoudigs -- Vecht niet tegen Moeder Natuur.

Eindejaarsgeschenken voor een roofdier aan de top van de voedselketen

De eindejaarperiode is bij uitstek de periode om cadeautjes te geven... en af en toe aan liefdadigheid te doen. Onlangs werd maar liefst 650.000 uitgegeven voor de aankoop van een megajacht dat alleen kan worden gebruikt in een videogame[1] - de Metaverse, of een soort virtuele realiteit, trekt steeds meer kapitaal aan. Velen stellen hun vertrouwen in cryptomunten die niet gedekt zijn in de echte wereld, omdat de denkbeeldige Matrix aantrekkelijker lijkt dan de grimmige werkelijkheid om ons heen. (Ik hoop dat u geniet van het meest recente opus, dat net op tijd voor Kerstmis 2021 is uitgebracht!)

En liefdadigheid? Voor hetzelfde geld[2] zouden we naar verluidt bossen kunnen herstellen en aanplanten met een oppervlakte die enkele malen groter is dan die van het New Yorkse Central Park – en dat in de echte wereld.

Nu het astronomisch duur is geworden om zich te onderscheiden in een virtueel videogame, moeten we ons afvragen wat onze plaats op de planeet is. Zijn wij zo machtig dat het (virtuele) plezier voor één belangrijker is dan het (fysieke) welzijn van velen?

Chart: Candriam Deforestation Index versus GDP

Hoe hebben we het overleefd?

Eigenlijk heeft de mens nooit aan de top van de voedselketen gestaan. Uit studies blijkt zelfs dat wij op hetzelfde niveau zitten als ansjovis[3], hoewel dit in een moderne samenleving amper een punt is. In de tijden waarin opgegeten worden door het lokale roofdier aan de top van de voedselketen voor ons echt mogelijk was, hadden mensachtigen één erg krachtig vermogen dat ons onderscheidde. We konden immers complexe concepten communiceren en zo grote aantallen volwassenen aansturen om zo naar een gemeenschappelijke doelstelling toe te werken – het overwinnen van gevaarlijke omstandigheden, en uiteindelijk overleven. Aantallen hebben kracht.

In de nasleep van COP26, nu de anti-vaxprotesten gewelddadig zijn geworden en in sommige landen gewapend verzet is geboden tegen het dragen van gezichtsmaskers, moeten we ons afvragen of we nog wel goed gewapend zijn voor deze omgeving? Uiteindelijk lopen we tegen de natuurlijke grenzen van het milieu aan. Die nemen verschillende vormen aan - de orkanen, de verzengende hitte, de bosbranden, en het huidige virus zijn slechts verschillende gevolgen van de schade die wij aan ons milieu hebben toegebracht. De planeet Aarde kan de luchtbel zijn die ons beschermt tegen de zon, maar zij kan ook heel plotseling, en onomkeerbaar, het roofdier aan de bovenkant van de voedselketen worden als het de verkeerde kant uitgaat. Het gras is niet (echt) groener aan de andere kant, we 'moeten het hiermee doen'.

Kunnen we blijven overleven?

Net als onze aloude pre-industriële voorouders hebben we alleen het vermogen om te communiceren en de handen in elkaar te slaan – en de kracht van de aantallen. Dat is makkelijker dan ooit geworden, maar misschien ook wel het moeilijkste ooit. We vieren individuele prestaties – en miljardairs die weinig last hebben van fiscale druk beginnen hun eigen wedloop naar de ruimte. Miljoenen mensen worden aan de kant geschoven en mensen met privébelangen zaaien twijfel over de eerlijkheid van verkiezingen. Vele zijn op zoek naar een redder die eenvoudige oplossingen biedt voor complexe problemen. De heel kleine stemmingsmarges geven de macht aan populistische leiders die bereid zijn autocratie te omarmen.

Onze overtuiging

Onze toekomst ligt in onze handen. Zowel wereldwijde pandemieën als de klimaatcrisis kunnen worden opgelost als we samenwerken, in plaats van onze eigen vermeende eigenbelangen te beschermen. Dit geldt op elke schaal – gaande van de gift aan uw plaatselijke liefdadigheidsinstelling deze feestdagen, tot het laten vaccineren om uzelf en iedereen met wie u in contact komt te beschermen, tot het stemmen op politieke partijen die zich laten leiden door wetenschappelijke consensus en samenwerking, tot het versterken van internationale organisaties en samenwerking op mondiaal niveau.

Beleggers en andere partijen doen hun duit in het zakje, maar iedereen moet meer doen. Beleggers beseffen steeds meer dat we massaal moeten samenwerken, zoals de Investor Policy Dialogue on Deforestation (IPDD), en het Net Zero Asset Managers Initiative. Bij Candriam gaan we zulke initiatieven in detail analyseren en van deze data optimaal gebruik maken, niet alleen om een duidelijker beleggingsvisie te krijgen, maar ook om de filantropische inspanningen van het Candriam Institutete sturen Wij zijn hierbij betrokken, en zijn met WeForest medesponsor van regeneratie- en bebossingsprojecten in Brazilië, Zambia en Senegal.

Om oplossingen te vinden waarin iedereen zich kan vinden, zijn compromissen nodig, en voor compromissen zijn nederigheid en medeleven nodig. Wat is een beter cadeau voor deze feestdagen?

Onze Candriam Ontbossing Score maakt gebruik van diverse bronnen, waaronder satellietbeelden, om het verlies aan bosbedekking, het totale verlies aan biomassa en de verandering in landgebruik te meten. Ons model maakt ook ramingen van de gevolgen van de impact van uitstoot als gevolg van veranderd landgebruik

 

[1] Tech Times. Virtual Metaverse Yacht Sold for $650K in The Sandbox. Beschikbaar op https://www.techtimes.com/articles/268685/20211129/virtual-metaverse-yacht-sold-for-650k-in-the-sandbox.htm, geraadpleegd op 6 december 2021

[2] Volgens onze bebossingspartner We Forest

[3] Sylvain Bonhommeau, Laurent Dubroca, Olivier Le Pape, Julien Barde, David M. Kaplan, Emmanuel Chassot, Anne-Elise Nieblas. Eating up the world's food web. Proceedings of the National Academy of Sciences Dec 2013, 110 (51) 20617-20620; DOI: 10.1073/pnas.1305827110.
Beschikbaar op https://www.pnas.org/content/110/51/20617, geraadpleegd op 2 december 2021

Toggle post

29 Dec

climate week

Klimaat en bedrijfskrediet: wat nu?

Nicolas Forest

Global Head of Fixed Income

Philippe Noyard

Global Head of Credit

Het zijn de obligatiehouders die zorgen voor vers kapitaal voor investeringen en groei. Aandeelhouders kunnen weliswaar stemmen, maar het aanbod aan ingehouden winsten of nieuwe aandelenuitgiften is klein in vergelijking met schuldfinanciering. Beleggers moeten dus verantwoord handelen bij het toewijzen van hun kapitaal. Bij Candriam zijn we ervan overtuigd dat als beleggers in hun beslissingsproces rekening houden met het klimaat, dit leidt tot hogere, risicogewogen rendementen.

Risicogewogen rendement is het doel

Het is altijd belangrijk om in gedachten te houden dat vastrentende rendementen asymmetrisch zijn. Dat werpt een ander licht op de risico's.

Vroeger – of beter gezegd: nog niet zo lang geleden – was het zo dat ecologische, sociale en governance-analyses (ESG) van vastrentende waarden een soort "extra controle" waren om neerwaartse risico's te identificeren en te benoemen. In kredietanalyse stond governance al langer centraal. Hoe complexer de ondernemingsstructuur, hoe kritischer de governance-factoren zijn voor het risicoprofiel. Waar vroeger bij Candriam enkel de "G" centraal stond in onze analyse, vormen nu ook de "E" en "S" integrale factoren ervan. We verwachten bovendien dat de integratie van ESG-factoren in vastrentende processen in de beleggingssector zal helpen om op efficiëntere manier kapitaal toe te wijzen!

ESG-integratie in de analyse van bedrijfsobligaties: niet enkel resultaten maar ook processen

Tijdens het analyseren van bedrijfsobligaties integreren we in onze fundamentele bedrijfseconomische analyse van de bedrijfsprofielen van de emittenten ook ESG-factoren, naast andere basiselementen zoals de kapitaalintensiteit, conjunctuurgevoeligheid en sectorconcentratie en marktaandelen. We beperken ons niet tot historische gegevens maar hanteren een toekomstgerichte benadering om te beoordelen hoe milieu- en klimaatrisico's de toekomstige kredietvooruitzichten waarschijnlijk zullen veranderen.

Volgende stap: de energietransitie

Overstappen naar een koolstofarme, meer hulpbronnenefficiëntere en duurzame wereldeconomie klinkt makkelijk. "Transitie" is een eenvoudig klinkend woord voor verandering, maar verandering kan lastig te voorspellen, moeilijk te bereiken en duur om te implementeren zijn. Het wordt steeds belangrijker om inzicht te krijgen in de transitierisico's waaraan elk bedrijf is blootgesteld als gevolg van haar activiteiten, haar geografische mix en de manier waarop ze deze risico's beheert.

Door de mate te bepalen waarin ondernemingen transitierisico's goed of niet goed beheren, kunnen niet alleen de meest "dringende" emittenten worden geïdentificeerd, maar kan ook worden vastgesteld welke emittenten op lange termijn waarschijnlijk het meest kredietwaardig zullen zijn. Het helpt ook de Engagement-inspanningen te richten op die emittenten die nog niet voldoende vooruitgang hebben geboekt maar die kans op verbetering maken. Bij Candriam sluiten we bedrijven uit ons beleggingsuniversum als we vaststellen dat hun beheer van het transitierisico "zeer ontoereikend" is, om emittenten met de hoogste klimaatrisico's te weren. Bedrijven waarvan het management als "onvoldoende" wordt aangemerkt, kunnen prioriteitsdoelen worden voor Engagement. (Bekijk onze video van 17 december over Fixed Income Engagement.)

Alle actoren zijn onderling verweven. We weten allemaal dat de huidige emissiecijfers achterlopen op de doelstellingen (en we kunnen tonen hoeveel - zie ons Outlook-artikel van 13 december). Dit kan uitgroeien tot een belangrijk kredietprobleem. Het "aanpassingsmechanisme voor koolstofgrenzen" van de Europese Green Deal betekent bijvoorbeeld dat bedrijven die gevestigd zijn in landen met een hoog emissieniveau hun export naar de EU zouden kunnen verliezen.

Pieker niet, doe iets: integratie van klimaatbeleid in portefeuillesamenstelling

De systemische beleggingsrisico's zijn enorm. Swiss Re waarschuwt[1] dat zelfs als de doelstellingen van het akkoord van Parijs worden gehaald, de klimaatverandering tot 2050 meer dan 11% van het wereldwijde bbp zou kunnen wegvegen. Bij een scenario van 3,2°C zou klimaatverandering 18% van de wereldwijde productie kunnen kosten.

De volgende stap is om klimaatbeleid te integreren in portefeuilleopbouw. Sommige beheerders houden al bij het samenstellen van een portefeuille rekening met de impact van een aankoop of verkoop van effecten op de globale volatiliteit of andere maatstaven van de portefeuille. Waarom niet hetzelfde doen voor klimaatrisico's?

Veel beheerders rapporteren de koolstofvoetafdruk van hun portefeuilles, meestal als een resultaat. Waarom geen bijkomende stappen nemen? Waarom geen temperatuurscenario's van een portefeuille opstellen? Het doel zou kunnen zijn om te rapporteren of de portefeuille in overeenstemming is met het akkoord van Parijs, en/of hoe ver vooruit of achter. Vandaag integreren we bij Candriam ESG-factoren in onze kredietanalyse. Klimaatverandering en -aanpassing zijn stevig verankerd in onze ESG-analyses.

Hoewel het vooral de maatschappelijk betrokken beleggers zijn die daartoe een morele noodzaak voelen, is het onze overtuiging dat het opnemen van klimaatveranderingseffecten in kredietananalyses een noodzakelijke stap is geworden voor het genereren van risicogewogen rendementen voor alle beleggers.

 

[1] World Economic Forum. https://www.weforum.org/agenda/2021/06/impact-climate-change-global-gdp/#:~:text=The%20largest%20impact%20of%20climate,the%20Swiss%20Re%20Institute%20warns, geopend op 8 december 2021.

Toggle post

30 Dec

climate week

Kunnen we de laatste oproep doen voor de netto nuluitstoot?

Alix Chosson

Senior ESG Analyst, Climate & Environment Specialist

Toggle post

31 Dec

climate week

Greenflatie: een eerlijke kostprijs of een hinderpaal?

Wim Van Hyfte, PhD

Global Head of ESG Investments and Research

De stijgende inflatie heeft de kwestie van de kosten en baten van de strijd tegen de klimaatverandering opnieuw op tafel gelegd. Consumenten, bedrijven, beleggers en overheden wegen de voor- en nadelen af van vandaag meer betalen voor een duurzamere toekomst. Terwijl de debatten voortwoeden, kunnen we niet ontkennen dat niets doen veel meer zal kosten dan actie ondernemen, zowel op menselijk als financieel vlak.

In het laatste rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IGPP), die in de loop der jaren onomstotelijk heeft aangetoond dat klimaatverandering tot meer extreme gebeurtenissen leidt, wordt benadrukt dat onze broeikasgasuitstoot dringend drastisch moeten worden verminderd[1]. Dat vereist dat we overstappen van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energiebronnen en naar een op materialen gebaseerde economie die steunt op een circulair model[2]. Alle sectoren moeten bij deze verandering worden betrokken, en het moet snel gaan.

In het afgelopen jaar, toen de inflatie steeds meer opliep, hebben marktwaarnemers geprobeerd na te gaan in welke mate dit te wijten was aan de kosten van een 'groenere' wereld. Verschillende inflatie-aanjagers werden gewikt en gewogen, en de onderwerpen 'greenflatie' en "greenium" kwamen steeds naar voren. Er werden vragen gesteld over de prijs die ieder van ons zou moeten betalen voor de overgang naar een andere, duurzamere economie en een nieuwe manier van leven. En of die kostprijs te hoog ligt. 

Hoe zit de vork nu in de steel?

Om Bill Gates uit zijn recente boek "How to Avoid a Climate Disaster" te citeren, een groene premie (of kortweg "greenium") is "[het] verschil in kosten tussen een product dat koolstof uitstoot en een alternatief waarbij dat niet het geval is". De theorie is dat de transitie van steenkool, olie en gas (fossiele brandstoffen) naar hernieuwbare energie, de uitrol van elektrische voertuigen en waterstoftreinen en -schepen, en nieuwe soorten isolatie voor gebouwen aanzienlijke kosten met zich zullen meebrengen. Die extra uitgaven om een nuluitstoot van koolstof te bereiken, zullen volgens deze denkrichting dan weer tot een hogere inflatie leiden.

Krijgt greenflatie nu de schuld van de stijgende inflatie?

Dat ligt niet voor de hand, maar 'groene inflatie' is niet de belangrijkste drijfveer.

De door COVID veroorzaakte verstoring van de toeleveringsketens heeft geleid tot prijsstijgingen voor tal van basisproducten en consumptiegoederen. Hoewel het moeilijk is om de toekomstige inflatie-evolutie te voorspellen, gezien de onvoorspelbare ontwikkeling van COVID-19, denken wij dat de inflatie zal afkoelen naarmate de knelpunten in het aanbod wegebben, de fysieke markten en vraag en aanbod in evenwicht komen en de prijzen als gevolg daarvan dalen.

Als we de energietransitie op langere termijn bekijken, zal deze onvermijdelijk gepaard gaan met sterke stijgingen in sommige grondstofprijzen. Het kan hierbij gaan om zeldzame materialen die essentieel zijn voor diverse apparatuur, machines en infrastructuur die nodig zijn voor de elektrificatie van de economie. Een dergelijke inflatie zal in wezen te wijten zijn aan aanloopproblemen – aangezien de overgang naar een meer circulaire en energie-efficiënte economie waarschijnlijk uitdagend zal zijn als gevolg van tijdsbeperkingen.

Waarom? Indien de milieuregelgeving en het -beleid goed worden gepland en tijdig worden gecommuniceerd, verwachten wij niet dat deze verstoringen een blijvend effect zullen hebben op de prijzen van grondstoffen en eindproducten. Het is belangrijk om te weten dat deze verschuivingen relatief zijn, zodat de vraag naar de ene grondstof een nefaste invloed kan hebben op de prijszetting van andere. De stijging van de koperprijzen is het gevolg van een duidelijke tendens naar elektrificatie. Diezelfde trend maakt de langetermijnvooruitzichten voor olie vrij somber.

Het is echter duidelijk geworden, met name op de COP26-conferentie in Glasgow, dat overheden en bedrijven tot dusver niet snel genoeg hebben gehandeld. En als we die achterstand willen inhalen, hebben we niet de tijd om te wachten tot het aanbod van grondstoffen zo aantrekt dat het ruimschoots aan onze vereiste vraag kan voldoen, of tot iedereen het eens is over een mooi afgelijnd stappenplan, of tot wetgevers en toezichthouders met een zorgvuldig afgewogen kader voor de dag komen dat alle aspecten van de nieuwe economie omvat. De wereld zal snel moeten handelen als we de veranderingen in ons klimaat willen voorkomen voordat ze echt catastrofaal en onomkeerbaar worden. En dat betekent dat we onze verwachtingen over het comfort van onze reis zullen moeten bijstellen.

Wat is het alternatief?

De kosten van nietsdoen zullen vooral op rekening komen van de volgende generatie, maar zij zijn amper te bevatten. Dat komt deels omdat het veranderende klimaat onvermijdelijk een enorme menselijke tol zal eisen. Ook nu nog brengen extreme weersomstandigheden voor overheden over de hele wereld enorme financiële en economische kosten met zich mee. De afgelopen jaren hebben we al enkele van de ergste voorbeelden gezien in Californië, Australië, Canada, Alaska en onlangs nog het resultaat van de dodelijke tornado's die over de Verenigde Staten raasden. De kosten van dergelijke gebeurtenissen lopen nu al op tot honderden miljarden dollars, zowel verzekerd als onverzekerd.

In de worstcasescenario's voor de toekomst zullen grote delen van onze planeet onbewoonbaar worden door hitte en de vernietiging van flora en fauna. Dat zal leiden tot massale immigratie van mensen die erin slagen te overleven naar reeds overbevolkte 'veilige havens', wat zal leiden tot meer conflicten, oorlog en vernietiging.

Is de weg naar een netto nuluitstoot alleen maar duur?

Ondanks alle uitdagingen die ons te wachten staan als we wél op tijd handelen, mogen we niet vergeten dat de overgang naar een circulaire, energie-efficiëntere economie heel wat positieve ontwikkelingen met zich mee zal brengen. We denken dan bijvoorbeeld aan regelgeving, maatschappelijke trends en veranderend consumentengedrag. Dat biedt vermogensbeheerders sterke beleggingskansen op lange termijn. Het zal veel gunstige effecten hebben voor alle sectoren in de wereldeconomie.

Is hoge greenflatie onvermijdelijk?

Het voorbeeld van hernieuwbare energie doet ons ernstig betwijfelen of greenflatie een onoplosbare uitdaging zal worden. Toen instellingen als het Internationaal Energieagentschap (IEA) in de jaren na de wereldwijde financiële crisis hun prognoses bekendmaakten over wanneer hernieuwbare energie netpariteit zou kunnen bereiken, ging ze in hun beoordeling uit van 2025-2030. De realiteit bleek echter heel anders uit te draaien. In vele regio's van de wereld bereikte hernieuwbare energie immers amper vijf jaar later netpariteit. Dat kwam doordat overheidsstimuli een snelle schaalvergroting mogelijk maakten – terwijl de verandering de prijzen van fossiele brandstoffen had beïnvloed en de inflatie in sommige delen van de economie had opgedreven, zorgde ze in andere delen van de wereld voor lagere inflatie. Het kan best zijn dat de totale inflatie uiteindelijk helemaal niet stijgt.

 

[1] https://www.ipcc.ch/2021/08/09/ar6-wg1-20210809-pr/

[2] https://ellenmacarthurfoundation.org/topics/circular-economy-introduction/overview